Wetenschap - 12 januari 1995

Frouws

Frouws

De verschillende verzuilde landbouwstandsorganisaties zijn intensief gaan samenwerken in een federatie. Een daadwerkelijke vernieuwing of een poging het afbrokkelend bastion te repareren?

Van allebei wat. De liberalen dringen al zolang ze bestaan aan op zo'n fusie, de katholieken hebben er al langer minder moeite mee en alleen de christelijke club wilde de eigen identiteit bewaren. Die kon dat, door het teruglopend ledental, niet volhouden en is noodgedwongen akkoord gegaan. Zo is er nu een streep door de verzuiling gezet. Noodgedwongen.

Anderzijds zag je de afgelopen jaren in toenemende mate behoefte aan sectorale belangenbehartiging. Afzonderlijke vakbonden ontstonden, omdat bijvoorbeeld de varkenshouders en akkerbouwers zich niet meer in het beleid van hun organisatie herkenden. In de nieuwe opzet is aan die kritiek tegemoetgekomen. Tot op het hoogste niveau is een plaats ingeruimd voor vier sectoren: de intensieve veehouderij, de grondgebonden veehouderij, de akkerbouw en de tuinbouw. In principe mogen de sectoren met eigen standpunten en eigen delegaties naar buiten treden. Dat is wel degelijk vernieuwend, al moet je afwachten wat dat in de praktijk gaat opleveren. In het federatiebestuur hebben de sectoren immers maar een derde van de stemmen.

Als die vernieuwing mislukt, dan is de federatie een doodgeboren kindje; dan gaat het mis. Het was natuurlijk al veel langer duidelijk dat de landbouw niet meer bestond; de belangen werden steeds vaker tegengesteld. De nieuwe structuur heeft natuurlijk gevolgen voor het Landbouwschap. De nieuwe federatie wordt immers de nieuwe gesprekspartner van het ministerie. Dat betekent dat het Schap zich moet gaan beperken tot de uitvoeringsregelingen. Ik vermoed dat de vakbonden daar geen zin in hebben en er uitstappen. Toch houdt volgens mij het Schap haar bestaansrecht; juist doordat ze heffingen mag opleggen geeft het de landbouworganisaties de mogelijkheid om afspraken met de minister te maken, waarvan de uitvoering is af te dwingen. Andere brancheorganisaties, zoals de chemische industrie, kunnen wel convenanten sluiten, maar kunnen vervolgens niet meer doen dan leden oproepen ze uit te voeren.

Overigens is het wel een oplossing die van bovenaf is opgelegd. De achterban heeft zich over de structuur niet uitgesproken en laat het wat gelaten op zich af komen. De bestuursfuncties zijn ook verdeeld over de oude hap. Nogmaals: de toekomst moet uitwijzen of men tot werkelijke vernieuwing in staat is."

Re:ageer