Wetenschap - 12 oktober 1995

Folmer

Folmer

De Amerikaan Robert E. Lucas krijgt de Nobelprijs voor de economie. Wat heeft die man voor economen betekend?

Iedere Nobelprijs is uniek. Ik ken een lid van het Nobelprijscomite vanuit mijn bestuursfunctie bij de Europese federatie voor milieu-economen en bij de borrel praten we wel eens over de criteria voor de prijs. Baanbrekend en uniek. Dat zijn echt de voorwaarden.

Als je achteraf iets krijgt uitgelegd, denk je meestal: Da's nogal wiedes. Het zou niet goed zijn als je dat niet dacht. Dat geldt voor Einstein, maar ook voor de theorie van de rationele verwachting van Lucas. Hij is nagegaan hoe de economische voorspellingen van de overheid door het gedrag van het publiek onderuit worden gehaald.

In de jaren vijftig en zestig verliepen de loononderhandelingen gladjes. De vertegenwoordigers van de overheid hadden in een geheim vakje de voorspellingen van het Centraal planbureau bij zich. Voorspellingen gebaseerd op modellen waarin de relatie tussen bijvoorbeeld werkloosheid, consumptie, export, inflatie en lonen werd doorgerekend. De daartoe benodigde coefficienten werden ontleend aan het verleden. Met die kennis in haar achterhoofd stuurde de overheid de loononderhandelingen.

Dat ging goed tot het moment dat werkgevers en werknemers zelf modellen gingen ontwikkelen of langs slinkse weg achter de kennis van de overheid kwamen. Dan wisten ze bijvoorbeeld dat een lage inflatie en hoge winsten werden voorspeld, en eisten ze loonsverhogingen. Het gevolg was dat de voorspelling niet meer deugde. De overheid was vanaf dat moment niet meer de enige die over de kennis beschikte en dat beinvloedde de uitkomst van de modellen.

Lucas heeft aangetoond dat dit mechanisme voor tal van elementen uit het economisch beleid van overheden opgaat. In de Verenigde Staten heeft het ertoe geleid dat de rol van de overheid in het economisch verkeer sterk is teruggedrongen. In Nederland is het niet zo sterk opgepikt, maar het heilige geloof dat een overheid perfect in staat is een economische ontwikkeling te sturen, is ook hier verdwenen. Een overheid moet randvoorwaarden scheppen, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, milieubelasting en infrastructuur, en verder meer aan de marktpartijen overlaten. Deze gedachte is, in ieder geval onder economen, nu wel gemeengoed geworden. Ook binnen de PvdA zie je dat de dereguleringsgedachte heeft postgevat."

Re:ageer