Wetenschap - 4 september 1997

Fenomenologie Ondersteboven

Fenomenologie Ondersteboven

Fenomenologie Ondersteboven
Edmelia Hessels, Ecologische Landbouw en Agrarische Onderwijskunde
Willem Beekman doceert alweer zo'n zeven jaar het practicum Fenomenologische natuurwetenschap, in de volksmond Fenomenologie geheten. Het is een vier weken durend keuzevak voor Nederlandse en MSc-studenten en is zo'n vijftien jaar geleden opgezet als alternatieve wetenschapsmethodiek
De student moet tijdens het practicum niet proberen zijn ideeen in het studie-object te stoppen, maar de kennis als het ware uit het object laten komen. Plantwaarneming, kleurstudies en boomwaarneming met behulp van de vierstappenmethode - waarnemen, denken, voelen, handelen - zijn belangrijke onderdelen. Colleges, tussentijdse evaluaties, een excursie en uiteindelijk het schrijven van een ervaringsverslag maken het geheel af
Studente Edmilia Hessels van Bodem, water en atmosfeer nam een half jaar lang zo'n beetje alle facetten van het practicum onder de loep. Ze toetste tussen januari en augustus de leerdoelen, screende de syllabus kritisch en beoordeelde zelfs de practicumlocatie. Hessels deed haar afstudeervak bij zowel de vakgroep Agrarische onderwijskunde als Ecologische landbouw. Een en ander mondde uit in het verslag Fenomenologie ondersteboven
De officiele naam van het practicum was dit jaar reeds veranderd in Waarneming van ontwikkelingsdynamiek in levende systemen. Een draak van een naam, erkent Beekman voorafgaand aan het colloquium. In de barakken aan de Haarweg gebruikt men dan ook meestal de term Observatiemethoden
Hessels heeft vandaag haar handen in het verband. Niet voor het eerst, want zeer waarschijnlijk heeft ze RSI. Desondanks heeft Hessels haar laatste afstudeervak met goed resultaat weten af te ronden
Ik wilde niet alleen een onderzoek doen dat leuk is voor jezelf maar verder gewoon in de kast verdwijnt, steekt ze van wal. Ik heb veel gedaan in die zes maanden en dat zal ik hier niet allemaal gaan vertellen. Ze sprak met betrokken docenten, bekeek drie jaargangen evaluaties van het practicum, las studentenverslagen, volgde zelf tot twee maal toe het practicum en vroeg de lichting '97 naar hun bevindingen en verwachtingen
Aan de hand van een checklist kwam ze tot een aantal aanbevelingen. Ondersteboven blijkt dan een wat gechargeerd gekozen titel voor het verslag. Zelf was Hessels niet ontevreden over de practica, maar er valt nog genoeg te verbeteren. De syllabus dient anders te worden ingedeeld en moet zelfstandig te bestuderen zijn. Leerdoelen moeten concreter gemaakt worden en, indien nodig, geherformuleerd worden in bijvoorbeeld: de student kan na het practicum een plant observeren met behulp van de vierstappenmethode
Hessels raadt ook aan dat studenten hun persoonlijke leerdoelen in een dagboekje schrijven om zo hun eerste stap te maken met reflecteren. Meer down to earth tips zijn er ook: een vrije woensdagmiddag en de financiele bijdrage van de student aan het practicum heroverwegen. Belangrijk is echter vooral dat onderzoeksobjecten duidelijk worden afgebakend, dat er voldoende tussentijdse terugkoppelingen zijn en dat de student een duidelijke uitleg van de vierstappenmethode ontvangt
Voor MSc'ers spelen nog andere aspecten. Zij zijn volwassen en nemen niet alles als een spons op. Het expliciet aangeven van relaties met de praktijk is dus belangrijk, evenals het integreren van niet-westerse ideeen in het vak. Hoe dat laatste zou moeten gebeuren, blijft vooralsnog de vraag. Hessels vindt dat het vak verplicht moet zijn voor MSc-studenten. Het is immers een van de weinige vakken die met houdingen te maken hebben.
Ze heeft met dit colloquium haar studie afgerond. In Wageningen mag ze dan klaar zijn, maar ze is alweer aan een deeltijdstudie Psychologie in Utrecht begonnen. Na het vak Integrale landbouwkunde bij Ecologische landbouw was ze voorgoed verloren voor de natuurwetenschap. Dat vak gaat over de grondhoudingen van boeren. Ik vond het erg leuk om dat door te trekken naar grondhoudingen van studeren, naar een meer holistische benadering. Tijdens mijn studie heb ik de beperkingen van de natuurwetenschappelijke benadering gezien, bijvoorbeeld bij het werken met modellen. Dat de fenomenologie eveneens zijn beperkingen heeft, erkent ze onmiddellijk: Het is heel moeilijk toe te passen.
Ik dacht altijd dat ik exact was, maar dat blijkt niet zo te zijn. Maar daar kom je alleen achter door de studie te doen. Dat is het mooie van de LUW, dat je ook andere vakken kunt volgen. De vakgroep verdient daarom meer steun dan alleen een wijzend vingertje.
Achteraf rijst de onvermijdelijke vraag: wat kunnen de studenten nu eigenlijk met dit practicum? Hebben ze er wat aan, bijvoorbeeld in economische zin? Willem Beekman: De winst ligt niet zozeer in het theoretisch kader, maar meer in het feit dat het practicum een handreiking biedt bij de dagelijkse waarneming. De zintuigen meer oprekken zodat je kunt zien aan de stand of vorm van een koe hoe het dier het maakt, dat je de bodemgesteldheid of de kwaliteit van de mest kunt beoordelen.
Een collega beaamt: Geen externe deskundige die de boel analyseert en daarna komt met een algemeen advies. Zelf diagnoses stellen en een therapie aangeven wat voor actie relevant is. Noem het maar empowerment.

Re:ageer