Wetenschap - 6 juli 1995

Fax | Harare, Zimbabwe

Fax | Harare, Zimbabwe

Margot Loof studeerde in 1988 af als voedingskundige. Tijdens haar studie verdiepte ze zich vooral in de voedings- en voedselsituatie in ontwikkelingslanden. Na haar studie werkte ze ruim drie jaar voor de stichting Oecumenische Hulp in Utrecht. Sinds september 1992 werkt ze in Zimbabwe als voedingskundige voor de vrouwenorganisatie Jekesa Pfungwa / Vulingqondo.


Mijn belangrijkste taak is het trainen en begeleiden van de voorlichters van Jekesa Pfungwa/Vulingqondo (Open your mind) op de gebieden van voedingsvoorlichting, voedselproduktie en monitoring en evaluatie van hun werk. De organisatie is vooral actief op het platteland en in arme stadswijken. Ze heeft als doelstelling de verbetering van de sociale en economische situatie van vrouwen en hun families. Daarvoor zijn vier verschillende programma's ontwikkeld: voeding en voedselzekerheid, projectplanning en management, rechten en HIV/AIDS-voorlichting, en training in handvaardigheid.

De negentien voorlichters van JPV werken op aanvraag. Omdat de zorg voor de voeding van het gezin vooral een taak is van vrouwen, komen de meeste aanvragen voor voorlichting over zaken als voeding en gezondheid, voedselproduktie en inkomengenererende activiteiten van vrouwengroepen. Voorbeelden van JPV-projecten zijn groentetuinen, het houden van kippen, geiten en varkens, manden vlechten en het opzetten van kleuterscholen.

Doelstelling van het voedselprogramma, waar ik voor werk, is vooral het verbeteren van de voedingsstatus van de mensen. Zeker die van kinderen onder de vijf jaar. Daarnaast werken we aan voedselzekerheid op familieniveau. Dat wil zeggen dat alle leden van een familie het hele jaar door genoeg te eten hebben, zowel kwalitatief als kwantitatief. Dat klinkt mooi, maar het valt in de praktijk moeilijk te realiseren.

Voor mensen op het platteland vormt het gebrek aan middelen om voedsel te produceren - zoals grond, water, gereedschap, geld, arbeid, vee om te ploegen, zaaigoed en kennis - een groot probleem. Deels inherent hieraan zijn de problemen met betrekking tot goede voeding en gezondheid, zoals onder andere voedseltekorten, gebrek aan hygiene, toiletten en veilig drinkwater. Er wordt hard gewerkt, ook door de regering, om deze problemen op te lossen.

Ik ben vooral bezig in het voedsel- en voedingsprogramma. Ik geef cursussen voor de voorlichters en ga met hen mee naar cursussen voor vrouwengroepen op het platteland, om te zien wat de problemen zijn en of de aangeboden informatie relevant is. Ook ontwikkel ik voorlichtingsmateriaal. In 1994 heb ik twee studenten Voeding en Dietetiek uit Nijmegen begeleid, die onderzoek deden naar voedingspatronen in rurale gebieden.

Momenteel zijn we druk doende model-groentetuinen op te zetten in het gebied van iedere voorlichter, om zo de organische landbouw en de consumptie van groente, fruit en bonen te stimuleren.

In oktober 1994 is een van onze coordinatoren naar Nederland geweest voor de IAC-cursus Management van voedsel- en voedingsprogramma's. Aan haar draag ik mijn werkzaamheden dit jaar over. Het is namelijk de bedoeling dat de voorlichters in 1995 voldoende getraind zijn om hun werk zonder mij voort te zetten.

Eenmaal terug in Nederland lijkt het me leuk om iets met mijn ervaringen te doen binnen de voorlichting of ontwikkelingseducatie. Tot september woon ik echter nog met veel plezier in mijn huis met grote groentetuin. Ik weet zeker dat ik de ruimte zal gaan missen. Weggaan uit Zimbabwe blijft een vreemd idee, na drie jaar hier te hebben geleefd. En het blijft afwachten wat straks de mogelijkheden zijn in Nederland."

Re:ageer