Wetenschap - 1 juni 1995

Fax | Brussel, Belgie

Fax | Brussel, Belgie

Harmen de Jongh studeerde tot maart 1989 Moleculaire wetenschappen in Wageningen, waarna hij in september 1993 aan de universiteit van Utrecht promoveerde in de biochemie/biofysica. Sinds anderhalf jaar werkt hij als post-doc aan de Universite Libre de Bruxelles.


Brussel, vervallen boegbeeld van de EEG; stad van stokbroden, Bourgondisch eten en goede wijn. Sinds anderhalf jaar woon ik in deze prettige multi-raciale stad, waar de jetset zich vergaapt aan misplaatste Parijs-imiterende winkels, terwijl een typische stank vanuit de duizenden leegstaande huizen doordringt tot de slecht onderhouden straten.

Na mijn studie en promotie heb ik besloten als post-doc in het buitenland aan de slag te gaan om zodoende mijn kansen op de Nederlandse academische arbeidsmarkt te vergroten. Als student te Wageningen had ik al een jaar in het buitenland vertoefd. Maar op je cv telt het eigenlijk alleen mee, wanneer je kunt laten zien dat je je als post-doc in korte tijd een vreemd onderzoek op een vreemde plaats eigen kunt maken.

Wanneer je dan voor Belgie kiest moet je van tevoren duidelijk voor ogen hebben wat je hier verwachten en bereiken kunt. Net als bij de meeste andere Belgische universiteiten is het de politiek van de Universite Libre de Bruxelles (ULB) - de Waalse grote broer van de Vrije Universiteit van Brussel (VUB), die echter niets met elkaar gemeen hebben - dat onderwijs de allerhoogste prioriteit heeft. Natuurwetenschappelijk onderzoek wordt als leerzaam beschouwd en zodoende gedoogd, maar investeringen in apparatuur of verbeteringen van onderlinge samenwerking tussen verschillende groepen worden van hogerhand nauwelijks getolereerd. Het dient dan ook gezegd dat, mede dankzij het grote aantal vaste medewerkers van de ULB, op zeer efficiente wijze veel studenten een gedegen opleiding voorgeschoteld krijgen.

Terwijl de ULB overspoeld wordt met mensen uit het zuiden (veel Noord-Afrikanen), dreigen er wettelijke maatregelen om de stroom gevluchte Nederlandse studenten aan Vlaamse universiteiten in te perken. Bij sommige universiteiten is eenderde van de studenten afkomstig uit Nederland. Voor mensen die nog niet precies weten wat ze willen, is het immers een aantrekkelijk optie; met drie keer kinderbijslag en nog beschikking over de volledige studieduur bij terugkomst in Nederland.

Gelukkig hoef ik als buitenstaander - nota bene de eerste buitenlandse post-doc bij een natuurwetenschappelijke ULB-faculteit en bovendien gefinancierd door de EU - me niets aan te trekken van de politiek der universiteiten. Door vele samenwerkingen aan te gaan en geintegreerde werkbesprekingen te organiseren, heb ik heel wat bureaubestuurders tot wanhoop gedreven. Mijn vakgroep stimuleert mijn onderzoek zeer hulp- en slagvaardig. Eindelijk is er immers iemand zonder onderwijstaak, die de ideeen van de laatste jaren verder kan ontwikkelen en uitvoeren. De interne samenwerking is dan ook voorbeeldig en ik bezit voldoende contacten met andere onderzoeksgroepen om toegang te hebben tot kennis en apparatuur die aan de ULB niet voorradig is.

Het enige nadeel van de ULB voor een onderzoeker is, dat er nooit is geinvesteerd in een goede bibliotheek. Over het algemeen dien ik af te reizen naar de bescheiden collecties in Liege, Charleroi of Namur, ofschoon de VUB op de noordelijke helft van de campus wel een goede verzameling tijdschriften bezit. Door me voor te doen als Nederlands onderzoeker op bezoek bij de VUB, heb ik me menigmaal toegang verschaft tot dat heiligdom.

Van de tweetaligheid in Brussel merk je meestal weinig; Vlaams wordt nagenoeg alleen op de campus van de VUB gesproken. Mijn voertalen zijn hier Frans en Engels. Voor veel collega's is het de eerste keer dat ze hun op school geleerde Engelse woordjes in de praktijk gebruiken.

Binnenkort verruil ik Brussel voor Oxford. Dan heb ik nog een jaar dat vakantiegevoel door te post-doccen in het buitenland. Daarna heb ik een zo goed mogelijke uitgangspositie voor de vaderlandse arbeidsmarkt. Oxford mag dan weten-schappelijk wat hoger aangeschreven staan, maar o, wat zal ik dat mooie Franse taaltje missen!"

Re:ageer