Wetenschap - 19 januari 1995

Evolutie is de rode draad van de biologie-opleiding

Evolutie is de rode draad van de biologie-opleiding

Moet het college de leerstoel Diertaxonomie opheffen?

Het college van bestuur wil de leerstoel Diertaxonomie opheffen. De inhoudelijke discussie is echter nauwelijks gevoerd. Kan de LUW nog wel een biologie-opleiding aanbieden, nu behalve een paar oecologische leerstoelen ook diertaxonomie vervalt? En blijven er nog genoeg taxonomen in Nederland over om het vakgebied te behartigen?


We bestuderen nu ook de evolutie van het sperma-gen bij aaltjes", zegt diertaxonoom prof dr R.J. Post enthousiast, terwijl hij aan zijn bureau op de Binnenhaven geroutineerd een afstammingsplaatje met soorten A, B en C tekent. We dachten dat dit gen geschikt was voor het identificeren van aaltjes omdat het alleen bij die groep voorkomt. Maar waarschijnlijk is het toch niet bruikbaar. Het gen is in de evolutie een keer gekopieerd, waardoor die spermagenen een gecompliceerde geschiedenis hebben, die ook nog eens verschillend is van de soort. Nu proberen we andere genen te vinden waarmee je aaltjes kunt onderscheiden."

De uit Engeland afkomstige Post, drie jaar geleden als LUW-hoogleraar Diertaxonomie aangesteld, wordt binnen en buiten de Landbouwuniversiteit geroemd om zijn nieuwe benadering: hij gebruikt moleculaire technieken om inzicht te krijgen in soortvorming en afstammingsgeschiedenissen en hij vergelijkt verschillende technieken - ook morfologische - op bruikbaarheid voor identificatie. Met welke technieken kun je bijvoorbeeld het beste aaltjes onderscheiden? Met welke malaria-muggen, zangcicades, sprinkhanen of muizen? En naar welke genen moet je bij een bepaalde groep kijken?

Ik ben geinteresseerd in toegepaste taxonomie", geeft de hoogleraar prijs. Boeren in de Betuwe hebben last van de schapevleesvlieg. Ze klagen dat de vliegen uit de viswinkels en de compostbakken komen. Een student van ons kijkt nu naar het DNA van die vliegen om erachter te komen of ze inderdaad tot dezelfde soort, en ook tot dezelfde populaties, behoren. Met zo'n onderzoek kunnen we de boeren adviseren en kunnen we tegelijkertijd technieken vergelijken. Als de Landbouwuniversiteit me niet ontslaat, probeer ik er een aio-project van te maken."

Prioriteit

Begin deze maand stelde het college van bestuur voor de leerstoel Diertaxonomie op te heffen. Om precies te zijn ging de besluitvorming zo: Diertaxonomie valt bestuurlijk onder de sector Plant- en gewaswetenschappen; deze sector moet zes leerstoelen inleveren. De sector had te kennen gegeven Diertaxonomie weliswaar heel belangrijk te vinden, maar niet per se nodig om zijn taken te kunnen vervullen. Ze schrapte de stoel met de kanttekening dat het college de stoel uit een ander potje moet betalen. Wij vinden Diertaxonomie wel belangrijk", verklaarde rector prof. dr C.M. Karssen daags na het uitkomen van het leerstoelenplan, maar de sector Plant- en gewaswetenschappen heeft er nu eenmaal geen prioriteit aan gegeven. En andere sectoren willen de leerstoel ook niet opnemen."

De stoel dreigt tussen wal en schip te vallen. En daarmee dreigt een heel vakgebied van de LUW te verdwijnen. Post heeft immers maar twee vaste medewerkers, die bij het eventuele opheffen van de leerstoel wellicht alleen nog docent kunnen zijn.

Oecologie heeft ook flinke klappen gehad", vergelijkt geneticus prof. dr R.F. Hoekstra, voortrekker van het Centrum voor oecologie. Dat betreur ik, maar daarmee valt het onderzoeksgebied oecologie op de LUW nog niet weg. Voor Diertaxonomie geldt dat waarschijnlijk wel. Goed, de technieken die Post gebruikt hebben we zelf nog wel in huis, maar om daar dan op een verstandige manier over na te denken..."

Verspreid over de LUW werken nog wel enkele onderzoekers die ook soorten onderscheiden, zo leert een rondgang, maar hun werk is niet te vergelijken met het diertaxonomisch onderzoek van Post en zijn groep. De inmiddels gepensioneerde drs P.A.A. Loof bijvoorbeeld, onderhoudt op de vakgroep Nematologie een van de grootste verzamelingen aaltjes ter wereld (53.000 preparaten). Maar hij doet dit op de traditionele manier, kijkt naar morfologische kenmerken, en houdt middels een kaartsysteem precies bij waar elders in de wereld nieuwe aaltjes zijn gevonden. Zijn collega's identificeren de aaltjes weliswaar met dezelfde moleculaire technieken als Post, maar hen gaat het weer alleen om de virulentiegroepen (rassen) binnen het aardappelcyste-aaltje. De entomologen hebben een eigen taxonoom, doch ook die beperkt zich tot het identificeren van insekteparasieten. En de bodembiologen moeten noodgedwongen wel eens twee potwormen in een soort A en een soort B onderscheiden, omdat ze nog n
iet eerder zijn beschreven, vertelt bodemkundige prof. dr ir N. van Breemen aan de telefoon, maar verder gaan ze ook niet.

Analyse

Ligt aan het besluit een analyse ten grondslag van wat het opheffen van de Wageningse leerstoel landelijk betekent", vraagt evolutie-bioloog prof. dr S.B.J. Menken van de universiteit van Amsterdam zich af. Het is natuurlijk waar dat je als universiteit niet alles in huis kunt hebben. Maar andere universiteiten bezuinigen ook op de taxonomie en zij gebruiken hetzelfde argument. Als je dat niet op elkaar afstemt, hou je straks niks meer over. En zo zou de universiteit ook een mondiale afweging moeten maken. Post integreert alle mogelijke technieken, hij gaat daar zeer ver in. Er zijn niet zoveel groepen die dat doen."

Afgelopen tien jaar is landelijk het aantal hoogleraren in de systematiek gedaald van 16,3 leerstoelen naar 10,5. De daling zit echter voornamelijk in de plantenhoek. Het aantal hoogleraren dat zich richt op dieren is ongeveer gelijk gebleven, namelijk vijf, waarmee er nu in de planten- en in de diersystematiek evenveel zijn.

Menken heeft drie promovendi die met dezelfde moleculaire techniek werken als Post (de techniek die gebaseerd is op via de polymerase kettingreactie (PCR) vermeerderen van DNA). Nee, het gebruik van moleculaire technieken in de diertaxonomie, is niet met het opheffen van de Wageningse leerstoel uit Nederland verdwenen", geeft hij aan, Maar bij ons gaat het wel minder om op de landbouw toegepaste vragen. Wij werken bijvoorbeeld met drie mensen aan trips, waarbij we kijken naar de symbiose met bacterien. Een heel klein gebiedje. Ik denk niet dat de LUW daar zo gauw aan zou werken. Overigens werken we hierin wel samen met de Wageningse vakgroep Virologie. Die samenwerking geeft inderdaad aan dat Wageningen de taxonomische kennis ook bij ons kan halen. Maar het geeft ook aan dat de vraag naar samenwerking met taxonomen groot is."

Profileren

Het is niet meer haalbaar om op de universiteit alle biologiedisciplines te hebben", erkent ook geneticus Hoekstra, maar je moet wel in huis hebben wat je nodig hebt in die gebieden waarop je je wilt profileren. Er is toenemende aandacht voor biodiversiteit en de LUW profileert zich met natuurbeheer. Het is jammer dat we ons niet meer profileren met een leerstoel Plantenoecologie, maar ik denk toch dat wij op het gebied van de oecologie en biodiversteit nog steeds goede know how hebben. Daar hoort diertaxonomie bij. Als je beheersmaatregelen neemt stuit je elke keer weer op taxonomische vragen. Je denkt bijvoorbeeld dat je met een soort te maken hebt, terwijl het er twee zijn."

Niet alleen voor het Wagenings onderzoek en haar toepassingsgebieden is de Taxonomie belangrijk maar ook voor de biologiestudie. Het beste onderwijs wordt gegeven in die vakken waarin ook onderzoek wordt gedaan", is de ervaring van evolutiebioloog Menken. En dan denk ik dat een opleiding zonder Diertaxomie erg maf is. Voor biologen moet de evolutie toch als een rode draad door de opleiding lopen, tenminste het eerste jaar. Anders krijg je straks mensen die straks alleen maar met die ene soort bezig zijn, en hun inzicht niet breder kunnen toepassen."

Maar daarom kun je nog niet staande houden dat de LUW per se twee leerstoelen Taxonomie moet hebben voor een goede biologie-opleiding, meent daarentegen fysioloog prof dr L.M. Schoonhoven, voormalig voorzitter van de onderzoeksvisitatie-commissie Biologie. Natuurlijk is het mooier om het compleet te houden maar van de andere kant bekeken, met goed onderwijs in de Plantentaxonomie kom je wellicht een heel eind. En de evolutie-leer, daar moeten algemeen zoologen, genetici en plantkundigen ook over kunnen vertellen."

De universiteit van Groningen en de Vrije universiteit verzorgen onderwijs in de systematische biologie, terwijl ze zelf geen speciale hoogleraar voor de systematiek en evolutiebiologie hebben, noch in de planten, noch in de dieren. Het tragische van de taxonomie is dat er weinig werk in is", merkt Schoonhoven op, Als nu met die hele discussie rond biodiversiteit de afzet eens verdubbelt, dan nog blijft het weinig. In ons systeem is niet zoveel plaats voor dat vak. Het wordt vaak niet zo spectaculair gevonden als Moleculaire biologie. Ik ben daar niet zo erg positief over."

Post zit niet bij de pakken neer. Hij gaat het college nu voorstellen samen met de plantentaxonomen een vakgroep in te stellen, met mogelijk de naam systematische biologie. De voordelen zijn heel duidelijk", schetst hij. Samen zijn we in staat de theoretische basis te versterken. En wij kunnen bij de plantentaxonomie de moleculaire technieken introduceren. Eenmaal op moleculair niveau zijn de verschillen tussen planten en dieren niet meer zo groot. Planten hebben chloroplasten, maar ik ben ook geinteresseerd in de vraag hoe zij evolueren, en hoe je hen kunt gebruiken voor identificatie."

Eind maart gaat de universiteitsraad over het college-voorstel voor het leerstoelenplan beslissen. Spannend wordt of de gebieden die bij de LUW geheel dreigen weg te vallen - naast Diertaxonomie bijvoorbeeld ook Geologie en mineralogie - veel verzet op zullen leveren. Toch vreemd: over de invulling van een nieuwe leerstoel wordt jarenlang vergaderd, terwijl met een procedure waarin clusters min of meer onderling de leerstoelen verdelen, essentiele basisdisciplines ineens geruisloos verdwenen kunnen zijn.

Re:ageer