Wetenschap - 1 januari 1970

Evaluatie milieuonderzoek SENSE

Evaluatie milieuonderzoek SENSE

Evaluatie milieuonderzoek SENSE: te veel gericht op stoffen

Milieuonderzoekschool SENSE moet haar aandacht verleggen van het stofstroomonderzoek naar de integratie van het milieu met andere beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening. Dit meent dr. B. Zoeteman van het ministerie van VROM, een van de leden van de adviesraad die onlangs het SENSE-onderzoek heeft geƫvalueerd. De directie van SENSE is echter niet van plan het uitgebreide onderzoek naar milieuvervuilende stoffen in te perken

Het op stoffen gerichte onderzoekprogramma doet Zoeteman denken aan de beleidsagenda van twintig jaar geleden. Dit staat in de SENSE-nieuwsbrief die is uitgekomen naar aanleiding van de evaluatie. Volgens Zoeteman zijn de problemen met de meeste stoffen - uitgezonderd CO2 - redelijke onder controle. Wat volgens hem veel hoger op de beleidsagenda staat, zijn technologische innovaties en de afstemming van milieu op het landgebruik. SENSE moet hierin meegaan en zich minder eenzijdig richten op stoffen, denkt Zoeteman. Feit is inderdaad dat een groot deel van de aio's binnen SENSE zich bezighoudt met enkele specifieke stoffen, bijvoorbeeld stikstof, methaan, zware metaal of een bacterie. En daarbij kijken ze veelal met een natuurwetenschappelijke invalshoek naar de verspreiding en effecten van stoffen

De directie van SENSE argumenteert dat wetenschap niet noodzakelijkerwijs de beleidsagenda moet volgen. Bestuurslid dr Nico van Stralen: Bij VROM staan stoffen misschien niet meer hoog op de agenda, maar dat wil niet zeggen dat alles onder controle is. Integendeel, er komt nog steeds een enorme bende aan gevaarlijke stoffen in de natuur voor, stoffen waar we nog veel te weinig van af weten. Hij noemt onder andere hormoonverstorende stoffen. Voor veel stoffen heeft de overheid weliswaar normen bepaald, maar die normen zijn veelal uit lucht gegrepen. Hier is meer wetenschappelijke onderbouwing voor nodig, aldus Van Stralen

Fundamenteel onderzoek naar stoffen blijft dus volgens Van Stralen belangrijk, ook al is de maatschappelijke discussie rond het onderwerp misschien bekoeld. Volgens hem zijn rigoureuze veranderingen in de opzet van het SENSE-onderzoek sowieso moeilijk op korte termijn uitvoerbaar, omdat de aio's, die de onderzoekschool gestalte geven, hun activiteiten voor vier jaar vaststellen. Hij stelt wel dat de ruimtelijke invalshoek meer aandacht zal krijgen in SENSE maar de stofstroombenadering behoudt haar hoge prioriteit. H.B

Re:ageer