Wetenschap - 13 februari 1997

Europees milieubeleid blijft ad hoc politiek

Europees milieubeleid blijft ad hoc politiek

Europees milieubeleid blijft ad hoc politiek
In 1995 zijn Zweden, Finland en Oostenrijk tot de Europese Unie toegetreden. Ze kregen van Nederland, Duitsland en Denemarken een warm onthaal. Eindelijk zou het Europees milieubeleid opgestuwd worden in de vaart der volkeren. Maar Europadeskundige dr ir Duncan Liefferink van de vakgroep Sociologie tempert na twee jaar onderzoek die hooggespannen verwachting. Tot een groen blok en een langetermijnstrategie zal het nooit komen.
Tot 1995 moesten Nederland, Denemarken en Duitsland, ook bekend als de trojka, de groene kar in Brussel trekken. De andere lidstaten werkten wel mee aan een Europees milieubeleid maar liepen bepaald niet voorop. Tot nu toe behartigde het trio die zware taak vrij aardig. Vooral Duitsland heeft de andere lidstaten flink op de huid gezeten. Mede dankzij de trojka heeft de Europese Unie (EU) sinds 1987 een aparte milieuparagraaf in de Europese verdragen; voorheen was het milieu altijd gekoppeld aan handelsovereenkomsten
Toch kunnen de drie groene lidstaten wel wat versterking gebruiken. Zo is er nog steeds geen heffing op het broeikasgas kooldioxide ingevoerd. De drie knepen dan ook in hun handen toen een nieuwe trojka zich aandiende: Zweden, Finland en Oostenrijk. Nu konden ze werkelijk een sterk groen blok vormen en het Europees milieubeleid stevig neerzetten. Zweden is immers beroemd om zijn vooruitstrevende milieupolitiek. Niet voor niets vond daar in 1972 de eerste milieuconferentie van de Verenigde Naties plaats. Zweden heeft inmiddels een uitgebreid stelsel aan heffingen op vervuilende stoffen als zwaveldioxide, bestrijdingsmiddelen en kooldioxide. Ook Finland en Oostenrijk zijn bereid tot forse milieumaatregelen. Finland voerde als eerste een belasting op kooldioxide in en Oostenrijk voert al een aantal jaren een felle campagne tegen de stroom vrachtwagens die het als doorvoerland gebruiken en een verstikkende damp achterlaten
De landen kregen dan ook een warm onthaal van de trojka en een argwanende blik van de Zuid-Europese landen, die vreesden voor nog strengere milieumaatregelen. Maar zo'n vaart zal het lopen, voorspelt milieusocioloog dr ir L. Duncan Liefferink van de vakgroep Sociologie. Onlangs rondde hij samen met zijn Deense collega dr. M.S. Andersen van de Aarhus universiteit het rapport The new member states and the impact on environmental policy af, na een onderzoek in opdracht van het Europese directoraat-generaal Onderzoek. De afgelopen twee jaar nam het tweetal het milieubeleid van de individuele lidstaten en hun handelen in de Brusselse arena onder de loep
Natuurbehoud
Uit onze studie blijkt dat het milieubeleid van de individuele lidstaten te divers is, stelt Liefferink. De hooggespannen verwachtingen komen waarschijnlijk nooit uit.
Zweden en Finland lopen inderdaad voorop in de uitvoering van milieubeleid. Toch liggen de prioriteiten in het beleid bij andere aspecten dan in Duitsland en Nederland. In het Zweedse en Finse milieubeleid ligt een grote nadruk op natuurbehoud; in Duitsland en Nederland op industrieel stoffenbeleid. Natuur- en milieubehoud liggen in deze landen verder uit elkaar. Niet voor niets is in Nederland natuurbeleid ondergebracht bij het ministerie van Landbouw en milieubeleid bij het ministerie van Vrom, aldus Liefferink
Maar dit is niet het belangrijkste obstakel voor coalitievorming van de groene lidstaten. Het is vooral de implementatie van het milieubeleid die in de landen zo divers is. In Zweden, Finland en Denemarken ligt de nadruk op heffingen op vervuilende stoffen. Nederland regeert voornamelijk via de consensuspolitiek van de convenanten, en Duitsland voert het milieubeleid uit via nauwkeurig uitgeschreven wetten
Energieheffing
Hoe deze diversiteit van invloed is op coalitievorming bleek vorig jaar bij de discussies over invoering van een belasting op het broeikasgas kooldioxide, de energieheffing voor klein- en grootgebruikers. Milieuminister M. de Boer dacht eindelijk vaart te kunnen maken met de invoering van de energieheffing en belegde begin 1996 een informele vergadering met de vijf andere groene lidstaten en Belgie en Luxemburg. Met deze club hoopte ze de Europese Unie onder druk te kunnen zetten. Maar het systeem van heffingen past niet bij de politiek van Duitsland. Dat land weigerde mee te doen aan concrete stappen of plannen. En aangezien Duitsland de machtigste groene lidstaat is kwam van harmonisatie niets terecht. Vandaar dat wij nu nog steeds met een energieheffing voor huishoudens zitten, aldus Liefferink
De milieusocioloog denkt dat door deze diversiteit in milieustrategie het verwachte groene blok nooit zal ontstaan. Weliswaar is er deels ook nog sprake van onbekendheid van de nieuwe lidstaten met de Europese politiek maar het Europese milieubeleid zal afhankelijk blijven van ad hoc coalitievorming, voorspelt Liefferink. Ik denk niet dat de lidstaten gezamenlijk een strategie zullen ontwikkelen. Ze laten van de situatie afhangen met wie ze een verbond vormen. Een langetermijnvisie zal zeker niet worden ontwikkeld.
Te hopen valt dat de zes lidstaten de komende vijf jaar toch een aantal zaken binnen het milieubeleid van de Europese Unie consolideren. Want Turkije, Polen, Tsjechie, Hongarije en Roemenie staan met ongeduld te wachten op toelating tot de EU. En als dat eenmaal een feit is, is de invloed van de zes koplopers verschrompeld. Want in deze landen staat het milieubeleid niet bepaald hoog op de agenda, terwijl ze samen een zware stem krijgen in de Europese Unie.
Een strategisch advies kan Liefferink de groene lidstaten niet bieden. Daarvoor is het onderzoek ook niet opgezet. We wilden bekijken in hoeverre de verwachtingen realistisch zijn, aldus de milieusocioloog. Daarnaast hadden we een meer wetenschappelijke belangstelling voor het verloop van politieke processen waarin koplopers een rol spelen.
Toch kunnen de lidstaten het rapport wel degelijk gebruiken. Voor veel milieu-ambtenaren die zich in de politieke arena begeven zal ons rapport een eye opener zijn, stelt Liefferink. Zo begreep een hoge Deense milieu-ambtenaar maar niet waarom er zo weinig schot zat in het groene blok. Met ons rapport hopen we dat inzichtelijk te hebben gemaakt.

Re:ageer