Wetenschap - 27 juni 1996

Elektromagnetische velden

Elektromagnetische velden

Het mini-interview met dr ir J. Kromhout in het WUB van 13 juni vraagt om enige nuancering van de feiten. Aanleiding van het interview was de bekendmaking van de WHO dat een bedrag van 3,3 miljoen dollar ter beschikking wordt gesteld voor het verzamelen van gegevens van organisaties en werkgroepen over wetenschappelijk bewezen effecten van elektromagnetische velden op biologische systemen, inclusief de mens. Het gaat hier zowel om het beschrijven van lacunes in onze kennis als om het initieren van nieuw onderzoek, teneinde de relevantie en kwaliteit van wetenschappelijke publikaties naar een beter niveau te tillen. Negen landen buiten de Verenigde Staten brengen bovendien nog extra fondsen in om de waarheid omtrent elektromagnetische effecten boven tafel te krijgen.

Kromhout schrijft dat er miljoenen omgaan in onderzoek naar verondersteld verband tussen het werken in elektriciteitscentrales en de kans op het krijgen van kanker. Van enig statistisch betrouwbaar verband zou desondanks niets zijn gebleken en het zou wellicht weggegooid geld zijn geweest. Maar om vervolgens de vloer aan te vegen met de terechte angst van miljoenen mensen voor onontkoombare vervuiling van de leefomgeving door elektromagnetische velden (zie Kromhouts verwijzingen naar de praktijken van wichelroedelopers) gaat veel te ver. Er is tenslotte wel het een en ander mis in onze leefomgeving. Sommigen worden beroerd bij zendmasten of door draagbare telefoons, anderen door beeldschermen en televisies, weer anderen door kleurstoffen in snoepjes of door nog niet opgehelderde factoren in grote kantoren (het sick building syndrome).

Terwijl het voor de slachtoffers reele problemen zijn, kunnen epidemiologen geen greep krijgen op de zeer uiteenlopende symptomen die zich openbaren bij de slachtoffers. De variatie in klachten is groot, de incidentie van zekere symptomen derhalve zeer gering. Epidemiologisch onderzoek naar mogelijke effecten van storende factoren in de omgeving is bijna per definitie gedoemd te stranden omdat gemeten effecten verdwijnen in de ruis van spontane variaties. Dit is zeker het geval bij factoren als elektromagnetische velden, die door slechts weinig individuen in een populatie als storend worden ervaren.

Kromhout noemt enkele van de huidige hot issues: hypergevoeligheid voor beeldschermen en voedselallergie. Het is onzin het bestaan ervan te ontkennen. Het probleem is echter weer de diversiteit in klachten en het gebrek aan inzicht in de relatie tussen storende factor en individuele symptomen. Het is hoog tijd - en de WHO onderkent dat - om nu allereerst te bepalen welk type biologisch onderzoek moet worden versterkt zodat genoemde relatie sneller kan worden herkend. Zeker is dat dit multidisciplinair onderzoek vergt, met heldere vraagstellingen.

Ik pleit ervoor dat onderzoekingen zich tevens - meer dan tot nu toe - richten op de analyse van de problemen die bepaalde geselecteerde groepen van slachtoffers hebben, in andere woorden uit te gaan van gesignaleerde fysiologische en neurologische verstoringen in plaats van blootstelling van grote groepen van proefpersonen aan de te onderzoeken schadelijke factor. Dit vergt een andere manier van denken en de inschakeling van meerdere wetenschappelijke disciplines. Het zal echter sneller bijdragen tot onze realisatie van de gevaren in ons milieu dan de epidemiologische methodes omdat het element van geloof eerder terzijde wordt geschoven. Het kan wat tijd vergen, maar op een dag zal ook het sick building syndrome een handvat gekregen hebben; het ruime gebruik van beeldschermen zal daar denk ik een rol in blijken te spelen. Ten slotte heeft het ook een hele tijd geduurd voor men overtuigd was van het verband tussen het drinken van vervuild water en cholera en dat van ro
ken en longkanker. Dit soort zaken verdient eerder ons aller inspanning en meedenken dan een simpele bagatellisering. Ik juich het besluit van de WHO dus toe.

Re:ageer