Wetenschap - 13 maart 1997

Eigen laboratoria met bewaakte ingang

Eigen laboratoria met bewaakte ingang

Eigen laboratoria met bewaakte ingang
Voedselwetenschappen wordt technologisch topinstituut
Voedselwetenschappen wordt een technologisch topinstituut, zo maakten de ministers van Onderwijs, Economische Zaken en LNV deze week bekend. Het instituut, dat nu nog alleen op papier bestaat, krijgt eigen laboratoria en er zullen zo'n honderd mensen komen te werken
De overheid steekt de komende vijf jaar jaarlijks elf miljoen gulden in het nieuwe instituut. Unilever, Gist-Brocades, het aardappelzetmeelbedrijf Avebe, ingredientenleverancier Cosun UA, Cebeco Handelsraad en de zuivelbedrijven besteden zo'n 9,5 miljoen; de LUW, het ATO-DLO en TNO Voeding samen vier tot zes miljoen. Bij elkaar ruim 25 miljoen gulden. Omdat het topinstituut de status van een stichting krijgt, hoeft het geen belasting te betalen
Het instituut, in het Engels Leading Technological Institute (LTI) geheten, is nu nog virtueel. Maar uit het businessplan blijkt dat de partijen streven naar eigen laboratoria. Deze komen niet noodzakelijkerwijs in een gebouw. In het Biotechnion kan een vleugel worden vrijgemaakt, op het ATO-DLO kunnen andere laboratoria worden ingericht en ook bij het Nederlands instituut voor zuivelonderzoek (Nizo) in Ede kan een groep haar domicilie hebben. Het enige zekere is dat het administratief hoofdkantoor aan de Diedenweg komt, in het voormalig Centrum voor milieu- en klimaatstudies
Het topinstituut stelt een directeur aan en drie programmaleiders. Zij krijgen een vaste aanstelling. Onder hen werken twaalf ervaren onderzoekers die steeds voor twee tot vier jaar worden aangetrokken. Daarnaast zal het instituut zo'n veertig junior-onderzoekers (postdocs en promovendi), 35 technici en negen stafleden tellen
Alleen de beste onderzoekers worden aangenomen. Wie dat zijn, bepalen de directeur en de programmaraad, bestaande uit de vertegenwoordigers van de elf deelnemers. Dat zijn er drie vanuit de kennisinstellingen en acht vanuit de bedrijven. De programmaraad, waarin de LUW wordt vertegenwoordigd door Vlag-directeur prof. dr Jo Hautvast, bepaalt welk onderzoek in het instituut komt. Het bestuur, met als LUW-vertegenwoordiger rector prof. dr Kees Karssen, controleert op afstand
Koolhydraten
Het eerste onderzoeksthema is voeding en gezondheid. Hieronder vallen bijvoorbeeld bacterien die het vetmetabolisme beinvloeden en daarom preventief zijn tegen hart- en vaatziekten. Ander onderzoek betreft de rol van niet-verteerbare koolhydraten bij maaginfecties en de genetische aanleg voor voedselallergie. Onder het thema structuur-functierelatie valt het chemisch onderzoek aan koolhydraten en eiwitten. Het procestechnologisch thema richt zich bijvoorbeeld op het ontwerpen van microbiologische cultures voor de verwerking van sojabonen. In de komende maanden moet de programmaraad de thema's afbakenen en de onderzoekers erbij kiezen, opdat het instituut zich duidelijk profileert
Om de beste onderzoekers naar Gelderland te halen, worden de werkomstandigheden zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt. In het businessplan staat een vierhoekige ster getekend, met middenin de star researcher. De steronderzoeker is verzekerd van een genereus salaris en vrijheid van reizen, publiceren, sabbaticals en conferenties. Hij krijgt geavanceerde apparatuur ter beschikking en hoeft niet meer dan vijf procent van zijn tijd aan projectwerving te besteden
In de eerste jaren krijgt het contractonderzoek voor individuele bedrijven geen prioriteit. Het topinstituut gaat ervan uit dat straks ook de concurrenten van de deelnemende bedrijven bij het instituut aankloppen. Geheimhouding van onderzoek moet dus gegarandeerd kunnen worden: er komt een aparte, bewaakte ingang voor de laboratoria van LTI om toegang van anderen te voorkomen
Geheimhouding
Daarnaast krijgen de wetenschappers van het topinstituut jaarlijks een training op het gebied van geheimhouding, veiligheid, vertrouwelijk onderzoek, toegang van bezoekers, schone tafelpolitiek, etc... Afhankelijk van het soort onderzoek zullen laboratoria toegankelijk zijn voor alle LTI-onderzoekers of alleen voor de security trained staff of gespecialiseerd personeel in bijvoorbeeld biomoleculair of radioactief onderzoek
De resultaten van het eigen onderzoek, dat dus deels door de overheid wordt gefinancierd, moeten de onderzoekers kunnen publiceren in wetenschappelijke tijdschriften. Commerciele belangen mogen publicaties niet langer dan vijftien maanden ophouden. Leiden resultaten tot octrooien, zo luidt een van de afspraken, dan hoeft geen van de partners licenties te betalen
In 1995 lanceerde minister Wijers van Economische Zaken het idee technologisch topinstituut. Toen toonden veel hoogleraren zich sceptisch: van tien miljoen gulden overheidssubsidie per jaar kun je geen grote reorganisatie verwachten. De vraag was waarom je naast de bestaande onderzoekscholen en de overheidsinstituten nog een apart instituut moet hebben. Navraag leert dat de betrokkenen nu de meerwaarde zien van programmafinanciering waarbij het bedrijfsleven een grote stem heeft. De onderzoekscholen en de overheidsinstituten werkten al wel samen met bedrijven, maar daarbij gaat het om projecten. Blijkbaar is het makkelijker een geheel nieuwe instelling in het leven te roepen dan bestaande instellingen te veranderen
Hoofdgebouw
De voorbereidingsfase is gepaard gegaan met meningsverschillen, zoals het conflict of het hoofdgebouw bij het Nizo in Ede of in Wageningen moest komen. Nu wordt het spannend of de partijen overeenstemming bereiken over de richting van het onderzoek. Een bedrijf dat smaakstoffen en enzymen verkoopt, kampt meestal met andere fundamentele problemen dan een zuivelleverancier. Daarnaast is het nog onzeker of het instituut contractonderzoek weet aan te trekken. Het LTI opteert voor projecten van de Europese Unie en onderzoeksfinancier NWO. Maar voor EU-projecten is vaak samenwerking met Europese bedrijven gewenst (waaronder concurrenten van de deelnemende bedrijven) en NWO financiert in de eerste plaats universiteiten
Of andere bedrijven dan de aangesloten partners LTI interessant vinden, is ook nog de vraag. Bij succes zal het vernieuwend onderzoek van LTI beschermd worden met basisoctrooien. Voor buitenstaanders is contractonderzoek op dat gebied dan al gauw niet meer interessant, omdat ze licenties moeten betalen

Re:ageer