Wetenschap - 6 maart 1997

Een van de weinige vakgroepen waar het studentenaantal sinds een paar jaar stijgt

Een van de weinige vakgroepen waar het studentenaantal sinds een paar jaar stijgt

Een van de weinige vakgroepen waar het studentenaantal sinds een paar jaar stijgt
Dr ir Pieter Schmidt, vakgroepsvoorzitter Bosbouw
Alleen de prachtige architectuur van gebouw Hinkeloord rest de vakgroep Bosbouw. Voor het overige hangen de mensen die deel uitmaken van de ooit bloeiende vakgroep met hun geloof, hun idealen maar vooral hun nagels aan de randen van het omstreden terrein. Dat is althans het beeld dat de buitenwacht heeft van de sedert vijf jaar zonder vakhoogleraar opererende vakgroep Bosbouw, waar een aio, als een soort koekoeksjong, alleen bij professoren van aanpalende vakgebieden kan afstuderen - zij het met hulp van universitair hoofddocenten van Bosbouw. Want afstuderen doe je immers bij een prof, niet bij een vakgroep
Daar denkt dr ir Pieter Schmidt, vakgroepsvoorzitter, toch iets genuanceerder over. Hij is het ermee eens dat een hoogleraar de inspirator van een vakgroep is, of zou moeten zijn. Degene die de richting aangeeft, de leider. Maar laten we eerlijk zijn - in de praktijk worden studenten en aio's toch grotendeels begeleid door docenten. Vaak krijgen ze de hoogleraar nauwelijks te zien. Ja, bij het afstuderen komt hij even om de hoek kijken.
In het stille gebouw, waar op vrijdagmiddag een enkeling rondloopt, legt Schmidt uit dat de sfeer op de vakgroep de laatste vier, vijf jaar enorm is verbeterd en dat de ideeen over het voortbestaan van de Bosbouw breed worden gedragen, van wetenschapper tot en met administratief personeel
Uitdagingen te over, meent de vakgroepsvoorzitter. Denk wat Nederland betreft alleen maar aan recreatie: het bos moet blijven en daarmee ook het vakgebied. Schmidt somt verschillende facetten op: bio-diversiteit, duurzaamheid, kleinschalig bosgebruik- en beheer door boseigenaren; de technische kant van bosbouw, machines. En ecologische teeltkunde, een kant van de bosbouw die volgens Schmidt belangrijk genoeg is om er een leerstoel aan te wijden
Na het vertrek van prof. Roelof Oldeman is de lege plek van vakhoogleraar nog niet ingevuld, ondanks drie pogingen daartoe. Schmidt: Jammergenoeg is het niet gelukt iemand aan te trekken. Toch waren er drie verschillende profielen, ieder met andere elementen. Tweemaal wees het college van bestuur de kandidaat af, waarbij ik begrip had voor hun argumentatie. De derde keer vond de kandidaat het gebied veel te breed. En dat is het ook. Je zou naast de hoogleraar en onder diens autoriteit een universitair hoofddocent moeten aanstellen. De hoogleraar doet immers normaal ook maar beperkt onderwijs en onderzoek. Het is hartstikke jammer dat die derde poging is mislukt.
In de wandelgangen is een veelgehoorde mening dat Bosbouw een aflopende zaak is. Je kunt beter in het buitenland promoveren. Zo'n beeld is ook niet bevorderlijk voor het imago van de vakgroep. Heel beslist: Nee! Een aflopende zaak is Bosbouw absoluut niet. We zijn een van de weinige vakgroepen waar het studentenaantal sinds een paar jaar stijgt! Zeker, een en ander is voor de vakgroep niet bepaald motiverend. Het levert onzekerheid en frustratie op. Maar de LUW oordeelt nog altijd vanuit de oude situatie. Intussen hebben we veel onderwijs en onderzoek verbeterd. Daar is de nieuwe studierichting Bos- en natuurbeheer uitgekomen. We werken hard aan de opbouw van nieuwe vakken. Die vernieuwing dringt nu heel langzaam door.
Naast het ondersteunend personeel - tien vaste medewerkers - telt de vakgroep vijf aio's, veertig afstudeervakkers en veertien wetenschappers. We zijn met z'n allen bezig om de studenten niet de dupe te laten worden. Gezamenlijk hebben we een nieuw scenario geschreven voor het profiel voor de leerstoel Bosbeleid en -beheer, een van de facetten van Bosbouw. Zelf kunnen we verder niets ondernemen. Het college stelt voor, de universiteitsraad bepaalt. Wij kunnen niets anders doen dan afwachten. Maar het duurt veel te lang. Er moet nu snel een oplossing komen. Steeds je promovendi bij aanpalende hoogleraren onderbrengen is voor niemand leuk. Zolang je dat bordje met de titel professor niet op de deur hebt hangen, kun je aan dat promoveren niets veranderen. De eigenaardigheid van bosbouw is dat je het vakgebied niet kunt overdragen aan hoogleraren buiten de vakgroep.
Dus het gaat alleen om die titel? Bosbouw kan alleen overleven met dat bordje op de deur? Nu kan er een lachje af Nee, zo negatief wil ik het ook weer niet stellen. Maar zo'n titel helpt wel. Net zoals je zegt: Geld maakt niet gelukkig, maar het helpt wel. Iets van die strekking.
Vakgroepsbeheerder Annelies Leijdeckers kijkt even om de hoek. Ook zij is ongelukkig met het beeld van de vakgroep dat op de LUW leeft. Ik vind die stigmatisering zo erg. Tot in de timmerwerkplaats denken ze dat we een vakgroep zijn waar altijd ruzie is. Hoe komen we aan dat stigma? Het is absoluut niet waar. Maar een vakgroep zonder vakhoogleraar wordt in de universtitaire wereld niet serieus genomen. En dat is wel waar.

Re:ageer