Wetenschap - 12 maart 1998

Een schande voor de natie, die moet uitgewischt worden

Een schande voor de natie, die moet uitgewischt worden

Een schande voor de natie, die moet uitgewischt worden
Drie vrouwelijke promovendi krijgen stipendium
De vraag of fondsen nodig zijn om vrouwelijke wetenschappers een steuntje in de rug te geven, moet aan de hand van cijfers met een noodzakelijk ja worden beantwoord. Dat stelde prof. dr Henriette Maassen van den Brink op 9 maart tijdens de uitreiking van de Storm-van der Chijs-stipendia. Drie vrouwelijke promovendi ontvingen elk drieduizend gulden. Maar who the hell was mevrouw Storm-van der Chijs?
De Wageningse werkgroep Vrouw en Arbeid 1898-1998 nam eind vorig jaar het initiatief tot oprichting van het Storm-van der Chijsfonds, met het doel vrouwelijke wetenschappers van de LUW en het Kenniscentrum Wageningen in werk en loopbaan te ondersteunen. De bedoeling is dit evenement tweejaarlijks te herhalen
Uit de veertien vrouwen die door hun promotor werden voorgedragen, selecteerde een jury de socioloog Gemma van der Haar, proceskundige Suzanne Gerwen en zootechnicus Lida Pet-Soede. Maassen van den Brink, hoogleraar Economie van het huishouden, reikte de prijzen uit en benadrukte dat ondersteuning bittere noodzaak is. De verhoudingen in het wetenschappelijk onderwijs zijn schrijnend: naarmate de rang stijgt, daalt het aantal vrouwen. Zo daalt het percentage vrouwen aan de LUW van 42 procent bij de aio's, via 26 procent van alle gepromoveerde aio's en 23 procent van het wetenschappelijk personeel naar elf procent van het personeel in vaste dienst. In de hogere regionen daalt hun inbreng verder; ze maken zes procent uit van de universitaire hoofddocenten en slechts vier procent van de hoogleraren is vrouw
Maassen van den Brink pleitte voor meer geld voor vrouwelijke promovendi, waarbij ze het geringe bedrag in Wageningen vergeleek met het stipendiafonds van de Universiteit van Amsterdam van een half miljoen gulden en het Nijmeegse fonds van twee ton. Het aantal voorgedragenen bedroeg veertien. Dat duidt dus op een groot potentieel. Daar moet ruimte voor komen.
Visserij
Prijswinnaar Suzanne Gerwen weet nog niet precies wat ze met het geld gaat doen. In verband met haar onderzoek naar de veiligheid van levensmiddelen zou ze wel een tijdje in een buitenlands instituut willen rondkijken. En tijdens buitenlandse cursussen uitdragen waar ik mee bezig ben. Dus ik denk dat ik het in die richting ga zoeken.
Lida Pet-Soede, die de handel en het transport in de tropische visserij onderzoekt, wil de prijs gebruiken voor een congres in Chili in november. En ik zag op de mail nog iets langskomen over een congres in Seattle, ook in november. Dat zou dan mooi aansluiten. Over zes weken komt haar eerste kind. Dat gaat mee naar Chili. Natuurlijk, je kunt zo'n kind toch niet zomaar achterlaten?
Eerder had Margreeth van der Burg, een van de initiatiefnemers, de naamgever van het fonds geportretteerd. Anna Margaretha Maria Storm, geboren Van der Chijs, werd in 1814 geboren te Delft uit welgestelde ouders. Zij was de eerste vrouw die in 1863 als spreker deelnam aan het Nederlandsch Landhuishoudkundige Congres. Ze vocht voor het spreekrecht van vrouwen, die toen niet tot de universiteit werden toegelaten
Ze moest haar kennis elders verwerven en bereisde de wereld, bracht zaden en planten uit vreemde oorden mee, verdiepte zich in de rijstteelt van de indianen, schreef veel artikelen en stortte zich in de discussies over de noodzaak van vakonderwijs voor vrouwen in de landbouw. Haar grote bereisdheid ontlokte haar de volgende uitspraak tijdens een Landbouwhuishoudkundig Congres (1865) toen zij Nederland vergeleek met andere landen: In geen beschaafd land van Europa staat de vrouw thans op zulk laag standpunt, wat haren werkkring betreft, als in Nederland. Dat is een schande voor de natie, die moet uitgewischt worden.

Re:ageer