Wetenschap - 23 mei 1996

Een organisatie, twee gezichten

Een organisatie, twee gezichten

Reacties op Peper

Bram Peper heeft een goed voorstel geformuleerd voor de bundeling van het Wageningse onderzoek, vinden LUW-rector Karssen en DLO-directeur Van Zaane. Beiden hebben behoefte aan afstemming van taken en een betere doorstroming van kennis. Maar de twee werkmaatschappijen in de holding moeten wel een eigen gezicht houden. Ze zijn er nog niet uit wie van de twee het strategische onderzoek moet verrichten.


Karssen

Ik heb het advies van Peper niet ervaren als een veeg uit de pan, maar meer als een stevige ondersteuning van de beleidslijn van het college van bestuur", stelt LUW-rector prof. dr C. Karssen. Samen met DLO zijn we immers aan het Kenniscentrum Wageningen bezig, waarin we onze activiteiten willen bundelen, onder andere om daardoor samen een sterke internationale positie in te nemen."

Karssen stemt in met het advies van Peper dat minister Van Aartsen de centrale regie moet voeren over de reorganisatie. Dat zeggen we al jaren. Iemand die boven de partijen staat moet Wageningen als kenniscentrum op de wereldkaart houden."

Peper wil van de LUW en DLO een holding maken, met twee werkmaatschappijen. De term universiteit komt niet meer voor. Is er straks nog een Landbouwuniversiteit en een rector magnificus?

We hebben er als college van bestuur steeds op aangedrongen dat de universiteit als herkenbare identiteit moet blijven bestaan. Ik zie nu een werkmaatschappij voor wetenschappelijk onderwijs, waarin onderwijs en nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek worden geintegreerd. Er blijft een herkenbare universiteit over. Noem dat dan ook zo."

DLO kan niet onze exclusieve partner worden; we moeten ook samenwerken met TNO en de Universiteit Utrecht. Dat is belangrijk, anders dreigt er isolatie en verstikking onder de stolp Wageningen. Verder ben ik blij dat Peper de internationale dimensie zo nadrukkelijk noemt. Voor het voortbestaan van Wageningen is die nodig, omdat wij te groot zijn voor de land- en tuinbouw in Nederland."

In zijn rapport adviseert Peper een afname van het aantal studierichtingen in de eerste fase. Minister Ritzen en de commissie-Veldhuis willen dat. Het college en de universiteitsraad hebben ook op die lijn gezeten, maar het plan leed schipbreuk omdat we geen vier- en vijfjarige opleidingen konden samenvoegen."

Karssen leest niet in het rapport dat een algemene studierichting als Biologie voortaan elders moeten worden verzorgd. We hebben de fundamentele biologische wetenschappen hard nodig voor een duurzame landbouw. Dus die vakgroepen zitten terecht hier. Natuurlijk moeten die fundamentele wetenschappers nauwe relaties onderhouden met elders. Van die relaties is de kwaliteit van de toegepaste richtingen afhankelijk."

Het is de rector opgevallen dat Peper te lage studentenaantallen noemt voor Wageningen. Die cijfers deugen niet. Peper noemt drieduizend, het aantal dat uit het bekostigingsmodel van het ministerie rolt. Maar volgens het CBS studeerden op 1 december vorig jaar bijna 4500 studenten aan de LUW. Dat zullen we even doorgeven."

De LUW en DLO moeten onderzoek uitwisselen.

Ja, stukken fundamenteel DLO-onderzoek moeten bij de LUW en wij moeten een deel van de derde geldstroom aan DLO overdragen. Dat is het meest ingrijpende voorstel in het rapport. Dat afstoten van contractonderzoek is niet eenvoudig; zonder die inkomsten zal een aantal vakgroepen in de problemen komen bij het verzorgen van onderwijs. Een waterscheiding tussen LUW en DLO geeft helderheid, maar je moet een grote scheiding voorkomen. Er liggen grote gevaren op de loer en ik heb geen pasklare oplossing."

Peper wil de concurrentie tussen DLO en LUW opheffen.

Ja, er dreigt branchevervaging, maar dat pad is DLO door het ministerie van LNV opgestuurd. Tijdens het fusieproces waar de huidige, grote instituten uit zijn ontstaan heeft LNV aangedrongen op versterking van het fundamentele onderzoek bij DLO. Dat hebben ze zeer goed opgepakt, maar daarmee zijn ze wel naar ons toe geschoven. Als LUW onderdrukken we de drang om toegepast bezig te zijn."

Volgens Peper gaan LUW-vakgroepen de markt op met toegepaste klussen om de aanwezige capaciteit op peil te houden.

Ja, maar laten we eerlijk zijn: opdrachtgevers komen toch ook gewoon naar ons toe! Kennelijk bieden we goede produkten. Derde geldstroom is niet alleen toegepast onderzoek; bedrijven leggen meer en meer fundamenteel onderzoek bij ons neer."

Toch is er overlapping, zegt Peper, waarop vijftig a honderd miljoen te bezuinigen valt.

Ja, maar dat geld heb je nodig voor de herstructurering. Het is een reorganisatie met gesloten beurzen. Dat is een forse opdracht, maar er valt mee te leven. Ook dat Peper om een werkgelegenheidsgarantie vraagt. Hier zien we de socialist Peper; heel goed."

De reorganisatie heeft tot doel om meer samenhang en kracht te geven aan een aantal innovatieve onderzoeksthema's op het gebied van de voedselkolom en de groene ruimte. Laat de LUW daar nu steken vallen?

Op het gebied van de voedselkolom is de LUW erg sterk, maar het onderzoek op het gebied van de groene ruimte is minder ver ontwikkeld. Op dat terrein hebben wij geen gezicht, terwijl bij DLO het Staring-centrum en het Instituut voor Bos- en Natuurbeheer er geconcentreerd aan werken. Ook hier kunnen we dus in groter verband gaan denken om onze doelen te bereiken."

Van Zaane

Het rapport van Peper is een waardevolle bijdrage aan de discussie over de kennisinfrastructuur", meent de directeur Onderzoek van DLO, dr D. van Zaane. Peper wil de samenhang versterken en dat is een goede zaak. Bovendien zorgt hij ervoor dat we nu minder benauwd zijn om elkaar visies voor te leggen. Op die wijze kan zijn rapport blokkades doorbreken."

Signaleert Van Zaane in het Peperrapport een aantal vegen uit de pan? Minister Van Aartsen vindt het project Kenniscentrum Wageningen van LUW en DLO te langzaam gaan. Wij stonden een evolutionair model voor, Peper komt nu met ingrijpende maatregelen die snel moeten worden ingevoerd. Dat betekent een top-down-benadering, met behulp van formateurs. Hopelijk leggen die de werkvloer niets op, maar lokken ze samenwerking uit. Onderzoekers hebben moeite met opdrachten, die willen als professionals een zekere vrijheid en eigen verantwoordelijkheid. Bovendien moeten de beslissingen straks laag in de organisatie worden genomen; er moet een bottom-up-proces op gang komen."

Van Zaane doelt hiermee met name op het ontstaan van de holding Wageningen, de samenvoeging van LUW, DLO en proefstations. Hij wijst erop dat Peper ook de term concern heeft gebruikt, wat naar zijn mening een sterkere integratie van de beide delen zou betekenen. De aansluiting tussen fundamenteel en toegepast onderzoek is wezenlijk. Anderzijds moeten zowel de universiteit als het toegepaste onderzoek een duidelijk eigen gezicht en imago houden in de markt. Tot die markt reken ik dan ook de overheid."

Doorkruist het Peper-advies de ambitie van DLO om fundamenteel onderzoek te doen?

De termen fundamenteel, strategisch en toegepast onderzoek zijn niet uitgewerkt in het rapport. We doen aan strategische expertise-ontwikkeling bij DLO. Daar willen onze marktpartijen niet direct voor betalen, maar dat onderzoek hebben we nodig om sterk en innovatief te blijven als onderzoeksorganisatie. Daarmee komen we meer in de buurt van de kerntaken van de LUW, maar ik vind het essentieel dat ook DLO-nieuwe-stijl capaciteit moet hebben om zijn expertise te onderhouden en te vernieuwen."

Zijn de onderzoekscholen daar niet voor bedoeld? Peper schrijft ze een belangrijke rol toe bij de kennistransfer.

Ik zie de onderzoekscholen als nuttig en een zeer goed instrument voor de kennistransfer. Maar daarnaast moet een onderzoeksorganisatie de vaardigheid ontwikkelen voor bepaalde technologieen. Dat we dat in samenhang doen met de onderzoekscholen lijkt me logisch."

Er zal een afbakening komen tussen de twee werkmaatschappijen; we krijgen een zekere uitruil van gebieden. De grenzen moeten nog helder worden. Het rapport zegt dat het extern gefinancierde onderzoek van het bedrijfsleven niet meer bij de LUW past. Dat zou ertoe kunnen leiden dat de LUW een uitzondering wordt ten opzichte van de andere universiteiten. Die worden juist beloond als ze zich ondernemend opstellen, omdat ze daarmee essentiele onderwijs- en onderzoeksfuncties in stand kunnen houden."

LUW en DLO hebben verschillende culturen.

Die zijn er, maar die moeten worden overwonnen. Je houdt verschillende orientaties en verschillen in aansturing, denk ik. Bij het nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek ligt een verantwoording achteraf het meeste voor de hand, terwijl DLO zich orienteert op de vraag van de klant. We kunnen veel van elkaar leren, als de mensen een mentale omslag maken. Juist op het raakvlak van DLO en LUW kom je problemen tegen en is afstemming nodig. Je hebt een hele zware jongen, of meisje, nodig die dat kan aansturen."

Beinvloedt dit plan het verzelfstandigingsproces van DLO?

Het proces van verzelfstandiging loopt al heel lang en iedereen wordt er een beetje moe van. Peper geeft nu aan dat we met kracht moeten doorgaan; de aansturing van de overheid komt nu op een grotere afstand. Maar Peper stelt ook een integratie met delen van proefstations voor. Die verkeren in een andere juridische situatie, wat onze verzelfstandiging kan ophouden. Maar je kunt ook zeggen: DLO gaat full speed door en de rest volgt daarna. De aansturing bij de LUW verloopt nu via een bestuurscollege en een universiteitsraad, maar minister Ritzen wil die bestuursstructuur aanpassen. Die wet is dus vrij belangrijk."

Er moet vijftig a honderd miljoen gulden worden bezuinigd.

Peper denkt dat geld te kunnen halen uit de overlap aan taken en hij wil de afvloeiing van mensen daarmee betalen. Maar ik vraag me af: als de situatie straks gezond is, wat dan? Gaat dat geld dan naar strategische vernieuwingen of naar de schatkist? Nederland scoort internationaal niet hoog met zijn budget voor technologie-ontwikkeling. De afgelopen tien jaar is op DLO bezuinigd via allerlei operaties als GEO en Tuba. We zijn van dertig naar elf instituten gegaan en hebben daarmee al veel efficientie gewonnen. Nederland zal toch fors moeten blijven investeren in landbouwwetenschappen."

Re:ageer