Wetenschap - 20 februari 1997

Een hoogleraarloze vakgroep is als Ajax zonder Van Gaal

Een hoogleraarloze vakgroep is als Ajax zonder Van Gaal

Een hoogleraarloze vakgroep is als Ajax zonder Van Gaal
Jan Jansen, griffier
Het Hoofdgebouw op het Salverdaplein, daar keek je vanuit de vakgroep - ik zat toen bij Tuin- en landschapsarchitectuur - letterlijk tegenop. Ik herinner me dat dikke tapijt, waar je vanzelf al op je tenen overheen liep - nou ja, dat ligt misschien aan mij - en de dames secretaressen, die de gangen bewaakten... Het faculteitsbestuur in de Herenstraat had het altijd over De Overkant. Het boterde nooit zo. Het college van bestuur ging over geld, de anderen over inhoud. Oud-rector Henk van der Plas zei altijd: Heren bazen niet over geld! Bij hem ging de inhoud voor. We zien later wel hoe we aan geld komen, redeneerde hij.
Tegenwoordig is het college van bestuur verantwoordelijk voor de hele mep - inhoud en geld. Rector Cees Karssen staat onder veel meer druk. Geld bepaalt alles. De groep die uit de eerste geldstroom zijn budget krijgt, is zo klein - als we geen derde geldstroom hadden, zou er veel minder onderzoek worden gedaan.
Over de verhouding tot de rector: Jan en Alleman tutoyeren mekaar. Het is een hoofdgebouw-cultuur. Ik had het daar moeilijk mee en omzeilde het; ik zei de rector als ik het over hem had. We zijn nu op voornamen overgestapt. De verhoudingen zijn heel open. Zoals dit hele Bestuursgebouw; je kunt de rector in zijn kamer zien zitten.
Ik zit op de Griffie ter ondersteuning van de rector. Ja, hoe komt een architect als ik bij de Griffie? Het werd me gewoon gevraagd, toen Tuin- en landschapsarchitectuur (tegenwoordig Ruimtelijke planvorming, red.) dreigde te worden opgeheven. Wat niet is gebeurd, gelukkig!
De rector heeft tegenwoordig E-mail; zijn E-mail-brievenbus zit altijd bomvol. In het oude gebouw liep ik eindeloos heen en weer met een stuk dat moest worden ondertekend; nu stuur ik in een handomdraai dikke rapporten de hele wereld over. Karssen hoeft niet meer via de secretaressen berichten door te geven, dat gaat zonder oponthoud via de E-mail. Er zijn wel hoogleraren die hun E-mail niet lezen, dat is vervelend.
De secretaressen wacht dus hetzelfde lot als de afdeling Tekstverwerking? Heel beslist: Nee! Je kunt een secretaresse niet door een computer vervangen.
Schrijven vindt Jansen boeiend. Bestuurlijke boodschappen op papier zetten die voor anderen van belang zijn - zowel voor het college als voor vakgroepen en de raad - dat doe ik erg graag. Ik heb altijd degenen voor ogen voor wie de boodschap is bestemd. Als ik het niet kan opschrijven, deugt de gedachtengang van het college niet! Dan zeg ik ook: Dit kan ik niet opschrijven! En dan? Dan denken ze na! Dan pas?! Luid gelach. Een gedachtengang gaat een paar keer heen en weer. De griffier moet het college uitdagen om scherp te zijn.
In de faculteit heerst nogal eens de mening dat die gedachtengangen van de ambtenaren zouden zijn. In mijn geval is dat beslist niet zo. Ik schrijf op wat in het college wordt besproken. Finesses en formulering worden mede door het college ingegeven, echt waar.
Jansen houdt zich op de Griffie bezig met het leerstoelenplan en de hoogleraarsbenoemingen. Dat zijn complexe zaken. Bij Bosbeleid bijvoorbeeld ging het drie keer mis met de benoeming. Dat kost veel tijd. Nu komt er waarschijnlijk een nieuwe benoemingscommissie en gaat de werving verder met een ander profiel. Het is niet zo eenvoudig om dit soort dingen helder op papier te krijgen. Zo'n hoogleraarloze vakgroep - dat is als Ajax zonder Van Gaal! De vakgroep wordt kwetsbaar als het lang duurt; de hoogleraar bepaalt toch het gezicht. Je studeert af bij een hoogleraar, niet bij een vakgroep. Ik heb veel respect voor hoogleraren die in staat zijn een complexe groep van professionals te coachen. De dames en heren met babbels. Die behoorlijk terug kwekken. Aan een hoogleraar worden enorme eisen gesteld! Die moet ook maar alles kunnen. Een vakgroep kan een hoogleraar slopen. Dan hoeft hij niet eens een slecht docent te zijn of gebrek aan aanzien bij de studenten te hebben. Maar de verwachtingen zijn altijd hoog gespannen. En dan krijgt zo'n hoogleraar vaak te weinig middelen om zich waar te maken. Maar zijn opdracht is wel het docentschap en dat moet hij met hart en ziel zijn toegedaan. Dat kun je nooit via een manager oplossen. Hij is in feite de bovenmeester en dat moet hij blijven!
Het zijn vrijwel altijd mannen die solliciteren naar een hoogleraarsbaan. Heel weinig vrouwen. Die kijken wel uit om die zware klus met een gezin te combineren. Volgens de Amerikaanse hoogleraar Vrijetijdsbesteding in Tilburg, Juliette Schor, slepen vrouwen die in dit land carriere willen maken nog steeds de hele traditionele Nederlandse gezinsmoraal met zich mee. We kennen hier bijvoorbeeld geen au pairs. Tussen de dertig en de veertig jaar zijn mannen het productiefst en besteden ze alle tijd aan hun loopbaan. Vrouwen krijgen in die periode hun kinderen. Ja, ik weet dat ik me niet geliefd maak met zulke uitspraken.

Re:ageer