Wetenschap - 1 oktober 1998

Een heer van stand

2

Een heer van stand

Een heer van stand
Chiel de Ranitz verlaat de LUW
Hij was jarenlang de buitenlandmanager van de Landbouwuniversiteit. God, wat heb ik veel vergaderd. Maar nu gaat hij weg. Het leek me heerlijk om geen last meer te hebben van structuren. Nog eenmaal zet hij een lobby op touw, tegen de bezuinigingen op het LUWonderwijs. Een liefhebber van eten, drinken, sigaren en de eenarmige bandiet: jonkheer Chiel de Ranitz
De interview-afspraak is typisch tot stand gekomen: een week eerder, laat op de avond in cafe Terminus - hij had net driehonderd gulden in de fruitautomaat gestopt en richtte al zijn aandacht op het spel. Maar hij weet zich nog de afspraak te herinneren: op het terras van Spaans restaurant Toledo, waar Chiel de Ranitz tot de vaste klantenkring behoort. Veel mensen noemen mij hier algemeen directeur, maar ik was voorzitter van de geldschietersclub. De eigenaar heeft de lening allang terug betaald. Ik geef nu alleen nog adviezen, zoals over de aanschaf van een nieuw gasfornuis. En afgelopen week heb ik nog vijftien wildgerechten geproefd voor het restaurant.
Voortdurend groet hij de gasten van het restaurant: een hoogleraar, een financieel deskundige, een sigarenhandelaar en enkele medewerkers van de afdeling Kennisbemiddeling, waarvan hij tot 1 oktober hoofd is. Nu verlaat hij de universiteit
De Ranitz is jonkheer. Adel van twee kanten, verklaart hij, mijn moeder was een Veith. Een juristen-familie, de relatie met de landbouw loopt via bankiers. Zijn familie had de grootste bank in Groningen, die her en der in de provincie land had als belegging. De Ranitz is commissaris van een groot akkerbouwbedrijf in Groningen, tevens het laatste stuk land van deze bank. Bovendien heeft hij een embryobedrijfje gehad op het veehouderijbedrijf van Pieter ter Veer
Een jaar geleden, toen ik 25 jaar in dienst was, heb ik besloten om ermee op te houden. De reden? Ik kan goed in structuren leven en manipuleren, maar het leek me heerlijk om geen last meer te hebben van structuren. Ik dacht vroeger sterk in structuren, toen ik nog bij de afdeling Planning werkte, maar daar ben ik van afgestapt. Neem de beoordeling van internationale projecten. Je kunt je druk maken over de begroting en de organisatie, maar de kern van de zaak is: de instelling daar moet redelijk stabiel zijn, iemand hier moet redelijk stabiel zijn, mensen moeten met elkaar kunnen opschieten en ze moeten gemotiveerd zijn. Dat is het.
VN-resolutie
In Nederland regelen we het onderwijs op papier, bij wet. We doen net of alle Wageningers hetzelfde wetenschappelijke niveau hebben. Ik was eerst ook zo'n functionalist, maar ik ben ervan teruggekomen. Je moet naar de persoon kijken; als je de gave hebt om goede mensen uit te zoeken, ben je verder. Ik ben sinds 1985, toen ik hoofd van Bureau Buitenland werd, verantwoordelijk voor personeel. Het belangrijkste is: hoe motiveer je ze?
Net voor zijn afscheid is hij nog een lobby begonnen tegen de bezuinigingen op het LUW-onderwijs. Die loopt via Pieter ter Veer, al jaren een goede vriend van De Ranitz en momenteel voorzitter van de landbouwcommissie van de Tweede Kamer. De Ranitz heeft een gesprek geregeld tussen Veerman en Ter Veer
De afgelopen jaren heeft De Ranitz veel gelobbyd voor de LUW. Het moet geen verplichte figuur zijn. Je kunt alleen maar succesvol lobbyen als je zelf overtuigd bent. Zijn meest spraakmakende succes was het doorgaan van de universitaire ontwikkelingssamenwerking met Vietnam. Volgens een VN-resolutie moest de samenwerking worden stopgezet toen Vietnam in 1979 Cambodja binnenviel. Die inval werd veroordeeld, omdat de VS en China beide Pol Pot in het zadel wilden houden, memoreert De Ranitz, toentertijd voorzitter van de commissie waar de universitaire projecten onder vielen. Hij wist de samenwerking te redden bij VVD-minister Eegje Schoo door het VVD-Kamerlid Greetje den Ouden-Dekkers voor zijn ideeen te winnen
Twee jaar geleden werd De Ranitz door Vietnam geridderd voor bewezen diensten. Ze moesten heel lang wachten met de onderscheiding, de samenwerking lag lange tijd gevoelig. Je moet soms veel geduld hebben, ook bij het opbouwen van onderzoek en partners. Dat staat haaks op de bedrijfsmatige visie om snel resultaat te halen.
Vacaturestop
Hij heeft de afgelopen jaren veel contracten afgesloten met buitenlandse partners van de LUW. Meestal zijn er meerdere financiers en partners bij betrokken. Dan zeg ik niet dat de anderen het maar moeten slikken zoals wij het willen, nee, ik wil ze plezieren. Daarom is de financiele situatie vaak ook zo ingewikkeld; zij bepalen mede de voorwaarden. Het bestuur wil dit projectenbeheer nu decentraliseren, maar als je als departement een paar projecten naar gerieve van de financiers wilt inrichten, heb je erg veel deskundigheid nodig. Uit het oogpunt van klantgerichtheid zijn kanttekeningen te plaatsen bij decentralisatie.
Hij maakt zich ernstig zorgen over de vacaturestop aan de LUW. De stop geldt niet voor extern gefinancierde aio's en postdocs, maar wel voor andere projecten. Die moeten gedaan worden door de 45-plus-medewerkers, maar dat lukt vaak niet.
Je kunt op een universiteit niet van boven af zeggen: we gaan de derde geldstroom uitbreiden. Dat zijn dode letters, behalve als je beneden in de organisatie de mensen hebt die het kunnen binnenhalen. Veerman haalt namelijk geen geld binnen voor waterzuivering, Lettinga wel.
De Ranitz merkt op dat de universiteit de afgelopen decennia veel internationaler is geworden. Wageningen was eenzijdig internationaal: wij gingen naar het buitenland, maar ons onderwijs was gesloten voor buitenlanders. Eind jaren zeventig deden we voor twee miljoen gulden buitenlandprojecten, nu voor twintig miljoen, exclusief de EU. Vanuit die projecten kwam er vraag naar onderwijs hier, men wilde graden halen. In 1985 heeft rector Cees Oosterlee het MSc- en PhD-onderwijs opengebroken. We hebben nu jaarlijks 175 MSc-studenten en zo'n 35 promoties van buitenlanders. Dat is een enorme prestatie.
Versleten
Een half jaar geleden kreeg hij ernstige rugklachten. Ik dacht dat ik niet kapot te krijgen was, maar dat bleek niet te kloppen. Ook kan ik het enthousiasme moeilijk meer opbrengen. Iemand komt met een nieuw idee en ik reageer: zie wat er in 1972 en 1988 van terecht kwam. Of je zegt: de nieuwe projectleiders van Wageningen UR zitten in een leerproces. Dan geef je ze eigenlijk niet de kans, in die zin ben ik versleten.
Bovendien relativeer ik sterk de waarde van mijn werk. In 1973 zat ik in de werkgroep LH Waarheen?. Een geweldig fantasierijke commissie, met Niels Roling en Cees de Wit. We hebben 57 keer vergaderd, fantastische dingen bedacht, maar er is niets mee gebeurd. Ik heb toen geleerd: een plan moet passen in het politieke klimaat. Een aantal ideeen is tien jaar later uitgevoerd. Was het nuttig? Laatst bracht ik een oude dame naar de oogkliniek. Daar ben je de hele dag mee bezig en het geeft een tevreden gevoel. Ik kan het niet op mijn conto schrijven om een lintje te krijgen; een vergadering met de minister levert meer credits op. God, wat heb ik de afgelopen jaren veel zitten vergaderen.
Ik heb me laten readen. Ik moest me onthechten van de universiteit, was het advies. Dat is niet gelukt, ik zit nu nog te lobbyen. In mijn laatste werkweek heb ik nog vier vergaderingen en een beoordelingsgesprek. Daarna? Ik tuinier veel, ik eet van wat ik zelf verbouw. Ik kweek zelfs mijn eigen asperges. Ik ga heel ver met tuinieren. De fruitautomaat is meer een afleiding, bijkomen van de dag, vrij wezenloos. Nee, ik fiets veel, eigenlijk ben ik een buitenmens.

Re:acties 2

  • Atze de Groot

    zijn we er nog Chiel?


    Met gr.

    Atze

    Reageer
  • famgroot@kpnmail.nl

    Je rug OK Chiel?

    Met gr.

    Atze

    Reageer

Re:ageer