Wetenschap - 5 februari 1998

Een eerstejaars heeft geen tijd voor een baantje

Een eerstejaars heeft geen tijd voor een baantje

Een eerstejaars heeft geen tijd voor een baantje
Wouter Tigges, technisch assistent Diertaxonomie
Wouter Tigges noemt zichzelf een heel vrouwvriendelijk mens. De overbescheiden technisch assistent bij Diertaxonomie, onderdeel van Entomologie, is 31 jaar aan de LUW verbonden. Ik treed niet graag op de voorgrond en ben eigenlijk bang om in een blad te staan met een verhaal; ik vraag me af hoe anderen daar tegenaan kijken. Ik heb echt geen pretenties. Ik assisteer, dat is alles.
De laatste achttien jaar is hij practicumassistent bij Diertaxonomie. Hij is oud-lid van de Nederlandse Jeugdvereniging voor Natuurstudies (NJN). Ik denk dat dat een pre was indertijd, toen ik solliciteerde, zegt hij. Zo af en toe ontmoet hij onder de studenten een fellow traveller en dan klikt het meteen. Het is een soort jeugdsentiment.
Ik zet alles klaar voor de practica, verzorg de collectie geleedpotigen op alcohol, die de studenten moeten determineren. Ik kijk of de collectie in goede conditie is en vervang beesten indien nodig. Meestal vangen we ze zelf tijdens het veldwerk, of ik neem ze mee uit het buitenland. Ik doe ook veldwerk met de studenten. Dan leren ze insecten te vangen met zuigbuis, net, vallen en kleine vangbuisjes. En dan komen ze bij mij: Wat is dat? Wat denk je dat je hebt?, vraag ik dan. De verschillen onderling zijn enorm. Soms weten vooral de NJN'ers meer dan de begeleider. Over zweefvliegen of vleermuizen bijvoorbeeld. Het is hun hobby.
De studenten zijn veel vrijer geworden. Soms te, constateert Tigges. Hij lacht verontschuldigend. Ik vind dat je niet met je rug naar de prof toe antwoord kunt geven op een vraag. In Belgie mag je tijdens het college geen vragen stellen, die moet je bij de secretaresse deponeren. Hier praten studenten tijdens het practicum door de uitleg van docent of practicumleider heen. Dat is heel storend; je moet het weer uitleggen. Gaat er daarna iets fout, dan kan ik wel eens geirriteerd raken. Ze moeten toch hun punten halen? Zonder punten geen studiebeurs! Maar ik ben heel vergevensgezind, voegt hij er zachtmoedig aan toe
Om het jaar begeleidt hij met een aantal docenten een groep studenten naar de Pyreneeen, waar ook veldwerk wordt gedaan. Eerst naar de kust, naar Perpignan. Daar kijken we naar de vogels. Het valt mij steeds weer op dat het altijd jongens zijn die met een verrekijker naar de vogels kijken, nooit meisjes. Die weten weer veel meer van plantjes.
Na de kust gaat de groep naar een soort hotel in de bergen. Het is een fijne plek. Na het stoffige, droge gebied van Perpignan, eind juni, is het fris in de bergen, waar dan nog velden vol narcissen bloeien. En vanuit je kamer kijk je tegen de sneeuw aan.
Als je zo lang met studenten optrekt zie je natuurlijk veranderingen. Ja. Als ik de situatie vergelijk met toen ik in Wageningen kwam, is een ding heel duidelijk: de verhoudingen tussen meisjes en jongens zijn volkomen veranderd. Veel studenten van nu weten niet dat er destijds een meisjessocieteit was en een meisjessoos met boerenbonten gordijnen en rotan stoeltjes. Ze hebben zichzelf opgeheven, hoor, ze wilden naar Ceres. Qua type stonden ze daar het dichtst bij. Ik was verbaasd over het felle verzet van Ceres tegen de aansluiting van die meisjes. Maar het was de tijd waarin samenwonen reacties uitlokte als Sodom en Gomorra!. De tijd dat je niet zonder stropdas naar SSR kon gaan. Ik merk nu dat er kameraadschap tussen de jongens en meisjes is ontstaan. Dat vind ik een van de belangrijkste veranderingen in het studentenleven. Toch komt het nog wel voor dat een meisje in een studentenwoongroep wordt toegelaten omdat ze een lekker wijf is. Maar dat wordt veel minder.
Dat steeds meer studenten gaan werken, is ook een verandering. Tigges vertelt geamuseerd hoe een student zich op de eerste dag van een practicum bij de studiecoordinator kwam beklagen over de zwaarte van het practicum. Wij vonden de klacht onterecht en het was vervelend dat de klacht niet direct tegen ons, de begeleiders, werd geuit. Maar ze raken gestrest. Hoe moet ik in 's hemelsnaam die punten halen? Want vaak werken ze 's avonds, daar sta je niet altijd bij stil. Niet alle ouders kunnen of willen het studiegeld aanvullen. Ze moeten dus wel werken. Vroeger kon je van een studiebeurs zelfs sparen.
Ik vind dat een eerstejaars geen tijd heeft voor een baantje. Na een practicum moeten ze meteen een examentje afleggen en dan hebben ze vaak niet voldoende tijd gehad. Ja, de druk is hoog. Dit jaar hebben we voor het eerst practicum gehad op Koninginnedag. Door de vele vrije dagen kon dat niet anders worden ingeroosterd.
Het is moeilijk, het combineren van studie en baantjes. Er wordt beweerd dat een student van elfhonderd gulden kan rondkomen. Dat is minder dan een bijstandsuitkering. Studenten zouden veel goedkoper leven, samen tv kijken, goedkoper wonen, dat soort dingen. Maar ze moeten boeken hebben, een goede pc. Ze hebben echt niet veel, hoor. Slechte fietsen... Ze leven in een tijd waarin veel wordt gestolen. Als we het veld ingaan, sneuvelen veel oude fietsjes op de landweggetjes. Weet je dat ze tegenwoordig samen een taxi huren als ze uitgaan? Dan wordt tenminste hun fiets niet gestolen. Ik ben ook drie fietsen en twee jassen kwijtgeraakt en ga naar de bioscoop met de auto, zeer tegen mijn principe.

Re:ageer