Wetenschap - 1 februari 1996

Ecuadoraans koffienetwerk

Ecuadoraans koffienetwerk

Rik van Keulen, vakgroep Sociologie

Eigenlijk ging Rik van Keulen, milieuhygiene-student, voor de cacaoteelt naar Ecuador. Hij wilde onderzoeken in hoeverre cacaoboeren last hebben van bodemuitputting. Het onderzoek was voor een non-gouvernementele organisatie (ngo) die met een soort Max Havelaar-cacao bezig was - eerlijke handel en biologische teelt. Het leek hem prachtig om daar voor te werken. Voor zijn vertrek was alles in kannen en kruiken. Een Belgische werknemer van de ngo had hem welkom geheten en zijn onderzoeksvoorstel was door de vakgroep Sociologie goedgekeurd.

Maar bij aankomst kwam de teleurstelling. De ngo had geen enkele behoefte aan zijn onderzoek. De Belg had hem verkeerd voorgelicht en had bovendien niet de bevoegdheid hem uit te nodigen.

Dat hij zou blijven stond vast, dus moest er iets anders komen. Ik heb toen volgens het principe pakken wat je pakken kan gehandeld." Via de Belg kwam hij bij de FEPP, een ngo voor koffieboeren, gefinancierd door de Italiaanse kerk. Ik was van plan een vergelijkbaar thema op te pakken. Uitputting van de bodem. Maar na vier gesprekken met boeren kreeg ik al door dat de rente die de boeren moesten betalen aan tussenhandelaren hen veel meer bezighield." Hij wijzigde zijn onderzoeksvoorstel en dook in de materie. Bovendien verhuisde hij van de stad naar het platteland, om dichter bij zijn werk te zijn.

Tja, en toen kreeg ik na anderhalve maand door dat ik bij zo'n tussenhandelaar in huis woonde. Iemand die illegale woekerrentes vraagt aan koffieboeren. Ik voelde me in een isolement zitten. De boeren die ik interviewde wantrouwden mij in eerste instantie omdat ik bij de tussenhandelaar woonde; tegen de tussenhandelaar kon ik niet vertellen met wat voor onderzoek ik bezig was. Ik moest iedereen te vriend houden. Als ik me weer ergerde aan de tussenhandelaren kon ik nergens heen met mijn emoties. Dat vond ik eigenlijk het moeilijkste van mijn onderzoek."

Soms werkte hij een dag niet en pakte de bus naar de stad om een hamburger te eten bij een of andere toeristische tent. Als afleiding. Mensen om tegen aan te praten had ik niet, die zaten te ver weg. Ik voelde me af en toe flink eenzaam."

Een keer was hij bijna op de radio gekomen, omdat hij dacht eindelijk iemand gevonden te hebben die zijn verhaal wilde aanhoren. Van Keulen was op bezoek bij het koffie-instituut in de stad en had een informatief gesprek aangevraagd. Hij kreeg iemand te spreken die wel erg veel wilde weten en die bovendien met een cassetterecorder zat te rommelen. Na afloop zei de man, die opeens snel wegmoest, dat het gesprek om vijf uur werd uitgezonden op de radio. Ik ben de hele dag bezig geweest om die calamiteit te voorkomen. Om tien voor vijf kreeg ik hem aan de telefoon; hij heeft gehoor gegeven aan mijn verzoek het niet uit te zenden."

Van Keulen bracht uiteindelijk het koffienetwerk helemaal in kaart, van koffieboer tot exporteur. De meeste koffieboeren blijken structureel in geldnood te zitten. De oogst levert slechts geld op voor vier tot vijf maanden. Na die tijd moeten ze elders geld vandaan zien te halen. Meestal lenen ze bij een tussenhandelaar. Ze beloven voortaan hun koffie aan hem te leveren. De tussenhandelaar vraagt echter enorme hoge winsten voor de lening: op jaarbasis 180 procent. De koffieboeren zitten dus in een neerwaartse spiraal van uitbuiting, waar ze maar moeilijk aan kunnen ontkomen.

Het gekke vond ik dat de koffie via drie tussenhandelaren bij de exporteur terecht kwam, hoewel die maar 35 kilometer verderop zat. De oorzaak is dat de tussenhandelaren actief op zoek gaan naar grote partijen koffie. De winst per kilo is heel klein, dus is het belangrijk dat ze veel kopen."

Van Keulen is uiteindelijk wel tevreden over zijn onderzoek. Het opende de ngo de ogen. Ze zaten al anderhalf jaar in het gebied, maar wisten niet dat er met zulke woekerrentes werd gewerkt."

Ook de vakgroep waardeerde het onderzoek, dat niet alleen praktisch adviezen opleverde, maar ook inging op sociologische theorieen. Ik heb een negen gekregen voor mijn vak", zegt hij tussen neus en lippen.

Van Keulen wil in de toekomst graag in de tropen werken. Maar de stage annex afstudeervak heeft hem wel gelouterd. Ik wil niet meer in een vergelijkbare situatie terechtkomen. Volgende keer moet ik me beter beschermen tegen dit soort omstandigheden."

Re:ageer