Wetenschap - 9 mei 1996

Ecologische effecten van duurzaam bosbeheer

Ecologische effecten van duurzaam bosbeheer

Guido Verspoor, Bosbouw

De opkomst bij het colloquium van Guido Verspoor is mager. In totaal vier mensen: een begeleider en drie studenten. En twee van die drie studenten zijn niet eens bosbouwers. Ze zijn er alleen om hun vriend te ondersteunen. Het is examentijd", verklaart Verspoor. Dan is het meestal rustig. Bovendien zijn er niet zo veel bosbouwstudenten. Als er tien komen op je colloquium mag je blij zijn."

Verspoor hield zijn afstudeerpraatje over duurzaam bosbeheer. In opdracht van het Informatie- en Kenniscentrum van het ministerie van Landbouw onderzocht hij indicatoren voor een duurzaam beheer van produktiebossen. Er zijn nu wel wat vuistregels, maar die zijn puur op ervaring gebaseerd. Ze willen die met meer feiten kunnen ondersteunen." zegt Verspoor. Hij nam vier beheersmaatregelen onder de loep: de optimale grootte van de kapvlakte, de verhouding tussen de verschillende boomsoorten, de gewenste hoeveelheid dood hout in het bos en de leeftijd waarop de bomen gekapt moeten worden. Vervolgens toetste hij ze op hun duurzaamheid, op grond van vier indicatoren: de invloed op biodiversiteit, stabiliteit, recycling en capaciteit.

De bosbouwstudent concludeert dat de kapoppervlakte maximaal een hectare mag zijn, dat tien procent van het staande hout in een produktiebos dood hout moet zijn en dat bomen pas ver in het volwassen stadium kunnen worden gekapt. Voor de verhouding tussen exotische en inheemse boomsoorten kan hij niet zo'n concrete conclusie bieden. Exotische en inheemse soorten laten zich goed mengen, mits het aantal vreemdelingen beperkt blijft. Maar hoeveel het er dan mogen zijn, daar kan Verspoor geen antwoord op geven.

Het literatuuronderzoek vond Verspoor vooral in de eindfase moeilijk. Het was geen probleem om literatuurgegevens te vinden, maar zie dan maar met een duidelijke visie op duurzame bosbouw te komen. Welke indicatoren gebruik je en wanneer is iets duurzaam? Daar is natuurlijk heel veel discussie over mogelijk." Toch zal de opdrachtgever volgens Verspoor tevreden zijn. Die had meer achtergrondinformatie nodig, en die heb ik geleverd."

Dit driemaands vak is het laatste onderdeel van Verspoors studie. In augustus wil de zesdejaars afstuderen. Ik zou misschien nog een vak kunnen doen, maar dan moet ik me op het eind haasten. Bovendien was dit mijn derde afstudeervak. In feite kan ik al lang afstuderen."

Een stage heeft Verspoor helemaal aan het begin van zijn studie gedaan, in het tweede jaar. Dat is niet gebruikelijk, maar voor mij hebben ze een uitzondering gemaakt. Ik wilde namelijk op tijd weten of een studie tropische bosbouw iets voor mij was."

Verspoor ging naar een project van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV in het Afrikaanse Kameroen, waar hij met twee bosbouwers meeliep. Na terugkomst was het voor hem duidelijk. Geen tropenstudie. Vooral vanwege de vluchtige sociale contacten die je in je latere loopbaan krijgt. Je gaat van het ene project naar het andere. Zo'n projectperiode is te kort om vrienden in die landen te maken en te lang om goed je vrienden in Nederland bij te houden."

Maar dat is niet het enige argument. Ook het hoge percentage mislukte ontwikkelingsprojecten vond Verspoor ontmoedigend. Ik denk niet dat ik me daar prettig bij zou voelen. Op het project waar ik stage liep zag ik het voor mijn ogen gebeuren. De Nederlandse inbreng zou over een jaar ophouden en duidelijk was dat het project na het vertrek van de Nederlanders ineen zou storten."

Na terugkomst heeft Verspoor zich daarom volledig op westerse bosbouw gericht. Hij deed vakken bij de vakgroepen Bosbouw en Ecologische landbouw. De studietijd die Verspoor nu nog over heeft gaat hij besteden aan solliciteren. Hij zoekt vooral op het gebied van praktisch bosbeheer. Onderzoek ligt hem niet. Voor onderzoek moet je een enorme gedrevenheid hebben. Je moet het kunnen opbrengen om vier jaar met een onderwerp bezig te zijn. Dat kan ik niet. Mijn interesse is veel algemener."

Verspoor realiseert zich dat de banen in het praktisch bosbeheer niet voor het oprapen liggen, maar heeft toch goede hoop. En als het niet lukt, dan ga ik iets anders doen. Ik hoor verhalen van bosbouwers die in de houthandel terecht komen of in de verzekeringswereld. Ik zie wel."

Re:ageer