Wetenschap - 17 september 1998

Ecologische akkerbouw is nog niet rijp voor groei areaal

Ecologische akkerbouw is nog niet rijp voor groei areaal

Ecologische akkerbouw is nog niet rijp voor groei areaal
AB-DLO werkt aan perfecte ecologische akkerbouw
Ecologische akkerbouwers besteden te veel tijd aan handmatig wieden. Ook zijn de opbrengst en de kwaliteit van de producten te laag. Dit zijn de grote knelpunten die overblijven bij tien ecologische voorhoedebedrijven na acht jaar intensieve begeleiding en onderzoek door het AB-DLO. Volgens de onderzoekers is een massale omschakeling van boeren op ecologische akkerbouw nog steeds niet haalbaar
De onderzoekers hebben een missie. Dr Pieter Vereijken, ing. Ronald Visser en ir Henk Kloen willen de landbouw ecologiseren. Daarmee bedoelen ze dat er een einde moet komen aan de almaar stijgende productie en de dalende prijzen in de gangbare landbouw. Om voldoende inkomen te houden gaan boeren meer produceren, waardoor de prijzen weer dalen. Daarbij hebben ze geen andere keus dan te blijven vervuilen
Uit deze vicieuze cirkel is alleen een uitweg uit te vinden, denken de onderzoekers, als consumenten en producenten zich samen verantwoordelijk gaan voelen voor de kwaliteit van voedsel en andere natuurproducten. Dan kunnen producenten werken volgens de ecologische principes, omdat consumenten bereid zijn daar een reele prijs voor te betalen
In dit plaatje produceert iedere boer ecologisch. Dat kan niet van de ene dag op de andere. Behalve aan de afzetkant zijn er ook bij de productiekant nog te veel tekortkomingen. Daarom begon het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO) acht jaar geleden een onderzoek naar de verbetering van de ecologische akkerbouw en groenteteelt. De onderzoekers werkten samen met tien ecologische akkerbouwbedrijven in Flevoland, waaronder het proefbedrijf Ontwikkeling Bedrijfssystemen (OBS) van het Praktijkonderzoek voor de Akkerbouw en de Vollegrondsgroenteteelt
Het onderzoek begon met het maken van een ontwerp met toetsbare criteria en normen. Dit theoretische prototype laat zien hoe een ecologisch bedrijf zonder tekortkomingen eruit ziet. Het prototype werd uitgewerkt in tien varianten, voor ieder bedrijf een. Vervolgens keken de onderzoekers jaar na jaar waar verbetering nodig was
Voor het hanteerbaar maken van het onderzoek zijn drie doelen gesteld. De vruchtwisseling binnen het bedrijf moet zodanig zijn dat er een zo hoog mogelijke opbrengst van een kwalitatief goed product uitrolt, met zo min mogelijk kosten aan arbeid, energie en inzet van bedrijfsmiddelen. Dit samen heet de kwaliteitsproductie. Daarnaast moet de aan- en afvoer van nutrienten zodanig zijn dat er geen tekorten of overschotten ontstaan. Het derde doel betreft de aantrekkelijkheid van het bedrijf voor natuur en recreatie
Schimmels
De uitkomsten van het onderzoek bevestigen in zekere zin de vooroordelen die burgers en producenten hebben tegen biologische landbouw. De onderzoekers slaagden er met hun prototype en de jaarlijkse aanpassing per bedrijf niet in om de kwaliteitsproductie van belangrijke gewassen te verhogen. Vooral bij de economisch belangrijkste gewassen - winterpeen, consumptieaardappel en pootaardappel - bleef de kwaliteit ver beneden de norm
Bij winterpeen bleek het voornaamste probleem te liggen in de bewaring. Schimmels die meekomen met het zaad of worden overgedragen via de lucht leiden tot grote sorteerverliezen - verliezen doordat het formaat of de kwaliteit van het product niet aan de eisen voldoet. Bij pootaardappel ontstaan sorteerverliezen door aantasting door lakschurft (Rhizoctonia solani) en door te ruim poten. Ook bij consumptieaardappelen is het sorteerverlies groot, door te veel kleine knollen als gevolg van de schimmel Phythophthora infestans
Naast de kwaliteit bleek het handmatig wieden van onkruid een hardnekkig probleem. Een bedrijf slaagde erin de norm van vijfhonderd uur handwieden te halen en bleef daarmee onafhankelijk van seizoensarbeid. De overige gingen daar ver overheen met duizend uren tot zelfs 2.500 uur en bleven dus aangewezen op de krappe markt van seizoensarbeid. Daarmee is een belangrijk probleem voor de opschaling van de biologische landbouw nog niet opgelost
Het onkruid vogelmuur was de grote boosdoener, gevolgd door herderstasje en straatgras. Allemaal planten die het hele jaar door kunnen kiemen en dan ook weer tot bloei kunnen komen
Bij de bemesting lopen de deelnemende bedrijven ver vooruit op het gemiddelde biologische bedrijf. Wie zich precies aan de adviezen van de onderzoekers houdt heeft voldoende stikstof en krijgt geen overschot aan fosfaat. Wel neemt met de huidige mestsoorten de hoeveelheid kalium in de bodem steeds verder toe. Mest met weinig kalium en veel fosfaat komt van varkens en pluimvee. Maar in de ecologische landbouw worden bijna geen varkens en kippen gehouden. Wanneer kalium begint uit te spoelen uit de bodem weten de onderzoekers niet. Toch vinden ze een toename van kalium in de bodem niet passen bij een echt ecologisch bedrijf
Zandgebieden
Een succes is dat de bedrijven vijf procent van hun grond in gebruik hebben als natuur, in de vorm van stroken langs de akkers. Hiermee hebben ze de doelstelling voor de hoeveelheid natuur op het bedrijf gehaald. Alleen de dichtheid en de verscheidenheid aan wilde planten laat op de meeste bedrijven nog wat te wensen over. Maar er treedt in de loop van de jaren wel verbetering op, constateren de onderzoekers. Haast nog belangrijker is dat uit een enquete onder de deelnemende bedrijven blijkt dat ze veel waarde hechten aan de natuur op hun bedrijf. Daarvoor willen ze wel wat verlies aan inkomen nemen. De onderzoekers gaan ervan uit dat de boeren zullen doorgaan met natuurbeheer op hun bedrijf
Het onderzoek is afgesloten; het rapport wordt donderdag 17 september tijdens een excursie in het veld gepresenteerd. Het onderzoek krijgt wel een vervolg, maar niet specifiek voor de Flevolandse kleigrond. Het Praktijkonderzoek voor de Akkerbouw en de Vollegrondsgroenteteelt gaat hetzelfde onderzoek doen, maar dan in vijf andere regio's. Kloen: In zandgebieden zijn meer problemen te verwachten dan op klei, waar wij ons onderzoek hebben gedaan.
Het AB-DLO gaat verder met specifieke knelpunten. Zo loopt op de Lovinkhoeve te Markensse onderzoek naar de mogelijkheid om zaadzetting bij onkruiden te voorkomen. Ook denkt het AB aan onderzoek naar de biologische bestrijding van probleemonkruiden. Op dit moment bereidt het AB een nieuw onderzoeksprogramma van DLO voor over de ecologisering van de landbouw. Nieuwe vragen daarin zijn: waar moet de veredeling zich bij de biologische landbouw op richten en hoe kun je uitgangsmateriaal vrijhouden van ziekten?
Al dit onderzoek behoort volgens de onderzoekers uitgevoerd te worden met praktijkbedrijven. Het einddoel is dat ecologische akkerbouwers precies weten hoe ze een perfect bedrijf kunnen runnen en daarbij een goed inkomen halen. Dan is de missie van de onderzoekers geslaagd
Gangbare landbouw soms beter dan biologische
Veel milieu-organisaties en politieke partijen zien biologische landbouw als de oplossing voor alle problemen in de landbouw. Daarbij stellen ze doelen als: tien procent van het areaal in Nederland moet in 2005 biologisch zijn, of twintig procent in 2010. GroenLinks wil uiteindelijk zelfs alle landbouw omvormen tot de biologische variant
Bij nadere beschouwing is de biologische landbouw echter niet altijd heilzaam. Reden voor het AB-DLO om via onderzoek en begeleiding de tekortkomingen van de ecologische landbouw aan te pakken. Voor Titia van Leeuwen, werkzaam bij het ministerie van VROM, waren die tekortkomingen aanleiding om samen met Jos Dekker van de Universiteit Utrecht een opmerkelijk artikel te schrijven, gepubliceerd in het maandblad van de Vereniging Milieudefensie. Van Leeuwen merkte in de praktijk dat biologische landbouw niet overal een oplossing voor is. In sommige opzichten doen volgens haar gangbare bedrijven het zelfs beter. In veenweidegebieden kan je heel veel doen met mooie slootkanten. Veel biologische bedrijven hebben het veel te druk met hun eigen bedrijfsvoering, dus dan blijft er geen tijd over voor agrarisch natuurbeheer. Ook bij de uitstoot van ammoniak komen biologische bedrijven niet altijd als beste uit de bus. Het is al langer bekend dat scharrelvarkens een hogere emissie kennen dan dieren die in een stal gehuisvest zijn
Natuurlijke bestrijdingsmiddelen zijn niet altijd even milieuvriendelijk. Het gebruik van zwavel en zware metalen als bestrijdingmiddel kent zijn schaduwkanten. Afgelopen zomer haalde de discussie over het gebruik van koperoxichloride tegen Phythophthora alle kranten
Ook met de overschotten aan mineralen zit de biologische landbouw niet altijd goed. Het Centrum voor Landbouw en Milieu kwam vorig jaar na een onderzoek tot de conclusie dat de fosfaatoverschotten in met name de groenteteelt te hoog zijn. De gangbare landbouw zit evenwel gemiddeld nog hoger

Re:ageer