Wetenschap - 2 oktober 1997

EU-landbouwhervorming komt arme boeren en Amerikanen tegemoet

EU-landbouwhervorming komt arme boeren en Amerikanen tegemoet

EU-landbouwhervorming komt arme boeren en Amerikanen tegemoet
Twintig procent van de boeren strijkt tachtig procent van de EU-steun op
Als het aan landbouwcommissaris Fishler ligt krijgen de zwakkere boeren in Europa de eerstkomende jaren meer steun. Het geld dat hij daarvoor beschikbaar wil stellen moet worden geofferd door agrariers in de beter ontwikkelde landbouwgebieden. Fishler wil het landbouwgeld in Europa eerlijker verdelen. Nu is het zo dat twintig procent van de boeren tachtig procent van alle steun opstrijkt
De steun die boeren in Europa ontvangen is gekoppeld aan de productie: wie het meest produceert ontvangt de meeste steun. Als gevolg zijn boeren meer en meer gaan produceren. Er ontstonden enorme overschotten die nog steeds worden geexporteerd met behulp van restituties. Het toegenomen productievolume maakte het Europese landbouwbeleid steeds duurder. Er moest een verandering komen, want op termijn zou het niet langer te betalen zijn
De vorige landbouwcommissaris, de Ierse MacSharry, zette in 1992 de eerste stap die de politieke koers verlegde. Een politiek, gericht op inkomenssteun, moest prijsondersteuning gaan vervangen. MacSharry verlaagde de prijzen van graan en bood in ruil inkomenssteun per hectare. Voorwaarde was dat boeren een deel van hun grond braaklegden want de productie van overschotten moest aan banden
Boeren morden: ze moesten immers hun vaste garantieprijs inleveren terwijl de vrees bestond dat de inkomenssteun in de loop der jaren zou verminderen. Ondanks boerenverzet werden de plannen doorgevoerd. Twee jaar later bleek echter dat de graanprijs zich gunstig ontwikkelde. Het gevolg was dat de toegezegde inkomenssteun de boeren meer compenseerde dan eigenlijk de bedoeling was
Fishler (die MacSharry inmiddels was opgevolgd, red.) heeft toen geprobeerd de prijssteun verder af te bouwen. Dat lukte echter niet, omdat alle Europese landbouwministers hem in de kou lieten staan, vertelt ir A. de Zeeuw, die namens Nederland deelnam aan het wereldhandelsoverleg in Uruguay in 1994
Tijdens dat overleg, dat voor wat betreft landbouw in het teken stond van liberalisatie in de handel van producten, eisten de Verenigde Staten van Amerika een vermindering van de ondersteuning van landbouwprijzen in Europa. Tevens moest de bescherming van de eigen markt worden afgebouwd. Verlaging van exportsubsidies en importheffingen vonden plaats
Voor 1999 staat opnieuw een wereldhandelsoverleg op de agenda. De hervormingsvoorstellen van landbouwcommissaris Fishler zijn een voorbereiding daarop. Ook de toetreding van landen uit Midden- en Oost-Europa begin volgende eeuw zijn reden het landbouwbeleid verder te hervormen
Kilogrammen
Het plan van Fishler komt er in het kort op neer dat de prijssubsidie omlaag gaat, waardoor de prijzen voor melk, graan en rundvlees respectievelijk met tien, twintig en dertig procent dalen. Hiervoor in de plaats komt inkomenssteun, die echter de prijsdalingen niet voor honderd procent compenseert. Voorheen werden boeren via de gesubsidieerde prijzen betaald voor de totale productie in aantal kilogrammen graan of melk; voortaan krijgen ze inkomenssteun die is gekoppeld aan het aantal dieren, het bedrijfsoppevlak of de veedichtheid. Daar komt bij dat, in tegenstelling tot wat tot nu toe gebruikelijk was, het totale subsidiebedrag per bedrijf wordt voorzien van een plafond
De Zeeuw: Fishler probeert de prijsondersteuning nu opnieuw te verminderen. Hij doet dat door meer steun te geven aan niet-concurrerende bedrijven en, in vergelijking met het verleden, minder geld beschikbaar te stellen voor grote concurrerende bedrijven die veel produceren.
Volgens De Zeeuw probeert Fishler met zijn herverdelingsvoorstellen twee vliegen in een klap te slaan. Door concurrerende bedrijven minder te steunen hoopt hij tegemoet te komen aan de Amerikaanse eisen. Het geld dat daarbij vrijkomt gebruikt hij om boeren in extensieve gebieden van Europa extra te ondersteunen, waarmee hij tegelijkertijd een plattelandsbeleid voert
Het afbouwen van steun aan concurrerende bedrijven is hard nodig, want in de komende WTO-ronde zal Amerika vast en zeker veel druk uitoefenen om de prijsondersteuning verder terug te brengen.
Dr ir Niek Koning van de vakgroep Algemene agrarische economie meent dat een herverdeling van het geld ten gunste van de zwakkere boeren tot op zekere hoogte eerlijk is. Maar wel zie ik het gevaar dat we daarmee terechtkomen in een situatie waarin de landbouwontwikkeling in de betere landbouwgebieden van Europa stil komt te liggen. Die landbouw kan dan in de knel komen. En daarmee bestaat volgens Koning de kans dat wereldvoedselvoorziening op termijn in gevaar komt. We gaan er met zijn allen steeds maar van uit dat de wereldmarkt tot in lengte van jaren genoeg heeft. Maar wat bijna niemand weet is dat Europa, onder andere door de grote veevoerimporten, netto importeur is van landbouwproducten.
Inkomensverlies
Of de Nederlandse boeren echt in de knel komen, zal pas na onderhandelingen blijken. Maar gaan de plannen van Fishler ongewijzigd door, dan zullen melk- en rundveehouders in Nederland zeker flink moeten inleveren. De Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) becijferde dat een gemiddelde Nederlandse melkveehouder met 55 koeien door de daling van de melkprijs 670 gulden per koe inlevert. De premie die Fishler daar tegenover stelt bedraagt 473 gulden. Het inkomensverlies per bedrijf komt gemiddeld op bijna vijftienduizend gulden
Ook de rundvleessector levert fors in. Van Aartsen liet deze maand op een informele bijeenkomst van de Raad van Landbouwministers in Luxemburg weten het onaanvaardbaar te vinden dat met het aanbrengen van plafonds in de subsidiegelden nog slecht een kwart van de totale rundvleessector in Nederland voor compensatie in aanmerking zal komen
Fishler kijkt naar het ruraal beleid, waar anderen kijken naar de belangen van een sector, zo reageert prof. dr ir Arie Oskam van de vakgroep Algemene agrarische economie op de vraag of de herverdeling terecht is. Nederland is er altijd al handig in geweest om gebruik te maken van regelingen die niet voor dit land bedoeld zijn. De Europese Commissie heeft nooit stallen willen subsidieren die worden volgezet met tweehonderd vleesstieren, die bovendien met gesubsidieerde snijmais worden gevoerd. Dat geld was eigenlijk altijd al bedoeld voor boeren in minder intensieve landbouwgebieden. Nu de Europese Commissie een grens legt bij een bepaald aantal dieren, gaat dat dan ook ten koste van Nederland.
Net als de huidige hervormingsvoorstellen leidde ook de landbouwhervoming van 1992 ertoe dat Nederland minder uit de Europese pot kreeg dan het erin stopte. Daardoor zal ons land in 1999 relatief de grootste nettobetaler van de Europese Unie zijn. Dat concludeert bestuurskundige Tjeerd de Groot, die 24 september aan de Rijksuniversiteit Leiden promoveerde op zijn proefschrift Dertien is een boerendozijn
De Groot, die werkzaam is bij de directie Internationale zaken van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, bestudeerde de hervormingen die het gemeenschappelijk landbouwbeleid sinds 1968 onderging. Van 1968 tot 1993 werd het landbouwbeleid maar liefst vijf keer hervormd. Hoewel de productie aan banden werd gelegd, steeg het landbouwbudget keer op keer
De Groot verklaart dit door de wijze van besluitvorming in de Raad van ministers van Landbouw. De besluitvorming over hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is te vergelijken met een dinerend gezelschap dat heeft afgesproken de rekening te delen: ieder is geneigd het duurste gerecht te kiezen.
Vlieg
Volgens De Groot werden bij elke hervorming dure pakketten samengesteld waarin voor alle lidstaten wat wils terug te vinden was. Financiele controle achteraf door ministers van financien of staatshoofden blijkt in de Europese context niet mogelijk. De Groot: De Raad van ministers van Landbouw besluit in geslotenheid. Daar komt bij dat de andere ministers en de regeringsleiders de landbouwparagraaf vooral zien als een vervelende vlieg die van tafel moet. De vlieg is dan wel duur, maar dat doet er niet toe. Interne politieke en marktverhoudingen zijn veel belangrijker dan een landbouwparagraaf. Ter illustratie: voor 1996 bedroeg het totale EU-budget 86,5 miljard ECU. Iets minder dan vijftig procent daarvan, 40,8 miljard, ging op aan landbouw
Voor de ophanden zijnde hervorming verwacht ik eenzelfde soort besluitvorming als in het verleden. De voorstellen van Fishler zullen worden bijgesteld en het budget zal opnieuw stijgen.
De Wagenings econoom Oskam plaats echter een kanttekening bij de financiele beschouwingen van De Groot. Het is een aardig proefschrift, maar daar waar het om cijfers gaat kun je zien dat hij geen econoom is. De gemeenschap is in de periode 1968-1993 gegroeid van zes lidstaten naar vijftien. Als je dat vergeet en je laat de inflatie over 35 jaar buiten beschouwing, dan heb je de zaak niet echt te pakken. Daar komt bij dat een deel van de prijssteun sinds MacSharry is vervangen door inkomenssteun. Het is dan te verwachten dat het budget stijgt. Inkomenssteun komt volledig voor rekening van de Europese Commissie. Terwijl bij prijsondersteuning de consument een deel van de rekening betaalt omdat de prijs van landbouwproducten binnen de EU dan kunstmatig hoog wordt gehouden.
De hervormingen
Tjeerd de Groot zet in zijn proefschrift de hervormingen van het Europees landbouwbeleid op een rijtje
  • Het Plan Mansholt (1968) beoogde de productie te beteugelen door het verbeteren van de bedrijfsvoering. Hierdoor zou Europa met minder bedrijven toekunnen.
  • De medeverantwoordelijkheidsheffing voor de zuivel (1977) was vergeleken met het plan Mansholt een weinig ambitieuze maatregel. Op zuivel kwam een kleine heffing waarvan de opbrengst diende ter financiering van de afzet van overproductie. Om de consumptie van melk te bevorderen kwamen er speciale acties, zoals de schoolmelk en de reclamecampagne Met melk meer mans.
  • De zuivelquota (1984) begrensden de hoeveelheid zuivel die tegen gegarandeerde prijs kon worden afgezet. Boven die hoeveelheid gold de zogeheten superheffing.
  • De graanstabilisatoren (1988) bepaalden dat bij productie boven een vastgestelde drempel, de graanprijzen automatisch daalden. In dat geval werd ook een tevoren geinde heffing niet terugbetaald.
  • Bovendien werd een budgettaire richtsnoer opgesteld, waarboven de landbouwuitgaven niet mochten stijgen. Deze was echter zo ruim gesteld dat daardoor voor een aantal jaren voldoende budgettaire mogelijkheden waren ontstaan
  • De MacSharry-hervorming (1992) diende de productie van granen terug te dringen en de vraag te stimuleren. De stabilisatoren hadden de graanproductie niet verminderd, maar wel de inkomens van boeren verlaagd. De kern van MacSharry bestond uit verplichte braaklegging van landbouwgrond, prijsverlaging van granen en financiele steun per hectare.

  • Re:ageer