Wetenschap - 23 maart 1995

Duurzame resistentie bij gerst in Ethiopie

Duurzame resistentie bij gerst in Ethiopie

De traditioneel verbouwde gerstrassen in Ethiopie vertonen zowel onderling als binnen de rassen, opmerkelijk veel genetische variatie. Dit garandeert een duurzame resistentie tegen dwergroest en bladvlekkenziekte. Dat stelt de Ethiopier Fekady Alemayehu, die 27 maart promoveert bij plantenveredelaar prof dr ir J.E. Parlevliet.

Alemayehu onderzocht achttien gerstrassen op zes kenmerken waaronder resistentie tegen bladvlekkenziekte en dwergroest. Tegen de schimmel Puccinia hordei, die dwergroest veroorzaakt, bleken de meeste gerstplanten partieel (gedeeltelijk) resistent. Hierbij bestond er binnen en tussen de landrassen variatie in de mate waarin ze zich tegen dwergroest weerden. De resistentie tegen de schimmel is gebaseerd op meerdere genen, waarvan de ene plant net iets meer, of net iets andere kan hebben dan de andere plant.

De resistentie tegen de schimmel Rhynchosporium secalis, die bladvlekkenziekte veroorzaakt, was wel vastgelegd op een hoofdgen. Dit betrof telkens resistentie tegen een bepaald fysio, of schimmelras. Doordat verschillende planten tegen verschillende fysio's resistent zijn, breekt geen enkel schimmelras volledig door. Er ontstaat daarentegen een evenwicht, dat grootschalige bladvlekkenziekten voorkomt.

Volgens Alemayehu herbergen landrassen een schat aan duurzame resistentie-mechanismen. Maar naar partiele resistenties zoals tegen dwergroest, stelt hij, wordt vaak niet gekeken. Veredelaars screenen vrijwel alleen op dominante resistentie-genen." Dit is volgens de Ethiopier echter niet duurzaam, want veel van de huidige monoculturen bevatten niet genoeg verschillende typen resistenties, om de verschillende schimmelfysio's eronder te houden.

Re:ageer