Wetenschap - 9 november 1995

Duurzame Groene Revolutie nodig om honger uit te bannen

Duurzame Groene Revolutie nodig om honger uit te bannen

Campagne om landbouwonderzoek in Afrika te versterken

Is er in 2020 genoeg te eten voor alle nieuwe wereldburgers in Azie en Afrika, die het totaal op acht miljard mensen brengen? De aarde kan hen voeden, meldt de 2020-visie van het onderzoeksinstituut Ifpri. Maar dan moeten het landbouwkundig onderzoek en de landbouwpolitiek worden versterkt, met name in Afrika. Een tweede, duurzame Groene Revolutie is nodig, onder het motto Honger is een gevolg van slechte politiek.


De Wageningse agronomiestudent Ed Dumrese had, toen hij vorig jaar stage liep bij het internationale onderzoeksinstituut Warda in Ivoorkust, drie noemenswaardige ervaringen. In de eerste plaats hield het Warda (West Africa Rice Development Association) zich bezig met een gewas dat niet bepaald veel aftrek vond in de regio. Niet rijst, maar cassave en mais zijn sinds jaar en dag de belangrijkste voedselgewassen in West-Afrika.

Ten tweede nam Dumrese een kijkje bij het noodlijdende nationale landbouwinstituut van Ivoorkust. Hij kwam midden in de bush slechts een wetenschapper tegen, die de internationale tijdschriften goed bijhield teneinde een baan elders te vinden.

Ten derde kreeg het Warda bezoek van de baas. Dat was dr Ismail Serageldin, voorzitter van de CGIAR (Consultative Group on International Agricultural Research), de federatie van internationale landbouwinstituten die ontstonden tijdens de Groene Revolutie in de jaren zestig en zeventig. Serageldin, tevens vice-voorzitter van de Wereldbank, maakte indruk op Dumrese door zijn open houding en zijn scherpe vragen over de rol van het Warda en de relatie met de nationale landbouwinstituten in de regio. Die relatie was afwezig, waardoor de bijdrage van het Warda aan de regionale landbouwontwikkeling niet veel voorstelde.

Het bezoek van Serageldin aan alle CGIAR-instituten heeft inmiddels geleid tot een campagne om het landbouwonderzoek in de wereld te versterken. We moeten geen bureaucratische structuur in stand houden", meldde Serageldin vorig jaar tijdens de mid-term meeting in New Delhi, maar de nationale landbouwinstituten versterken en onze aandacht richten op het arme en hongerige deel van de wereld." De invulling daarvan kwam 7 november in Den Haag, met de presentatie van de 2020 Vision for Food, Agriculture and the Environment van het Ifpri, (International Food Policy Research Institute), ook een CGIAR-instituut.

Rehabilitatie

De directeur van Ifpri, de Deen dr P. Pinstrup-Andersen, maakte bij die presentatie duidelijk dat het landbouwonderzoek aan een rehabilitatie toe is. Op dit moment bezuinigen regeringen her en der in de wereld op het landbouwkundig onderzoek, terwijl dagelijks veertigduizend kinderen sterven. De komende jaren zal de wereldbevolking toenemen, van 5,5 miljard zielen nu tot zo'n acht miljard in 2020. Ontwikkelingslanden nemen 93 procent van die groei voor hun rekening. De wereld kan deze mensen voeden, hield Pinstrup-Andersen zijn gehoor voor, maar dan moet er wel wat gebeuren.

Hij pleitte voor een tweede Groene Revolutie, indachtig de inspanning die dertig jaar geleden is geleverd om grote hongersnoden in met name Azie te bedwingen.

Door de ontwikkeling van snel groeiende rijst- en graanvarieteiten is de voedselproduktie in de afgelopen decennia sterk gestegen, maar die groei is over zijn hoogtepunt heen.

De aftopping van de groei heeft allerlei oorzaken: te veel nadruk op hoogproduktieve gewassen en gebieden, te grote afhankelijkheid van pesticiden, verspilling van water en bodemvruchtbaarheid, en te weinig koopkracht in sommige gebieden, met name in Afrika, om te investeren in een efficientere landbouw.

De afname van de groei werkt niet door in de wereldprijs van landbouwprodukten. Die daalt sinds een jaar of tien, wat regeringen ertoe brengt om minder te investeren in landbouwkundig onderzoek. Onderzoek van het Ifpri heeft uitgewezen dat Afrikaanse regeringen de afgelopen jaren fors hebben gesnoeid in het landbouwkundig onderzoek. De lage-inkomenslanden investeren gemiddeld minder dan een half procent van hun nationaal produkt in agrarisch onderzoek, tegen zo'n twee procent in landen met gemiddelde en hoge inkomens. Om de voedselproduktie in lage-lonenlanden te verbeteren, moeten de regeringen daar binnen tien jaar eveneens twee procent van het nationaal inkomen in de landbouw investeren, meent het Ifpri.

Ander onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat investeringen in landbouwonderzoek op termijn zullen leiden tot economische groei, vooral ook in niet-agrarische sectoren. De succesvolle voorbeelden zijn volgens Pinstrup-Andersen te vinden in Azie, het continent dat twintig jaar geleden het meeste profijt trok van de agrarische revolutie. Bovendien zorgt die groei ervoor dat het milieu kan worden beschermd. Tachtig procent van de milieudegradatie op aarde komt voort uit armoede, blijkt uit ander Ifpri-onderzoek. Mensen zonder voedselzekerheid putten hun omgeving uit om te overleven.

Pinstrup-Andersen wil daarom investeren in arme mensen. Dat is niet alleen moreel wenselijk, het is ook profijtelijk in economische zin." Bij mensen denkt de directeur vooral aan jonge vrouwen, aangezien zij een belangrijk aandeel hebben in zowel de voedselproduktie als de bevolkingsgroei. Vrouwen moeten dus meer toegang krijgen tot de besluitvorming in rurale gebieden, aldus de 2020-visie.

Onderzoeksagenda

Het pleidooi om te investeren in kleine, arme boerinnen in marginale gebieden is natuurlijk niet nieuw. De minister van Ontwikkelingssamenwerking heeft reeds lange tijd de bestrijding van de armoede in de wereld tot topprioriteit verheven en besteedt tegenwoordig extra aandacht aan milieu en vrouwen. Het Ifpri wil dat zij de onderzoeksagenda mede kunnen bepalen.

Het Ifpri wijst daarbij op het belang van biotechnologie. Het biotechnologisch onderzoek levert goede resultaten op, maar ze worden alleen toegepast in de gematigde gebieden, niet in de tropen", verklaarde Pinstrup-Andersen. Dat komt omdat prive-ondernemingen de toepassingen verzorgen; zij investeren in die gebieden waar het profijt het grootste is. Dat kun je bedrijven niet kwalijk nemen, maar ook de publieke sector investeert niet in lage-lonenlanden. Dat is een foute ontwikkeling. Onderzoek naar droogte-resistente mais en stikstof-fixerende gewassen is erg belangrijk voor Afrika. Daarvoor moet je in de tropen de moleculaire biologie binnenhalen. De publieke onderzoekscentra moeten hun onderzoek dus ombuigen in de richting van de tropen", aldus Pinstrup-Andersen.

Zijn medewerker dr D. Nygaard wees erop dat de Derde Wereld weinig van multinationals hoeft te verwachten als het gaat om de toepassing van biotechnologie. In een seminar met de belangrijkste mondiale firma's op dit terrein - Monsanto, Ciba Geigy en Pioneer - bleek dat zij vooral investeren in kwaliteitstoepassingen, zoals smaak en additieven van voedsel. Maar niet in een grotere voedselkwantiteit door toepassing van biotechnologie. Daar heeft de Derde Wereld dus weinig aan, verklaarde Nygaard, die er fijntjes op wees dat de drie firma's meer investeren in onderzoek dan de internationale CGIAR-instituten tezamen: ruim driehonderd miljoen dollar per jaar.

Transactiekosten

Als het Westen toekomstige hongersnoden wil voorkomen, moet het dus investeren in publiek onderzoek, gericht op arme gebieden. Daarom moeten de nationale landbouwinstituten en de regeringen van ontwikkelingslanden worden versterkt, zegt de 2020-visie. Pinstrup-Andersen: Law and order blijken hele belangrijke voorwaarden voor voedselzekerheid. Er moeten duidelijke eigendomsverhoudingen en regelingen zijn, die worden nageleefd."

Ook probeerde Pinstrup-Andersen het Westen voor zijn plan te winnen. Elke dollar die je nu in landbouwonderzoek in een ontwikkelingsland stopt, levert je later vier dollar op aan extra export naar dat land."

De ontwikkelingslanden moeten er dan wel voor zorgen dat de kosten van food marketing - de verwerkings- en transactiekosten voordat voedsel bij de koper terecht komt - tot een minimum worden beperkt. Onderzoek heeft uitgewezen dat de gemiddelde Afrikaanse consument tweemaal zoveel betaalt als de boer ontvangt.

Een efficinte binnenlandse voedselmarkt komt de Afrikaanse landbouw ten goede. Op dit moment kan de gemiddelde Afrikaanse boer geen kunstmest betalen, omdat de prijzen relatief te hoog zijn, mede door de slechte infrastructuur. De groei in het gebruik van kunstmest in Afrika is de afgelopen tien jaar fors afgenomen, heeft het Ifpri berekend. Daardoor nam ook de bodemvruchtbaarheid af, waardoor een gezond gebruik van de natuurlijke hulpbronnen meer en meer in gevaar komt. Pinstrup-Andersen is voor het gebruik van natuurlijke mest, maar wijst een tijdelijke subsidie op kunstmest in Afrika niet af.

Over de voor- en nadelen van subsidies op kunstmest had het aanwezige publiek in Den Haag - vertegenwoordigers van ministeries en non-gouvernementele organisaties - graag willen doorpraten, maar eigenlijk was de discussieronde bedoeld voor een prangende vraag: hoe kan deze tweede, duurzame Groene Revolutie worden uitgevoerd? Daar kwam eigenlijk geen antwoord op.

Lege handen

De vertegenwoordigers van het ministerie van LNV en het directoraat-generaal Internationale Samenwerking (DGIS) stonden met lege handen. De recente beleidsnota's van de ministeries, Dynamiek en vernieuwing en de Herijkingsnota, reppen met geen woord over het internationaal landbouwkundig onderzoek, zo merkte LUW-ontwikkelingseconoom prof. dr A. Kuyvenhoven op. Maar het ministerie van Landbouw kampt met bezuinigingen en moet keuzes maken, zei E. Pierhagen van LNV. Drs T.C. Fogelberg van DGIS vertelde dat eenderde tot de helft van het geld voor internationale samenwerking al aan landbouwprogramma's wordt besteed. Zij wees er voorts op dat DGIS volgend jaar waarschijnlijk een nieuw biotechnologie-programma voor de tropen start.

Tijdens de borrel kwam daar nog wat bij: minister Pronk heeft voor 1996 een miljoen gulden extra uitgetrokken voor de CGIAR-instituten. En het ministerie van Landbouw? Dat gaat voortaan vijf procent van zijn budget richten op internationaal onderzoek, aldus prof. dr ir R. Rabbinge. De hoogleraar Produktie-ecologie aan de LUW, tevens adviseur van minister Van Aartsen, heeft een van de bouwstenen voor de 2020-visie geleverd, met zijn studie naar de voedselsituatie in de volgende eeuw, voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij lichtte deze studie tijdens de presentatie nog even toe.

Rabbinges standpunt dat in grote delen van de wereld de landbouwproduktie moet worden geintensiveerd om aan de groeiende vraag naar voedsel tegemoet te komen, wordt volledig ondersteund door gezaghebbende deskundigen in het internationaal landbouwonderzoek. Nederland mag dan met overschotten kampen; op wereldschaal nemen de voedselvoorraden af. Vooralsnog is een op de drie kinderen in de Derde Wereld ondervoed. Ons doel is: geen ondervoeding meer", aldus Pinstrup-Andersen. Freedom from hunger is a basic human right."

Re:ageer