Wetenschap - 17 april 1997

Duurzaam boeren in Costa Rica en Nederland

3

Duurzaam boeren in Costa Rica en Nederland

Duurzaam boeren in Costa Rica en Nederland
Dana Kamphorst, Esther Koopmanschap, Silvia Verkleij
Dankzij de milieutop in Rio bestaan in Nederland sinds 1994 drie zogeheten Duurzame Ontwikkelingsverdragen (DOV's). Kern van deze verdragen, met Bhutan, Benin en Costa Rica, vormt het streven economische, ecologische en sociale vraagstukken in hun onderlinge samenhang te bekijken en bilateraal te werken aan duurzame oplossingen. De DVO's rusten in theorie op vier prachtige pijlers: duurzaamheid, gelijkwaardigheid, wederkerigheid en participatie
De aan de verdragen gerelateerde uitwisseling tussen boeren is een nieuw concept, doorgaans betrof het uitwisselingen tussen overheden en bedrijven
Welnu, in deze context deden Esther Koopmanschap, Silvia Verkleij en Dana Kamphorst een gedegen literatuurstudie, aangevuld met interviews met boeren, naar knelpunten waarmee Costaricaanse boeren uit de Siapaz-regio en Nederlandse agrariers uit de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden te maken hebben. Ook onderzochten de studentes wat de uitwisseling tussen deze twee groepen nu eigenlijk concreet inhoudt. Dit resulteerde in een boekwerkje waar een promovendus trots op kan zijn en een colloquium op 15 april
Het trio deed het afstudeervak onder de paraplu van de vakgroepen Ruimtelijke planvorming en Voorlichtingskunde, met ondersteuning van projectonderwijs, en in opdracht van het Imperialisme Kollektief. Bovendien werkten ze nauw samen met de Paulo Freire Stichting uit Arnhem. Deze stichting, tien medewerkers groot, probeert een bemiddelende en stimulerende rol te spelen bij samenwerkingsverbanden van non-gouvernementele organisaties in Noord en Zuid. Een van de tien, Jur Schuurman, is dan ook aanwezig en stelt: Onze doelstelling sluit wonderwel aan op het participatie-onderdeel in de verdragen.
Verkleij geeft meteen maar aan dat het onderwerp zo omvangrijk is dat in vier maanden slechts een beperkt inzicht is verkregen in de complexe situatie. Zij schetst het leven van de kleine en middelgrote boer in Siapaz en die blijken het niet gemakkelijk te hebben. Ze boeren in een bufferzone tussen natuurparken en bouwland en moeten de zone delen met mijnbouwbedrijven en grootschalige bananenplantages. Deze, veelal buitenlandse, bedrijven vormen een concrete bedreiging voor hen: ze kopen grond op, omdat ze een betere toegang hebben tot de kredietmarkt dan de boertjes en van de overheid geen belasting hoeven te betalen. De boeren ontbreekt het aan macht en middelen om de mijnbouwers en plantages tegenstand te bieden
Bovendien maken de natuurparken de boeren het leven zuur. Deze parken worden opgericht door buitenlandse wetenschappers en bedrijven, samen met de binnenlandse elite. Het tegenstrijdige overheidsbeleid - enerzijds verbiedt zij boeren in de parken, anderzijds stimuleert zij daar vlak buiten milieuvervuilende mijnbouw - draagt ook niet echt bij tot verbetering van de positie van de kleine boer. Bovendien vrezen de boeren prijsschommelingen onder invloed van de liberalisering van de markt. Al met al redenen genoeg voor de boeren om de krachten te bundelen, hetgeen in 1994 resulteerde in de Mesa Nacional Campesina (MNC). Deze organisatie telt inmiddels ruim 35 duizend leden
Dat verschilt natuurlijk hemelsbreed met de positie van 28 Nederlandse landbouwers, verenigd in de werkgroep Alblasserwaard Vijfheerenlanden, waarmee de MNC in het kader van bovenstaande verdragen een uitwisseling is gestart. In Nederland is iedere vierkante meter gepland en bestaan overal regels voor, in Costa Rica staat planning in de kinderschoenen. En heeft de Nederlandse landbouw altijd veel macht gehad, stimuleerde de overheid hier productievergroting en zorgde de EG voor gegarandeerde afzetten, in Costa Rica waren en zijn boeren juist de dupe van overheidsbeleid
Maar er zijn ook overeenkomsten. Zo is onder invloed van het milieu en landbouwoverschotten de macht van de boeren in Nederland tanende en is het beleid breder geworden door recreatie, toerisme, natuur en landschap daarbij te betrekken. De WAV streeft zelf een functieverbreding na door naast de productie van melk ook Veenweidekaasjes te maken en zelf aan natuurbeheer en agrotoerisme te doen. Zowel MNC als WAV willen dus gestalte geven aan de relatie tussen landbouw en natuur, agrotoerisme, nieuwe structuren van boerenorganisaties, vermarkting en ecologische landbouw
Kunnen die twee groepen nu van elkaar leren? In theorie wel, want de Costaricanen willen bijvoorbeeld weten hoe om te gaan met de overheid, terwijl de boeren in de Alblasserwaard vooral andere culturen willen leren kennen. Volgens Koopmanschap met name de levenshouding: Die is daar relaxter dan in het jachtige Nederland. Heen en weer zijn inmiddels delegaties op bezoek geweest
Toch komen de gelijkwaardigheid en wederkerigheid van het ontwikkelingsverdrag niet goed uit de verf, al was het alleen maar omdat Nederland de uitwisseling financiert hetgeen niet bijdraagt tot onafhankelijkheid of uitnodigt tot het leveren van welgemeende kritiek op het (gebrek aan) duurzaam beleid van de donor. Ook de Participatie is volgens de drie studentes zowel hier als daar gering. Kortom, vraagtekens alom bij de DVO's
Praktisch gezien wringt de schoen bij uitwisselingen vooral bij de communicatie. Is de MNC groot en hierarchisch, de WAV is klein en kent een knitwork: iedereen babbelt met elkaar. Verder is de afstand tussen de boeren groot en spreken ze daar Spaans. Desalniettemin concluderen de studentes: Wij zijn van mening dat integratie van Noord en Zuid belangrijk is. En ook al is deze uitwisseling een druppel op een gloeiende plaat, het is een start. Waarna ze met groot gevoel voor realiteitszin het publiek de stelling meegeven: Zijn DOV's echter niet te hoog gegrepen?

Re:acties 3

  • bever jaap

    ewa fakka niffo

    Reageer
  • bart

    hoi

    Reageer
  • piet

    Duurzaam boeren in Costa Rica en Nederland
    Dana Kamphorst, Esther Koopmanschap, Silvia Verkleij
    Dankzij de milieutop in Rio bestaan in Nederland sinds 1994 drie zogeheten Duurzame Ontwikkelingsverdragen (DOV's). Kern van deze verdragen, met Bhutan, Benin en Costa Rica, vormt het streven economische, ecologische en sociale vraagstukken in hun onderlinge samenhang te bekijken en bilateraal te werken aan duurzame oplossingen. De DVO's rusten in theorie op vier prachtige pijlers: duurzaamheid, gelijkwaardigheid, wederkerigheid en participatie
    De aan de verdragen gerelateerde uitwisseling tussen boeren is een nieuw concept, doorgaans betrof het uitwisselingen tussen overheden en bedrijven
    Welnu, in deze context deden Esther Koopmanschap, Silvia Verkleij en Dana Kamphorst een gedegen literatuurstudie, aangevuld met interviews met boeren, naar knelpunten waarmee Costaricaanse boeren uit de Siapaz-regio en Nederlandse agrariers uit de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden te maken hebben. Ook onderzochten de studentes wat de uitwisseling tussen deze twee groepen nu eigenlijk concreet inhoudt. Dit resulteerde in een boekwerkje waar een promovendus trots op kan zijn en een colloquium op 15 april
    Het trio deed het afstudeervak onder de paraplu van de vakgroepen Ruimtelijke planvorming en Voorlichtingskunde, met ondersteuning van projectonderwijs, en in opdracht van het Imperialisme Kollektief. Bovendien werkten ze nauw samen met de Paulo Freire Stichting uit Arnhem. Deze stichting, tien medewerkers groot, probeert een bemiddelende en stimulerende rol te spelen bij samenwerkingsverbanden van non-gouvernementele organisaties in Noord en Zuid. Een van de tien, Jur Schuurman, is dan ook aanwezig en stelt: Onze doelstelling sluit wonderwel aan op het participatie-onderdeel in de verdragen.
    Verkleij geeft meteen maar aan dat het onderwerp zo omvangrijk is dat in vier maanden slechts een beperkt inzicht is verkregen in de complexe situatie. Zij schetst het leven van de kleine en middelgrote boer in Siapaz en die blijken het niet gemakkelijk te hebben. Ze boeren in een bufferzone tussen natuurparken en bouwland en moeten de zone delen met mijnbouwbedrijven en grootschalige bananenplantages. Deze, veelal buitenlandse, bedrijven vormen een concrete bedreiging voor hen: ze kopen grond op, omdat ze een betere toegang hebben tot de kredietmarkt dan de boertjes en van de overheid geen belasting hoeven te betalen. De boeren ontbreekt het aan macht en middelen om de mijnbouwers en plantages tegenstand te bieden
    Bovendien maken de natuurparken de boeren het leven zuur. Deze parken worden opgericht door buitenlandse wetenschappers en bedrijven, samen met de binnenlandse elite. Het tegenstrijdige overheidsbeleid - enerzijds verbiedt zij boeren in de parken, anderzijds stimuleert zij daar vlak buiten milieuvervuilende mijnbouw - draagt ook niet echt bij tot verbetering van de positie van de kleine boer. Bovendien vrezen de boeren prijsschommelingen onder invloed van de liberalisering van de markt. Al met al redenen genoeg voor de boeren om de krachten te bundelen, hetgeen in 1994 resulteerde in de Mesa Nacional Campesina (MNC). Deze organisatie telt inmiddels ruim 35 duizend leden
    Dat verschilt natuurlijk hemelsbreed met de positie van 28 Nederlandse landbouwers, verenigd in de werkgroep Alblasserwaard Vijfheerenlanden, waarmee de MNC in het kader van bovenstaande verdragen een uitwisseling is gestart. In Nederland is iedere vierkante meter gepland en bestaan overal regels voor, in Costa Rica staat planning in de kinderschoenen. En heeft de Nederlandse landbouw altijd veel macht gehad, stimuleerde de overheid hier productievergroting en zorgde de EG voor gegarandeerde afzetten, in Costa Rica waren en zijn boeren juist de dupe van overheidsbeleid
    Maar er zijn ook overeenkomsten. Zo is onder invloed van het milieu en landbouwoverschotten de macht van de boeren in Nederland tanende en is het beleid breder geworden door recreatie, toerisme, natuur en landschap daarbij te betrekken. De WAV streeft zelf een functieverbreding na door naast de productie van melk ook Veenweidekaasjes te maken en zelf aan natuurbeheer en agrotoerisme te doen. Zowel MNC als WAV willen dus gestalte geven aan de relatie tussen landbouw en natuur, agrotoerisme, nieuwe structuren van boerenorganisaties, vermarkting en ecologische landbouw
    Kunnen die twee groepen nu van elkaar leren? In theorie wel, want de Costaricanen willen bijvoorbeeld weten hoe om te gaan met de overheid, terwijl de boeren in de Alblasserwaard vooral andere culturen willen leren kennen. Volgens Koopmanschap met name de levenshouding: Die is daar relaxter dan in het jachtige Nederland. Heen en weer zijn inmiddels delegaties op bezoek geweest
    Toch komen de gelijkwaardigheid en wederkerigheid van het ontwikkelingsverdrag niet goed uit de verf, al was het alleen maar omdat Nederland de uitwisseling financiert hetgeen niet bijdraagt tot onafhankelijkheid of uitnodigt tot het leveren van welgemeende kritiek op het (gebrek aan) duurzaam beleid van de donor. Ook de Participatie is volgens de drie studentes zowel hier als daar gering. Kortom, vraagtekens alom bij de DVO's
    Praktisch gezien wringt de schoen bij uitwisselingen vooral bij de communicatie. Is de MNC groot en hierarchisch, de WAV is klein en kent een knitwork: iedereen babbelt met elkaar. Verder is de afstand tussen de boeren groot en spreken ze daar Spaans. Desalniettemin concluderen de studentes: Wij zijn van mening dat integratie van Noord en Zuid belangrijk is. En ook al is deze uitwisseling een druppel op een gloeiende plaat, het is een start. Waarna ze met groot gevoel voor realiteitszin het publiek de stelling meegeven: Zijn DOV's echter niet te hoog gegrepen?

    Reageer

Re:ageer