Wetenschap - 23 februari 1995

Dr Ir Peter van der Pol

Dr Ir Peter van der Pol

Tuinbouwplantenteelt

Geur is emotie, herinnering. Een uiterst belangrijk element in ons leven. Ons reukvermogen is een zwaar onderschat zintuig. We leren kinderen wel hun neus te snuiten, maar niet met die neus geuren te onderscheiden, aldus dr ir Peter van der Pol van Tuinbouwplantenteelt.


Al vijfentwintig jaar knokt hij voor het behoud van geurende bloemen en planten. Maar nu de markt er rijp voor is, hakt de Landbouwuniversiteit haar edelste delen af. De kassen met geurende planten en bloemen gaan straks op de schroothoop.

Als Peter van der Pol de deur van een van de kassen opent en zegt: Ruik maar 'ns" is dat een overbodige uitnodiging. Het is alsof je wordt ondergedompeld in een geurbad temidden van honderden groene planten, die een mengelmoes aan geur afgeven waardoor tal van associaties worden opgeroepen. Tijm en salie uit de keuken van mijn grootmoeder; de tuinen van Mien Ruys, de doordringende geuren van mint, basilicum, lavendel, eucalyptusblad, sinds mensenheugenis op straat uitgestald in de oude Via Dolorosa in Jeruzalem. De sensatie is heel bijzonder. Van der Pol snoeit met zorg hier en daar een takje van enkele sterk geurende planten. Ooit gehoord van een plant waarvan het blad naar ananas ruikt? Hij/zij bestaat! Er blijken ook veel geurverschillen bij muntsoorten te zijn.

Natuurlijke geuren irriteren nooit. In tegenstelling tot de vele chemische geuren waarmee het publiek tegenwoordig wordt overgoten. Zowel mannen als vrouwen."

In een andere kas bevinden zich allerlei rozesoorten, onderling sterk verschillend van kleur en geur. Sommige zijn donkerrood en zien eruit alsof ze van fluweel zijn gemaakt; de geur is donker en bedwelmend. Een roos heeft Van der Pol naar zijn vrouw Emmelien genoemd. Zachtrose met een gloeiend hart! Zij was mijn inspiratiebron. Ere wie ere toekomt!"

Het kassencomplex draagt de naam van niemand minder dan professor S. Wellensiek, de grote veredelaar van onder andere de dwergcyclamen. En dit moet allemaal weg!", zegt Van der Poll; de verontwaardiging komt uit zijn tenen.

Terwijl die kassen helemaal niet zo oud zijn. Toch moeten ze weg. Waarom? Omdat de Landbouwuniversiteit de grond zomaar onder onze voeten heeft verkocht. We wisten van niets. Zaten ze in zo'n grote geldnood? Verschrikkelijk is het. Als je nu even van je kamer naar de kas wil, is dat minutenwerk. Maar we krijgen een kas ergens verderop. Dat betekent dat je in je auto moet stappen, of op de fiets, met je materiaal. Het is echt ongelofelijk!"

Walhalla

Wat me bovenal ergert, is de onredelijkheid van dit beleid. Een heel vreemd beleid vind ik het. De LU moet in totaal acht procent aan personeel afstoten. Waarom dan 23 procent van de formatie van Tuinbouwplantenteelt? Dat is toch belachelijk? Terwijl Nederland mondiaal de grootste exporteur is van tuinbouwgewassen. Met een groeiende exportwaarde in 1994 van ruim 18 miljard. Dat is niet niks! Er is grote behoefte aan degelijk onderzoek en aan goed opgeleide mensen. Van over de hele wereld kijken de studenten naar het Walhalla van de tuinbouw: Nederland, dus Wageningen. In plaats van te zeggen: waar we het sterkst in zijn, dat steunen we en breiden we uit, hakt de LU ons af! Niet alleen fruitteelt, ooit de grote motor voor de tuinbouw, maar ook boomteelt en bloementeelt zullen hier zwaar onder lijden. En dat zijn onze meest waardevolle kanten, daarmee moeten we juist studenten aantrekken; het zijn de groene vakgroepen, waarin we uniek zijn en waarmee we veel derde geldstroomonde
rzoek kunnen binnenhalen. Maar daar moet je voor knokken. Het komt niet naar je toe. De kost gaat voor de baat uit. Je moet er voor adverteren, publiceren en een aantrekkelijk aanbod doen. Op voorlichtingsdagen lok je een student eerder met een stand vol groene geurende planten, dan met een programma over economie of computers. Je biedt ze de natuur aan, dat interesseert ze. De rest komt dan vanzelf wel tijdens de studie. Ik maak me ernstig zorgen over ons groene imago."

Nadenkend vervolgt hij: Ja, ik zie het als mijn missie om te vechten voor de genetische rijkdom aan geurbronnen die in de natuur aanwezig is en waar we enorm veel mee kunnen maken."

Waardoor ging die geur verloren?

Door steeds verdere veredeling en kruisingen van bloemen. Als een onderzoeker een lijstje krijgt met als belangrijkste onderzoeksopdrachten produktie, teelt, houdbaarheid en steellengte en ergens onderaan komt geur, dan valt het laatste onderdeel van dat onderzoek meestal af, zo gaat dat."

Bouquet

Een tijdlang was het: hoe groter hoe mooier, hoe meer, hoe beter, in navolging van Amerika. Tegenwoordig ziet de consument in, dat je niet kunt blijven doorproduceren, maar dat je naar kwaliteit en verfijning moet streven. En daar is de tijd nu rijp voor. Een prachtige, grote, geurende, volmaakte roos in een fles kan perfecter zijn dan een hele bos. Aan zo'n produkt hangt wel een prijskaartje. Zo'n roos kan wat duurder zijn door een lagere produktiviteit. Maar het publiek is nu geneigd dat er voor over te hebben. Je moet mensen ook - nou ja - opvoeden in een bepaalde cultuur. Kijk naar de wijnboeren. Dat is ook tuinbouw. Die zijn erin geslaagd na lange jaren, om de consument wijn te laten kopen met een verschil van een factor honderd. Van vijf gulden per fles tot vijfhonderd, want dat heeft de echte wijnliefhebber over voor een bijzonder bouquet. Daar kunnen we nog iets van leren. Het is lange termijn werk. Maar wel een visitekaartje voor de Landbouwuniversiteit."

De decemberbrief van 1994, waarin de inkrimping per vakgroep werd meegedeeld, vindt Van der Pol een overval. Jarenlang konden we mensen binnen halen en interessant onderzoek doen, zonder dat ons personeelsbestand daardoor in het geding kwam, of onze inkomens. In plaats van de vakgroepen te waarschuwen en mee te delen dat we voor onze eigen toko moesten gaan zorgen, zoals in Amerika en Israel - wij Nederlanders waren de verwende kinderen, die alles konden doen - krijg je zo'n brief. Plotseling kan het niet meer. Plotseling word je teruggeworpen op je kerntaken. Het zal een hele saaie boel worden. Want wij moeten terug van 23 naar 18 mensen. Vijf mensen weg, waaronder twee UHD's en een halve hoogleraarsplaats. Wat voor invloed dat heeft op onderwijs en onderzoek kun je wel raden!"

Groene vakken

Bent u niet wat naief? De bezuinigingen waren toch al jaren aan de gang?

Ja, maar deze brief over de inkrimping is absurd. Er wordt zomaar links en rechts gehakt. Nu wil Voorlichting ook nog de L uit de LUW halen! Wat blijft er dan over? De Leeuwenborch schijnt het daar moeilijk mee te hebben, want met die L van Landbouw worden ze niet als volwaardige economen en sociologen gezien! Maar wat zijn hier nou eigenlijk de groene vakken?"

In zijn kamer, waar geen stoel of bureau vrij is van stapels paperassen en tijdschriften, toont hij het grote aantal interviews dat men hem de laatste tijd heeft afgenomen.

Ja, geur is in!", zegt hij lachend.

Twee jaar geleden liet de VBA, de bloemenveiling Aalsmeer, een onderzoek doen naar de wensen van het publiek. Van elke twee (identiek ogende) boeketten werd die met de geuren gekozen. Het onderzoek mondde uit in een project, Parfleur gedoopt, waaraan dertig bloemenspeciaalzaken gedurende zes maanden deelnemen. Dan wordt het experiment geevalueerd. De boeketten, die alleen onder de naam Parfleur mogen worden verkocht, moeten op zijn minst een aantal geurende bloemen bevatten van vooraf geselecteerde kwekers. In een bijgevoegd boekje is een nul-zes nummer te vinden voor eventuele klachten.

Omdat ik al vijfentwintig jaar de geur in bloemen propageer, gunde men de eer voor de aftrap van het project aan Wageningen." De pers was uitgenodigd (behalve het WUB, foutje! ) en Van der Pol had een lange geurlijn opgesteld van bloemen en planten, waarlangs de bezoekers hun neus te gast konden laten gaan. Geur is een verwaarloosde eigenschap. Geur heeft invloed op sfeer, stemming, herinnering. We leren kinderen wel hun neus snuiten, maar niet dat ze met die neus ook geuren kunnen leren herkennen."

Vervlakking

Er zijn nu ook rozen, die fruitig ruiken. Voor een sportieve gelegenheid, want de tijd waarin alleen vrouwen bloemen kregen is voorbij, aldus Van der Pol. Er wordt nog steeds met nieuwe geuren geexperimenteerd. Zelf houdt hij erg van de egelantier, waarvan het blad naar appelsap ruikt.

De meeste mensen weten niet eens wat dat is, een egelantier. Ik wilde de bewoners van de Egelantiersgracht in Amsterdam allemaal zo'n stekje geven. Om ze te laten zien en ruiken, waaraan hun gracht nu eigenlijk zijn naam te danken heeft. Maar de plantsoenendienst Amsterdam wees het verontwaardigd af. Ze hadden geen zin in al die stekelige planten in het trottoir."

Hij wijst tot slot op een stelling uit zijn proefschrift:

De verwaarlozing van de eigenschap geur bij tuinbouwprodukten is een typisch voorbeeld van de vervlakking van deze tijd."

Het is een stelling uit 1972. Hij gaat nog steeds op, is de mening van Peter van der Pol. Bij het afscheid krijg ik een heerlijk geurend boeketje mee in een conservenblikje. Morgen even wat rozen snijden voor de secretaresses", zegt de geurspecialist. Het is Valentijnsdag."

Re:ageer