Wetenschap - 18 mei 1995

Dorien Gerrits

Dorien Gerrits

Bedrijfsmaatschappelijk Werk

Ongeveer vijftien jaar geleden was Dorien Gerrits, maatschappelijk werkster bij de Landbouwuniversiteit, een van de eersten die hun verhaal vertelden in de rubriek Mensen Praten. Deze keer verhaalt ze over wat er is veranderd aan de hulpvragen sinds die tijd.

Het bedrijfsmaatschappelijk werk is tegenwoordig ondergebracht in het bestuursgebouw, waar Dorien Gerrits een prettige kamer heeft. Net als vijftien jaar geleden staat de koffie klaar. Er hoeft bepaald geen ijs te worden gebroken. Gerrits is een rustige vrouw die heel voorzichtig en weloverwogen haar bevindingen onder woorden brengt. Ze doet haar werk nog met evenveel plezier als in 1980. Je blijft alleen jarenlang in een baan waarin je voortdurend met andermans narigheden wordt geconfronteerd, als je om mensen geeft. En dat doet ze. Gepokt en gemazeld is ze, door de vele malen dat haar hulp werd ingeroepen bij het oplossen van kleine en grotere problemen op de werkvloer.

In principe is mijn werk niet veranderd", zegt Dorien Gerrits. Hoewel we nu, al is het tijdelijk, met z'n tweeen zijn en er ook administratieve ondersteuning is. Ik werk veertig uur per week en mijn collega Tineke Nota twintig uur per week; haar contract loopt helaas op 1 oktober af. Alleen - de problemen zijn toegenomen, vooral het laatste jaar. Begrijpelijk genoeg is er nogal wat onrust over wie er al dan niet zal worden ontslagen door de bezuinigingen aan de Landbouwuniversiteit."

Beroepsgeheim

In een verslag van het bedrijfsmaatschappelijk werk over de taken en werkzaamheden in 1994 staan de uitgangspunten uitgesplitst voor de Landbouwuniversiteit en voor de medewerker. Voor de universiteit staat er onder meer dat het bedrijfsmaatschappelijk werk zich zal inzetten bij het ondersteunen van het probleemoplossend vermogen van de - voor de medewerker verantwoordelijke - leidinggevende, en het optimaliseren van het arbeidsklimaat.

De medewerker op zijn beurt kan bij het bedrijfsmaatschappelijk werk vertrouwen op het beroepsgeheim. Er is hulp en advies beschikbaar bij uiteenlopende problemen. Die hulp geschiedt op vrijwillige basis; de hulpvrager blijft zelf verantwoordelijk voor de keuze van een oplossing voor het geconstateerde probleem.

Het is erg belangrijk dat het bedrijfsmaatschappelijk werk een onafhankelijke positie inneemt, doordat we niet betrokken zijn bij beheerstaken. Daardoor voorkom je dat je met een dubbele pet op zit", merkt Dorien Gerrits op. De mensen hoeven dus nooit bang te zijn dat er ook maar het geringste negatieve effect ontstaat door de gesprekken hier. Het bedrijfsmaatschappelijk werk onderscheidt zich daarmee van andere personeelsfuncties. Het is wel goed dat dit nog eens duidelijk wordt gezegd."

Wie zitten er dan wel met een dubbele pet?

Een personeelsconsulent zit bij besprekingen soms wel met een dubbele pet op. Die moet namelijk ook nog beheerstaken uitvoeren." Gerrits vindt dit een heikel onderwerp en praat er liever niet over. Je krijgt zo gauw een verkeerde indruk", zegt ze weifelend. Ik wil niet de indruk wekken dat onze personeelsconsulenten hun werk niet integer doen. Het is wel zo dat je meer weet van een persoon die je al eens op je spreekuur hebt gehad. Daardoor zou je bevooroordeeld kunnen raken, bijvoorbeeld wanneer die persoon bevorderd kan worden. Ik zeg niet dat dat gebeurt; ik constateer alleen dat de mogelijkheid er 364s. Vandaar dus die nadruk op de onafhankelijkheid van het bedrijfsmaatschappelijk werk."

Onrust

De hulpverlening moet wel te maken hebben met het werk. Prive-problemen komen ook op tafel bij Dorien en haar medewerker, maar die verwijzen ze zoveel mogelijk door. Naar de huisarts of naar andere instanties, zoals het Riagg." In 1994 betrof het aantal behandelde prive/persoonlijke gevallen zestig. Er vonden 166 gesprekken plaats voor die medewerkers konden worden doorverwezen.

Het laatste jaar wordt Gerrits meer en meer geconfronteerd met de onrust over het effect van de bezuinigingen. Moet ik eruit? Ben ik het slachtoffer?" Dorien kijkt zorgelijk.

Er is ook over gedacht het bedrijfsmaatschappelijk werk op te heffen. Gelukkig vond men dit een ongewenste maatregel." Gerrits kan zich daardoor des te beter verplaatsen in de mensen die het dreigend ontslag nog wel boven het hoofd hangt.

Het beroerde is dat het steeds moeilijker wordt om een oplossing te vinden voor een probleem. De vakgroepen zitten nu met een strikt aantal formatieplaatsen. Er kan nauwelijks geschoven worden. Taken moeten worden ingekrompen of anders verdeeld. Als een vakgroep een formatieplan maakt en iemand ziet dat bijvoorbeeld zijn stukje onderwijs of onderzoek wordt ingekrompen, dan zal hij daar al snel een conclusie uit kunnen trekken. Dat geeft enorme spanningen. Vroeger zetten ze naast iemand die niet zo goed functioneerde, een (extra) andere kracht neer. Nu wordt de disfunctionerende medewerker persoonlijk op zijn prestaties aangesproken. En moet er op een vakgroep worden ingekrompen, dan voelt zo iemand al gauw dat hij of zij wel eens het slachtoffer kan worden. Natuurlijk wordt van zo'n situatie ook wel eens misbruik gemaakt door zo iemand, te lozen. Daar is dan mooi de gelegenheid voor."

Dorien Gerrits aarzelt weer bij deze uitspraak. Ze wil niemand in een kwaad daglicht stellen, maar in de praktijk komt het tych wel eens voor. Mensen worden er in noodsituaties niet altruistischer op, moet ze constateren. Eerlijkheid en integriteit worden daarbij op de proef gesteld. Wij proberen die eerlijkheid en integriteit voor honderd procent toe te passen bij de conflictoplossing", zegt ze enigszins geemotioneerd.

Huisbezoek

In 58 gevallen (228 gesprekken) hielpen Gerrits en haar collega het afgelopen jaar bij specifieke problemen in de werksituatie. Dat is maar een klein deel van het aantal gesprekken dat plaats vond in andere probleemsituaties.

Medewerkers die langdurig ziek of gehandicapt zijn of met gedwongen ontslag moeten, hebben veelal begeleiding nodig. Dan gaat het bedrijfsmaatschappelijk werk op huisbezoek. Meer dan honderd keer trokken Dorien of haar collega het afgelopen jaar bij medewerkers thuis letterlijk aan de bel, om in de huiselijke sfeer te trachten eruit te komen.

De zorgelijke financiele situatie op de universiteit zorgt ook voor overspannen medewerkers. Gedwongen overplaatsing, outplacement, ontslag, taakvermindering; het zijn zaken waarmee de leidinggevenden van de Landbouwuniversiteit te maken krijgen. Daarom houdt het bedrijfsmaatschappelijk werk steeds vaker adviesgesprekken met leidinggevenden, om richtlijnen te geven voor de begeleiding van mensen die zich in zo'n nare situatie bevinden.

Voor een betere verzuimbeheersing hebben we een training Verzuimbeheer voor leidinggevenden georganiseerd, in samenwerking met de bedrijfsarts en Clim Linders van gehandicaptenbeleid. Van de 218 uitgenodigde leidinggevenden namen er 112 deel. Het omgaan met mensen die langdurig of vaak ziek zijn en hun taken niet naar behoren kunnen uitvoeren, vereist een aparte aanpak", aldus Gerrits.

Voor sommige mensen is de drempel van het bedrijfsmaatschappelijk werk te hoog. Om verschillende redenen. Soms wil een medewerker liever niet dat de chef weet dat hij of zij een gesprek met het bedrijfsmaatschappelijk heeft. Zo iemand komt dan buiten werktijd. Want behalve de ontslagsituatie zitten de problemen vaak in de onderlinge werkverhoudingen. Soms zijn het contactuele problemen, soms onduidelijkheid over taken die iemand door inkrimpingen moet overnemen. Het misverstand heerst dat wie een grotere hoeveelheid werk krijgt, ook in een andere loonschaal komt. Maar dat is niet het geval. Inschaling van functies is niet afhankelijk van het aantal taken dat je verricht, maar van het niveau van die taken."

Waarvoor zijn de mensen dan bang?

Soms blijven ze weg uit schaamte omdat ze het niet voor anderen willen weten. Ook onbekendheid met ons bureau speelt een rol. Maar vooral wanneer wij de problemen niet snel uit de wereld kunnen helpen en wij mensen dus doorverwijzen naar een externe instantie, schrikken ze terug. Ze zijn bang voor de omgeving, die meteen reageert: O, moet je naar een psychiater? Je bent toch niet gek? Dat is toch onzin. Dat moet je de mensen aan hun verstand zien te peuteren."

Onlangs heeft Dorien Gerrits een verhaal gehouden voor Sociaal Contact Wageningen. Daarin zitten onder anderen de Wageningse huisartsen en instanties als het Riagg en Maatschappelijk werk. Als er problemen zijn, is het zinvol dat deze hulpverleners weten wat ze van elkaar kunnen verwachten. Maar we vragen altijd eerst toestemming van de client om met de huisarts informatie te mogen uitwisselen."

Mobiliteitsbureau

Met het Mobiliteitsbureau onderhoudt het bedrijfsmaatschappelijk werk nauwe contacten. We verwijzen daar veel mensen heen en dat werkt goed", constateert Dorien Gerrits tevreden. We overleggen onderling; ik bemiddel onder andere bij de inschrijving van mensen met een sociale/medische indicatie. Die hebben voorrang en krijgen snel een intake-gesprek. Maar iedereen kan terecht bij het Mobiliteitsbureau, of je nu een verstoorde arbeidsrelatie hebt of juist een grotere uitdaging wilt."

Sinds het vorige interview in er veel veranderd in het werk van Dorien Gerrits. Wat bleef is haar praatpaalfunctie met biechtgeheim", zoals ze al in 1980 haar functie omschreef. Die heb ik nog steeds", besluit ze lachend.

Re:ageer