Wetenschap - 17 september 1998

Doormodderen kan echt niet meer

Doormodderen kan echt niet meer

Doormodderen kan echt niet meer
Veerman kondigt krachtige ingrepen aan
De bezuinigingen van meer dan twintig miljoen gulden die de universiteit te wachten staan, nopen de raad van bestuur tot fundamentele ingrepen in organisatie en taakveld van de Landbouwuniversiteit. Binnen zes weken wordt een ondernemingsplan opgesteld. Prof. dr Cees Veerman, voorzitter van de raad van bestuur, ziet zo'n plan vooral als een kans op nieuw elan. We moeten de kansen zien om met een sterke universiteit het samenwerkingsproces in te gaan. Doormodderen kan echt niet meer.
De feiten zijn duidelijk en onplezierig. Op de prinsjesdag maakte het kabinet bekend dat de Landbouwuniversiteit vier jaar de tijd krijgt om een bezuiniging van zeventien miljoen gulden te realiseren. Daar bovenop komt nog een efficiency-korting van 0,55 procent. Al met al meer dan twintig miljoen gulden. De overheidsbijdrage gaat met bijna tien procent omlaag
Bestuursvoorzitter prof. dr Cees Veerman oogt niettemin optimistisch en vastberaden. Het moge duidelijk zijn dat we deze bezuiniging niet kunnen realiseren door een likje hier en een schrapje daar. De teruggang in het budget van de universiteit komt bovenop de laatste stappen in het masterplan, dat de zwaarste ingrepen naar achteren had geschoven. De kaasschaaf is dan ook tamelijk bot geworden en biedt geen soelaas. Bovendien leidt dat instrument overal tot pijn, wat betekent dat niemand binnen de universiteit nog perspectief ziet. Die verlamming moeten we voorkomen.
Het moet dus anders, stelt Veerman, wil de universiteit als een gezonde, op de nieuwe uitdagingen voorbereide en volwaardige partner in het integratieproces met DLO kunnen stappen
Ik wil vooraf stellen dat de raad van bestuur zich nog lang niet heeft neergelegd bij de aanslag op de het universitaire budget. Wij zijn het niet eens met de grondslagen van de korting. Er is een heel merkwaardige methode gehanteerd, waarbij bijvoorbeeld twee categorieen studenten niet zijn meegerekend: de 175 promovendi die we per jaar afleveren en de honderden buitenlandse studenten. Als we net als de andere universiteiten vijftigduizend gulden per promovendus kregen, zou de aanslag al bijna tien miljoen gulden lager uitvallen. Veerman benadrukt dat de berekeningen niet zijn gemaakt door het ministerie van Landbouw maar door ambtenaren van Financien, tijdens de formatie
Wapenen
De raad van bestuur zal een heftig debat aangaan over de rationaliteit achter deze bezuinigingen. Maar we moeten ons wapenen voor het geval deze discussie niets oplevert. Vergeet niet dat het ministerie van Landbouw zelf ook is aangeslagen voor zo'n tweehonderd miljoen gulden. Veel ruimte is er daar dus niet.
Bovendien is dit een goede aanleiding om ons eens af te vragen wat we willen met de Landbouwuniversiteit. Wat voor soort ingenieurs willen we eigenlijk opleiden? Met andere woorden, het is tijd voor een intrinsiek debat over de aard van ons product. We beschikken over een enorm breed palet aan opleidingen en vakken, twaalfhonderd in getal. De vraag is of we dat overeind moeten en willen houden. Laten we ons eens afvragen hoe wij een universiteit willen inrichten bij een gegeven rijksbijdrage en een gegeven aantal studenten. Alsof er nog geen universiteit is. Waarbij we tevens rekening houden met het feit dat er samenwerking plaatsvindt met de Dienst Landbouwkundig Onderzoek en het praktijkonderzoek in Wageningen UR-verband.
Om dat te bewerkstelligen heeft de raad van bestuur de directeur Bedrijfsvoering, ir Gerrit Kok, opdracht gegeven om een werkgroep te leiden die in zes weken tijd een ondernemingsplan moet schrijven voor de universiteit. Voor 15 november moet dat af zijn. Het plan moet aangeven hoe de universiteit haar prioriteiten gaat stellen. De werkgroep zal te rade gaan bij de hoogleraar-directeuren en anderen binnen de Landbouwuniversiteit. Daarna zal de raad van bestuur zich er een oordeel over vormen en het totale plan met een aantal groeperingen binnen de organisatie bespreken
Er is zes weken voor de discussie en daarna is het afgelopen. Dan stellen we het plan vast en voeren het uit. Degenen die niet aan de discussie deelnemen - en ik onderken dat sommigen dergelijk vluchtgedrag vertonen - hebben wat ons betreft dus geen mening. Het plan wordt straks het richtsnoer. Het is erop of eronder. Als we niet met een helder en krachtig plan komen, glijdt de universiteit langzaam weg. Dat is geen optie. Het zal hopelijk duidelijk zijn dat de medezeggenschapsraad een formele rol van betekenis gaat spelen in het traject dat voor ons ligt. Maar behalve de formele rol is het mijn ervaring dat het in een dergelijk ingrijpend proces noodzakelijk is een nauwe en betrokken samenwerking en samenspel tussen leiding en medezeggenschap na te streven.
Vicieuze cirkel
Niets staat vooraf vast, zegt Veerman. Ook niet het feit dat sommige Wageningse opleidingen uniek zijn in Nederland. Het is niet vol te houden om kwijnende opleidingen overeind te houden met subsidies van de florerende. Dat geeft bittere verwijten en scheve gezichten. Het is ook niet de taak van de universiteit om ze in stand te houden, zeker niet als de overheid ons keer op keer belast met bezuinigingen. Geen enkele opleiding is dus op voorhand gevrijwaard van ingrepen, al zal er natuurlijk zorgvuldig worden gekeken naar de argumenten voor en tegen.
Het zal ook niet mogelijk zijn om alle onderzoek te blijven doen, al kan het feit dat elders binnen Wageningen UR voor onderwijs en onderzoek expertise nodig is een argument zijn om sommige groepen en onderzoekers te handhaven.
Er moeten echte en elementaire afwegingen worden gemaakt. De afgelopen jaren kreeg de universiteit voortdurend minder centen en toch zijn we vrijwel hetzelfde blijven doen. Het is dus logisch dat de werkdruk is toegenomen. Helaas is het huidige verdeelmodel niet zodanig dat personeelsleden zelf kunnen besluiten om taken af te stoten, omdat ze dan ook direct nog minder middelen krijgen. Deze vicieuze cirkel moeten we doorbreken. Tegelijkertijd moet heel duidelijk zijn dat we het onderwijs aan heel kleine groepjes studenten of onderzoekers gewoon niet kunnen betalen. We kunnen de continuiteit van de universiteit niet waarborgen als we in deze peperdure systemen blijven werken. Dat moet volstrekt duidelijk zijn. We willen af van ingewikkelde en gedetailleerde financiele afspraken met de departementen. Gewoon meerjarenafspraken, zodat men op dat niveau weet waar men aan toe is, onafhankelijk van jaarlijkse schommelingen in studentenaantallen. De departementsdirecteuren moeten de beschikking krijgen over vaststaande budgetten, zodat ze hun verantwoordelijkheid kunnen nemen.
Vernieuwing
Een heel wezenlijk onderdeel van het ondernemingsplan moet zijn het vrijmaken van gelden voor het stimuleren van vernieuwing. Er moet nieuw elan komen. We moeten deze operatie niet alleen beschouwen als een negatieve bezuinigingsslag. Dit is een kans, een uitdaging om te komen tot een slagvaardige vernieuwende universiteit. Ik weet dat wellicht bij deze zinnen een homerisch gelach weerklinkt. Mensen hebben dit vaker gehoord, maar ik heb niets met dat verleden te maken. Dit is een totaal andere situatie: dit gaat gebeuren!
Bij DLO is inmiddels een goed en helder ondernemingsplan afgerond. Daarin zit ruimte voor vernieuwing; daarin zit geld voor vernieuwing. Dat gaat ook bij de universiteit gebeuren. De universiteit moet niet als het zwakker zusje aan het nieuwe samenwerkingsverband beginnen. Bedenk welke kansen er liggen als we straks een krachtige en slagvaardige organisatie hebben waar zevenduizend hoogwaardige personeelsleden werken in een goede structuur en samenhang. Dat is niet alleen van belang voor het onderwijs en de wetenschap van de universiteit, een dergelijke organisatie krijgt ook voldoende gewicht tegenover de politiek. Een dergelijk kenniscentrum is een stuk robuuster en solider dan een kennisinstelling in diaspora. Laten we met zijn allen die structuur vormgeven, waarbij wederom geldt dat de winsten blijven bij degenen die ze maken. Van groot belang is dat we elkaar vertrouwen en dat we structuren creeren die dat vertrouwen vormgeven. Dat zijn de basisvoorwaarden voor een succesvolle instelling. Als dat lukt, dan komen we sterker uit deze operatie.
Brainstormsessie over hoger onderwijs
Het lijkt wel of men in Den Haag in de beeldvorming over de universiteiten tien tot vijftien jaar achterloopt, zegt raadsvoorzitter Cees Veerman. Men heeft absoluut niet in de gaten hoeveel efficienter het hoger onderwijs is geworden en wat er allemaal is bereikt. Veerman heeft een beetje genoeg van de voortdurende ad hoc bezuinigingen op het hoger onderwijs
De hoop op een nieuwe koers onder een nieuwe bewindsman is de bodem ingeslagen met de aankondiging van nieuwe bezuinigingen. Die komen boven op een oude aanslag van tweehonderd miljoen die nog volgt uit een nota van de vorige onderwijsminister Ritzen. In totaal moeten de universiteiten meer dan driehonderd miljoen gulden vertimmeren op een moment dat een groot tekort dreigt aan academici
De vlucht voorwaarts naar het bedrijfsleven, zoals op verschillende universiteiten geventileerd bij de opening van het academisch jaar, bevalt de Wageningse raadsvoorzitter maar ten dele. Er zijn toch zaken die niet direct in het belang zijn van het bedrijfsleven, die van groot belang zijn voor de samenleving.
Veerman overweegt het initiatief te nemen tot een brainstormsessie over de toekomst en het belang van het universitair onderwijs. Aan die sessie zouden alle universiteiten moeten deelnemen, alsmede vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de nieuwe onderwijsminister, Loek Hermans
Er is een grondig debat nodig, want zo kan het niet langer. De universiteiten worden voortdurend de dupe van allerlei onderhandelingsrondes. We moeten duidelijk krijgen wat de politiek wil met de universiteiten en daaraan moeten consequenties worden verbonden. En dat moet meer zijn dan het gratuite vragen om meer geld.
Werken aan het ondernemingsplan
De raad van bestuur heeft ir Gerrit Kok, projectleider Interne bedrijfsvoering, belast met het opstellen van een ondernemingsplan voor de universiteit. Dit plan moet op 15 november zijn afgerond. Secretaris van de werkgroep wordt dr ir Piet de Visser, voormalig sectordirecteur van de Leeuwenborchgroepen
Kok wordt verder bijgestaan door de projectleider Onderwijs, prof. dr ir Bert Speelman; de departementsdirecteur Omgevingswetenschappen, prof. dr ir Lijbert Brussaard; de voorzitter van de afdeling Humane voeding en epidemiologie, prof. dr ir Frans Kok; planningsambtenaar drs Paul Deneer; financieel directeur drs Paul van Vliet; en dr Philip van der Heijden van het ID-DLO. De laatste is aan de werkgroep toegevoegd omdat hij heeft meegewerkt aan het ondernemingsplan van DLO en vanuit dat proces de nodige ervaringen kan inbrengen

Re:ageer