Wetenschap - 27 februari 1997

Dolly

Dolly

Dolly
Britse onderzoekers hebben een zes jaar oud schaap gekloond door het genetisch materiaal uit een uiercel in te brengen in een eicel waaruit de celkern was verwijderd. Is die kloon, Dolly, werkelijk identiek aan het volwassen ouderdier?
Zo'n eicel zonder celkern wordt gevuld met de kern van een andere cel, die het genetisch materiaal bevat. Maar de eicel zelf bevat ook nog een beetje genetisch materiaal, los van de verwijderde kern. Dat zit in het cytoplasma dat de celkern omhult. In dat cytoplasma zitten bijvoorbeeld vetdruppeltjes, membranen en mitochondrien, de energiecentrales van de cel. Die mitochondrien hebben hun eigen DNA. Het cytoplasma is onder andere nodig om de eicel en de kern aan te zetten tot deling. De interactie tussen het cytoplasma en het genetisch materiaal in de celkern zorgt voor het genereren van een nieuw individu
De invloed van dat maternale materiaal in het cytoplasma is een vrij nieuw onderzoeksveld bij zoogdieren. Bij vissen is daar meer over bekend. Als je bij de karper zo'n wisseling van celkern uitvoert, heeft het maternale cytoplasma invloed op het aantal schubben. Je krijgt dan dus geen echte kloon, geen exacte kopie
Zo'n twintig jaar geleden is bij de klauwpad een celkern van een volwassen dier in een eicel ingebracht. Dat leverde ook een volledig individu op. Toen spraken de onderzoekers echter niet van een kloon, omdat ze wisten dat het maternale cytoplasma veel invloed heeft op de ontwikkeling van het embryo
Bij zoogdieren weten we nog niet hoe het zit. Wel weten we zeker dat zelfs een eeneiige tweeling niet identiek is, hoewel daar het cytoplasma gelijk is. Dat was bij Dolly en de donor van de celkern niet het geval. Dus bij Dolly staat de definitie kloon op losse schroeven. In feite kloneer je niet het schaap, maar het genoom van het dier. Daarmee kloneer je dus productie-eigenschappen zoals de melkgift
Het bijzondere van deze kloon is dat het genetisch materiaal uit een volwassen dier komt in plaats van uit een embryo. De meeste cellen in een zoogdier zijn gedifferentieerd: ze hebben een specifieke functie en alleen de daarbij betrokken genen staan aan. Een eicel is ongedifferentieerd: er zijn nog geen genen uitgeschakeld. Tot nu toe lukte het klonen alleen met ongedifferentieerde embryonale cellen, die zich nog kunnen ontwikkelen tot allerlei verschillende soorten cellen. De onderzoekers hebben nu geprobeerd gedifferentieerde cellen zo te bewerken dat alle genen weer beschikbaar zijn in de eicel. Ze hebben 273 pogingen gedaan en er is er een gelukt. Ik denk dat ze die ene keer toevallig een stamcel te pakken hadden, die net als een embryonale cel ongedifferentieerd is

Re:ageer