Wetenschap - 27 november 1997

Dolly en de geschiedenis van het klonen

4

Dolly en de geschiedenis van het klonen

Dolly en de geschiedenis van het klonen
Het gekloonde schaap Dolly zorgde een half jaar geleden voor opschudding. Een Amerikaanse wetenschapsjournalist schreef een boek over haar en de verwikkelingen van het kloononderzoek. Een bijzondere geschiedenis
Op een zachte zomeravond, juli vorig jaar, kwam een beroemd lam ter wereld. Niemand opende een champagnefles, niemand nam foto's. En toch riep dit lam, luisterend naar de naam Dolly, een half jaar later over de hele wereld verbazing en verwondering op. Toen werd Dolly's geboorteplaats Roslin, waar meer schapen wonen dan mensen, overspoeld door de media
Dolly is het eerste wezen dat als kloon van een volwassen dier wordt geboren door een fusie van een uiercel met een eicel waar de kern uitgehaald werd. Het zesjarige schaap waar Dolly een kopie van is, was toen waarschijnlijk al lang opgegeten. Het bewijs dat Dolly echt een kloon is, werd geleverd door de DNA-fingerprint te vergelijken met andere diepgevroren uiercellen van hetzelfde schaap. Bovendien verschilde Dolly uiterlijk van haar surrogaatmoeder, die van een ander schapenras was
De makers van Dolly startten hun experimenten zonder zich om het zesjarige schaap te bekommeren waar Dolly een kopie van was. Dat schrijft Gina Kolata, een Amerikaanse wetenschapsjournalist in haar boek Clone; the road to Dolly and the path ahead. Volgens Kolata onderschatten de onderzoekers Ian Wilmut en Keith Campbell de impact van hun onderzoek. Maar de buitenwereld had dan ook een grote onoplettendheid aan de dag gelegd tijdens hun eerdere onderzoek
Campbell vertelde aan Kolata: Ik wist dat het zou werken. Sinds de geboorte van Megan en Morag heb ik dat altijd geweten. De schapen Megan en Morag waren ook al geboren door gedifferentieerde cellen te klonen, gediffentieerde embryonale cellen in dit geval. Het resultaat daarvan publiceerden ze in Nature, maar dat maakte geen indruk op de wereld. Een gerenommeerd embryoloog bekent zelfs het artikel nooit gelezen te hebben: het ging namelijk over schapen en niet over muizen, die veel worden gebruikt in de ontwikkelingsbiologie
Texas
Ik zat begin juni in New York met Wilmut op een bank in Central Park en vroeg hem naar zijn nieuwe leven, na Dolly. Wilmut, die nog nooit in New York was geweest, was er slechts voor een dag, voor besprekingen, schrijft Kolata. Wilmut en Campbell waren geen bekende wetenschappers. Wilmut werkte al 23 jaar negen uur per dag op het Roslin Institute, vroeger het Animal Breeding Research Station Scotland genoemd. Hij zag klonen als een middel in de ontwikkeling van dieren die medicijnen produceren. Campbell, gespecialiseerd in celdelingsprocessen tijdens de embryogenese, werd speciaal voor het kloonproject aangetrokken
Wilmut geloofde niet dat klonen onmogelijk was. In 1986 kletste hij na een wetenschappelijk bijeenkomst wat na met een dierenarts in een Ierse pub. Die had in Texas met ene Willadsen gewerkt en vertelde dat Willadsen embryo's van landbouwhuisdieren van zestig tot 120 dagen oud had gekloond, zonder daar ooit iets over te publiceren. Wilmut zocht contact met Willadsen en het verhaal bleek te kloppen. Wilmut was verbluft. Als dit waar was, was het misschien mogelijk om volwassen landbouwhuisdieren te klonen, schrijft Kolata
Vooraanstaande wetenschappers dachten ondertussen dat klonen via een cel van gedifferentieerd weefsel van een volwassen dier onmogelijk was. Kolata beschrijft uitgebreid hoe vooraanstaande ontwikkelingsbiologen na een lange discussie over een vermeende fraudezaak over drie gekloonde muizen tot die conclusie kwamen. Science publiceerde er zelfs een artikel over en dat was de nekslag voor het muizenkloononderzoek. Hoe kun je financiers en slimme jonge onderzoekers overtuigen van de perspectieven van dat onderzoek als vooraanstaande wetenschappers zeggen dat het biologisch onmogelijk is?
Alleen op agrarische faculteiten ging het kloononderzoek door, vooral uit economische en praktische overwegingen en niet gedreven door het verlangen om de moleculaire mysteries van ontwikkeling te begrijpen. Maar ook dat onderzoek stortte een beetje in, omdat het moeilijk was sponsors te vinden. Het klonen van cellen van een heel vroeg embryo lukte wel, maar het koste meer dan dat boeren ervoor wilden betalen. Net toen het kloononderzoek helemaal leek te verdwijnen, besloot Wilmut begin jaren negentig te starten
Sprookje
Kolata beschrijft het bijna als een sprookje: De wetenschappers die werken op boerenerfen en eicellen verzamelen uit eileiders die ze ophalen uit slachthuizen, waren behoorlijk geisoleerd van de wetenschappelijke supersterren, wiens universum het enige leek te zijn wat er toe doet. En juist deze landbouwwetenschappers doorbreken uiteindelijk de wetten der natuur.
Kolata's boek is gebaseerd op een groot aantal interviews met onderzoekers die een rol speelden in het kloononderzoek. Dat levert een interessante reconstructie op van de geschiedenis - het grootste deel van het boek - en recente ontwikkelingen. Daarnaast beschrijft ze de wetenschappelijke carrieres en huiselijke details van de hoofdrolspelers en dat maakt het boek extra leuk om te lezen
Ze geeft niet alleen goed inzicht in de wetenschappelijke verwikkelingen rond het klonen, maar bijvoorbeeld ook in de opkomst van ethische bewegingen en de veranderingen in het beeld en vertrouwen dat niet-wetenschappers in wetenschap hebben. Zo stelt ze dat als Dolly in 1956 geboren was, de reactie van de wereld waarschijnlijk radicaal anders geweest zou zijn. Vandaag de dag is het moeilijk om je voor te stellen dat nog niet zo lang geleden mensen die zich ethici noemen veel moeite moesten doen om gehoord te worden.

Re:acties 4

  • super mega satan

    Pindakaas is lekkerder op kip

    Reageer
  • super satan

    Ik hou ook van pindakaas. Pindakaas op je moeder.

    Reageer
  • satan

    ik hou ook van pindakaas mjammie!

    Reageer
  • sta

    Reageer

Re:ageer