Wetenschap - 2 november 1995

Doelgerichte acties ontbraken in landbouwdebat

Doelgerichte acties ontbraken in landbouwdebat

Stichting Ter Zake zet punt achter discussiebijeenkomsten

Het nationaal landbouwdebat, dat vorig jaar met veel bombarie van start ging, is ten einde. De deelnemers moesten vernieuwende ideeen naar voren schuiven om de Nederlandse landbouw uit een neerwaartse spiraal te bevrijden. Op de slotbijeenkomst trok de organisatie geen conclusies. Dat kon niet; dan begint de discussie opnieuw", zegt een bestuurslid. Het heeft aan stuurmanschap ontbroken", meent een criticus.


De bal hangt hoog voor de goal, maar moet nog worden ingekopt

De Aula van de Landbouwuniversiteit zat vol en de verwachtingen waren groot, toen vorig jaar mei het nationaal landbouwdebat werd geopend. Eerst kwam de varkenshouderij aan bod, omdat de problemen in die sector op dat moment groot waren. Aan het eind van de dag was de teleurstelling bij vele aanwezigen groot. Bobo's hadden voornamelijk het woord gevoerd. De zaal kon slechts moeizaam participeren dankzij een stemmenteller. Reacties in de pers waren negatief. Maar het organiserend comite, de stichting Ter Zake, ging voort met hetgeen het begonnen was: overal in het land discussiebijeenkomsten organiseren over de problemen van de Nederlandse landbouw.

Drs H.H.F. Wijffels van de Rabobank, prof. dr ir G. Van Dijk van de Landbouwuniversiteit, ir R.J. Tazelaar van het Produktschap voor vee en vlees en dr ir G. Meester van het ministerie van LNV vormden het bestuur van Ter Zake. Deze wilde een proces van bezinning en discussie op gang brengen, waarbij zoveel mogelijk mensen van binnen en buiten de landbouw moesten worden betrokken. Zo kon de hele samenleving een bijdrage leveren aan de noodzakelijke vernieuwing van de landbouw.

Vorige week werd in Zwolle het laatste debat georganiseerd, waarmee het totaal aantal sessies op rond de tachtig kwam te liggen. Geen conclusies, geen aanbevelingen", zegt Van Dijk, voormalig secretaris van Ter Zake. En daarmee hebben we veel mensen teleurgesteld. Maar we hebben het bewust niet gedaan, omdat je met de wijze waarop je conclusies trekt, de discussie opnieuw opent."

Methode

Van Dijk is tevreden. Ik ben ervan overtuigd dat Ter Zake een nieuwe methode van beleidsontwikkeling heeft neergezet. Sectoren moeten nadenken over hun eigen ontwikkelingsrichting. Oplossingen die voor de melkveehouderij gelden, hoeven geen uitweg te bieden voor de tuinbouwsector. Ook heerst nu de gedachte dat regio's zelf hun problemen moeten aanpakken. Veel natuur- en milieukwesties kunnen niet langer nationaal worden afgehandeld. Betrokkenen moeten zelf de discussie oppakken." Maar Ter Zake bestaat niet langer. En daarmee bestaat ook het secretariaat van de stichting niet meer, dat meteen een bijeenkomst organiseerde als je aangaf met een groep betrokkenen over problemen in een sector of regio te willen discussieren. Wij hebben geprobeerd mensen aan het woord te laten die zich gemarginaliseerd voelen", besluit Van Dijk. Nu moet de discussie per sector of regio door anderen worden opgepakt."

Verschillende deelnemers aan het debat betwijfelen dat. J. Roemaat, voorzitter van het boeren-actiecomite Wij zijn het zat, dat de afgelopen tijd te hoop liep tegen het voorgenomen mestbeleid, is bang dat het debat doodbloedt. Ter Zake heeft een nieuwe vorm van discussieren opgezet die is overgenomen door landbouworganisaties. Mensen worden in een open debat tegenover elkaar gezet, waardoor de discussie meer in de diepte wordt getrokken. Dat hebben we aan het debat te danken. Qua nieuwe ideeen is er niet meer dan een aanzet gegeven, waarvan het de vraag is of het genoeg is."

Roemaat verwijt de organisatoren van het debat dat ze onvoldoende zorg dragen voor het vervolg. Hij gelooft niet dat landbouworganisaties het organiseren van een open debat al aankunnen. De discussiemethode is overgenomen, maar onvoldoende verankerd. Anderen moeten nu het stokje overnemen; anders is het weggegooid geld."

Vuil

Ook journalist ir L.M.F. Klep, die in opdracht van Ter Zake de bijeenkomsten notuleerde, is teleurgesteld in de stille aftocht van het bestuur. Klep: Het is niet afgemaakt. Ik had het idee dat het zou doorgaan, dat we na bijna twee jaar discussieren aan het werk zouden kunnen. Maar Ter Zake is terughoudend en nu is het afwachten." In tweede instantie zegt hij echter tevreden te zijn. Het debat heeft er in zijn ogen aan bijgedragen dat binnen de verschillende sectoren dingen ter sprake gebracht kunnen worden.

De georganiseerde Nederlandse landbouw kon ter discussie worden gesteld zonder dat de mensen die dat deden meteen vuil aangekeken werden. Er is een losser sfeertje ontstaan. Neem nu de affaire met de vakbonden die uit het Landbouwschap willen stappen, waardoor de toekomst ervan op het spel staat. In een meer behoudende sfeer was dat wellicht de grond in gestampt. Terwijl er nu kennelijk krachten zijn die zeggen: Och... laat maar gebeuren." Wat Klep ronduit is tegengevallen, is de inbreng van de wetenschap. Je hebt visies of blauwdrukken nodig, en dat verwacht je dan van een denktank in Wageningen. Maar op een enkeling na zie je die mensen niet." Prof. dr ir J.D. van der Ploeg, hoogleraar Sociologie, wordt door Klep als een van de uitzonderingen genoemd. Van der Ploeg is met het uitvoeren van drie enquetes onder boeren en tuinders erg nauw bij Ter Zake betrokken geweest. Hij is positief over het debat. Het was noodzakelijk. De vanzelfsprekendheid waarmee de Nede
rlandse agribusiness en het beleid in het verleden op vaste bakens afkoerste, is ter discussie gesteld. Het is goed dat erover gesproken is en in die zin is het niet voltooid. Schaalvergroting en specialisatie werken niet langer; ook boeren willen dat niet meer, blijkt uit de enquetes. Waar de landbouw naar toe moet, is nog niet duidelijk, maar het debat is een van de platforms geweest om over die veranderingen te praten."

Marktgericht

Collega-wetenschapper dr ir. N.B.J. Koning ziet dat toch even anders. Praat Van der Ploeg over het Nationaal landbouwdebat in termen van een open neutraal debat, de landbouweconoom gelooft daar niet in. De visie van de organisatoren was dat het beschermende landbouwbeleid moet worden afgebouwd, dat er een veel liberaler marktgericht denken moet komen. Die visie wilden ze uitdragen, en in die opzet is Ter Zake volgens mij geslaagd. Een paar jaar geleden belandde het rapport Om schone zakelijkheid van de commissie Van der Stee nog in de la van het Landbouwschap. Daarin stond de noodzaak van een meer marktgericht denken ook centraal. Nu is het Ter Zake gelukt om hetzelfde geluid via minister Van Aartsen naar buiten te krijgen, via de nota Dynamiek en vernieuwing."

Volgens Koning is Ter Zake er echter niet in geslaagd om draagvlak te creeren voor deze visie. Het debat is rommelig verlopen. Deels was dat te wijten aan incompetentie, deels ook omdat het bestuur niet voor de eigen visie wilde uitkomen."

Zoekt Koning inhoudelijke oorzaken om het gemis aan draagvlak te verklaren, anderen zien bestuurskundige hiaten. Ir. O.F. van Bekkum, die vorig jaar een Wagenings landbouwdebat onder studenten organiseerde, denkt dat het Ter Zake aan stuurmanschap heeft ontbroken. Het was een groep van min of meer betrokken individuen, er was geen procesvisie. Daardoor heeft het secretariaat, met overigens zeer capabele personen, de boel op een gegeven moment overgenomen. Het bestuur heeft de inspraak verloren en toen is de boel uit de klauwen gelopen."

Burgers

Van Bekkum is erg ontevreden. Het is niet gelukt om met de burgers in contact te komen, terwijl men bij aanvang duidelijk als doelstelling had om de burgers te laten zien waar de landbouw voor stond, waar men mee bezig was en waar men naartoe wilde. In plaats daarvan is het een sterk intern gericht debat geweest; het was veel te veel van wij en jullie boeren. De regie is in de soep gelopen. De verwachting was dat het een grote landbouwdiscussie zou worden, die ook in de nationale pers zou worden opgepikt. Dat is faliekant mislukt. Op zich is het niet erg als boeren onderling discussieren, maar zorg dan aan het eind dat je de conclusies deelt met de burgers", aldus Van Bekkum.

Hij voert momenteel een promotieonderzoek uit onder begeleiding van Van Dijk. Ik had niet gehoopt op eensluidende conclusies, maar had wel graag gezien dat er sociale contracten waren ondertekend, waarin organisaties als Natuur en milieu en de Rabobank zich op hoofdlijnen hadden uitgesproken hoe het volgens hen verder moet. Men zegt dan dat dit vanwege de diversiteit niet kan. Daar kan ik inkomen, maar geef dan een brede visie op een nieuwe landbouw, met punten waaraan je je committeert en waarop je volgend jaar afgerekend kunt worden."

Ik had echt gehoopt dat het op de laatste dag rechtgezet zou worden, dat de Nederlandse landbouw een poot zou zetten onder een contract voor de Nederlandse burger", vervolgt Van Bekkum. In plaats daarvan werd het boekje Niets nieuws gepresenteerd. Dat beschouw ik puur als een uitweg. Het bestuur had eigenlijk een statement moeten geven, maar dat heeft men niet aangedurfd." Toch heeft Van Bekkum nog vertrouwen in een goede afloop. Er broeit nog van alles, en ik hoop dat op een ander moment het initiatief wordt overgenomen. Want er is veel gebeurd en veel bereikt. Al die mensen zijn per slot van rekening niet blijven komen om niets te doen. De bal hangt hoog voor de goal, maar moet nog worden ingekopt."

Re:ageer