Wetenschap - 14 november 1996

Dijkhuizen in Britse adviescommissie BSE

Dijkhuizen in Britse adviescommissie BSE

Prof. dr A.A. Dijkhuizen van de vakgroep Agrarische bedrijfseconomie is door de Britse regering gevraagd zitting te nemen in een speciale adviescommissie die de regering moet adviseren over de BSE-kwestie. Het ministerie van Landbouw, natuurbeheer en visserij reageert verheugd. Eindelijk lijkt het erop dat Engeland de rest van Europa iets meer invloed gunt in het oplossen van de BSE-problematiek.


BSE, ofwel de gekke-koeienziekte, houdt de politiek ruim een half jaar bezig. In maart dit jaar werden tien sterfgevallen van relatief jonge mensen als gevolg van de ziekte van Creutzfeldt-Jacob toegeschreven aan de overdracht van de ziekte van koeien op mensen. Een Europees importverbod op Brits rundvlees was het gevolg. Eerst moesten Groot Brittannie, waar relatief veel gevallen van BSE voorkomen, de problemen maar eens oplossen. Het verbod is nog steeds van kracht, en dat is een goede zaak, vindt Dijkhuizen. Toch is hij door de Britten gevraagd voor een speciale BSE-commissie. Hierin zitten ook vier Britten en een Amerikaan.

Een van de vier Britten is de vooraanstaande wetenschapper Roy Anderson, die onlangs een artikel wijdde aan het oplossen van de BSE-problematiek in Engeland. Dat artikel heeft veel stof doen opwaaien in Brussel", vertelt Dijkhuizen, die ook zitting heeft in het wetenschappelijk veterinair comite van de Europese Commissie. De kern van het artikel is dat de BSE-epidemie over zijn top heen is. De studie zit goed in elkaar. Het aantal uitbraken is op zijn retour, en extra maatregelen om de verspreiding van de ziekte te voorkomen, staan daarmee ter discussie."

Probleem is dat niet alle potentiele gevallen van BSE zijn op te sporen. Alles afslachten lost het probleem echt op, maar dat is te duur. Een beetje extra afslachten voorkomt wel een aantal van de uitbraken die nog komen, maar toch zullen BSE-gevallen blijven voorkomen. Anderson meent dat de kosten van het extra afslachten niet opwegen tegen de resultaten."

Het wetenschappelijk comite heeft het probleem teruggespeeld naar de beleidmakers", vervolgt Dijkhuizen. Zij moeten beslissen tot wanneer BSE-gevallen mogen voorkomen. We hebben gesteld dat als ze bijvoorbeeld binnen twee jaar geen gevallen meer willen zien, dat dan stringente maatregelen moeten worden genomen. Daarvoor moet dan een hoge prijs worden betaald. Op alle bedrijven waar zich een BSE-geval heeft voorgedaan, moet de veestapel worden afgeslacht. Dat betreft pakweg de helft van de bedrijven."

Dijkhuizen, die blij is gevraagd te zijn voor de commissie, vindt het leuk om eens in de keuken van de Britten te kijken. Een van de grote problemen bij het uitbannen van BSE in Engeland is het ontbreken van een goed identificatie- en registratiesysteem. In Engeland is dat veel slechter geregeld dan bij ons. Het is slecht te achterhalen van welke bedrijven koeien komen. Als een veehouder koeien heeft verkocht aan een collega, is dat niet geregistreerd. Een goed registratiesysteem is een van de zaken om hard aan te werken."

Over hoe de besmetting van BSE nu precies werkt, is nog steeds niet het fijne bekend. Nieuw onderzoek, dat gericht was op de vraag of BSE ook overdraagbaar is van moeder op dochter, werpt nieuwe vraagtekens op. Dijkhuizen: Het lijkt erop dat de ziekte niet van moeder op dochter overgaat. Anderzijds zitten er te veel gevallen bij om overdracht volledig uit te sluiten. Vreemd is dat er onder dochters van moeders die niet besmet zijn, toch BSE-gevallen voorkomen. We moeten nu opnieuw nagaan of die dieren eventueel toch besmet voer hebben gegeten, of dat er een andere bron van besmetting is."

Re:ageer