Wetenschap - 23 april 1998

Diemerzeedijk

Diemerzeedijk

Diemerzeedijk
Het saneringsplan voor de Amsterdamse Diemerzeedijk, het grootste vervuilde gebied van Nederland, is rond. De aanpak is dezelfde als die voor het Utrechtse Griftpark: muurtje erom, zand erover. De Diemerzeedijk wordt een park; van schoonmaken is geen sprake. Heeft zo'n aanpak zin?
Immobilisering van de vervuiling is een tijdelijke oplossing. Het probleem wordt in ieder geval niet erger. Je verschuift het naar de toekomst en daar is als eerste stap iets voor te zeggen
De vervuiling van de Diemerzeedijk is vrij ernstig en ook zeer gecompliceerd. Het is een cocktail van vervuiling, met veel gechloreerde verbindingen. Een van die verbindingen is het giftige dioxine. Dat spul is zeer toxisch. Een kleine hoeveelheid kan al schadelijke gevolgen hebben. Daar staat tegenover dat het vaak sterk gebonden is aan de bodem. In die vorm levert het geen acuut gevaar op, want je komt er niet mee in aanraking
In principe kun je dioxines opruimen door ze te verbranden, maar dat is lastig omdat het zeer verspreid in de grond zit. Er is nog geen techniek om dioxines via bacterien aan te pakken. Daar wordt wel onderzoek naar gedaan, met name op het niveau van de microbiologie. Onderzoekers kijken hoe dioxines kunnen worden afgebroken en welke stoffen je dan overhoudt. In de milieutechnologie kunnen we daar nog niet veel mee. Je moet zo'n techniek op een grote schaal kunnen toepassen, bij een cocktail van allerlei verschillende stoffen die ook op het proces inwerken
Bij Milieutechnologie doen we sinds 1991 vooral onderzoek naar het opruimen van stoffen als olie en PAK's. Binnenkort willen we in het onderzoekprogramma SKB, Stichting Kennistransfer Bodem, onze aandacht verleggen naar complexe gechloreerde verbindingen, samen met Microbiologie, Bodemkunde en plantenvoeding en Industriele microbiologie. Dat onderzoek zou wat kunnen opleveren voor de aanpak van complexe verontreinigingen, zoals in de Diemerzeedijk
Er zijn mensen die redeneren dat de biologische processen in de bodem uiteindelijk vanzelf de vervuiling opruimen en dat we dus niets hoeven te doen. Dat heet intrinsieke bodemreiniging. Maar ik denk dat je ook bij intrinsieke bodemreiniging niet zomaar met je armen over elkaar kunt gaan zitten. Want je weet niet precies welke processen er plaatsvinden, in welke volgorde en met welke snelheid. Als je goed in de gaten houdt wat er in de bodem gebeurt, krijg je misschien nog de kans om die biologische processen door ingrijpen te versnellen

Re:ageer