Wetenschap - 25 september 1997

Diedenoort ligt goed in de markt

Diedenoort ligt goed in de markt

Diedenoort ligt goed in de markt
Interim Jongeling gaat Diedenoort moderniseren
In stilte heeft de raad van toezicht van Hogeschool Diedenoort de voorzitter van het college van bestuur, Arlene Haagsma, op non-actief gesteld. Over de reden wil de raad van toezicht van de hogeschool noch Haagsma, op dit moment met ziekteverlof, zich uitlaten. Interim-voorzitter Lieneke Jongeling moet nu de zelfstandigheid van de school gaan waarborgen. De hogeschool, ooit monopolist op het terrein van facilitaire dienstverlening, zag de concurrentie de afgelopen jaren groeien van vier naar zes hbo-opleidingen. We zullen meer moeite moeten doen voor onze studenten, constateert Jongeling
  • Een interim wordt over het algemeen ingehuurd om problemen op te lossen. Wat zijn de belangrijkste problemen waar de Hogeschool op dit moment mee kampt?
    Het is niet zo dat ik in een organisatie met problemen ben gekomen. Ik ben hier als vervanger van mevrouw Haagsma. De vervanging van een zieke bestuurder is een heel normale reden om een interim aan te zoeken. Hoe mevrouw Haagsma de Hogeschool in het verleden heeft geleid weet ik niet. Het verleden interesseert me niet zo. Ik richt me liever op de toekomst.
  • In die toekomst moeten er wel dingen veranderen bij Diedenoort
    Elke organisatie moet zich aanpassen aan de omgeving. Voor Diedenoort betekent het dat de school zich op twee belangrijke punten moet vernieuwen: het beroep waarvoor we opleiden en de manier waarop we de opleiding verzorgen. Het terrein van de facilitaire dienstverlening verandert en wordt steeds belangrijker. Kijk maar naar de groeiende markt voor beveiliging, dat is facilitaire dienstverlening. Kijk naar de informatisering en communicatietechnologie, het onderhoud van computers
    Ook de manier van onderwijs geven is aan verandering onderhevig. Het onderwijs van vroeger kun je zien als een boswandeling, met een groepje studenten achter de docent aan. Nu struinen studenten zelf door het bos, weg van de paden. Alleen als ze de weg niet meer vinden, roepen ze de docent om hulp
    Die veranderingen vragen om een organisatie die bij het onderwijs aansluit. De medewerkers van de hogeschool krijgen meer eigen verantwoordelijkheid, niet alleen docenten maar ook mensen van de ondersteunende diensten. De eisen die nu aan een bibliotheek worden gesteld, zijn anders dan die van vroeger. Toen vulde je een kaartje in en kreeg je een boek mee. Nu zijn het multi-media centra waar je in de computer je informatie zoekt.
  • Diedenoort zou het contact met het bedrijfsleven moeten verbeteren
    Iedere hogeschool moet contact houden met de bedrijven waar de studenten gaan werken. Diedenoort ligt nog wel goed in de markt. We hebben meer aanvragen voor studenten dan er studenten op stage gaan. Maar we moeten ook extra alert zijn omdat Diedenoort maar voor een sector opleidt. Andere hogescholen zijn flexibeler. Ik heb bij twee andere hogescholen gewerkt. Als daar een opleiding wat minder studenten trekt, dan kun je schuiven. Je kunt ruimte en personeel inzetten voor een opleiding die het wat beter doet. Die flexibiliteit kent Diedenoort niet. Maar dat heeft voor onze school nog niet tot problemen geleid. De studentenaantallen dalen niet en de markt voor facilitaire dienstverlening is nog steeds een groeimarkt.
  • U heeft wel meer concurrentie dan in het verleden
    Er zijn twee opleidingen bijgekomen; nu zijn er zeven hogescholen die het doen. Het is daardoor voor steeds meer studenten mogelijk om een opleiding facilitaire dienstverlening te volgen en bij hun ouders te blijven wonen. De minister van Onderwijs stimuleert ook dat studenten langer thuis blijven wonen. Dat is voor Diedenoort niet voordelig, omdat deze regio niet zo dicht bevolkt is. We moeten meer moeite doen, ons profileren, om studenten uit alle hoeken van het land hierheen te halen. Dus moeten we laten zien dat we iets extra's bieden. Zoals de samenwerking met de Landbouwuniversiteit. Onze MSc-opleiding. En onze internationale contacten; een kwart van onze studenten loopt stage in het buitenland.
  • Is het wel voordelig voor Diedenoort om zelfstandig te blijven? Frans van Kalmthout, voormalig voorzitter van Diedenoorts college van bestuur en tegenwoordig verbonden aan de Hogeschool 's-Hertogenbosch, stelt dat een fusie verfrissend kan zijn, doordat zo mensen vanuit verschillende culturen met elkaar in contact komen
    Een gedwongen fusie is altijd nadelig. Als de mensen uit de gefuseerde hogescholen niet met elkaar in zee willen, groeit er niets moois. Fusiepartners moeten bij elkaar passen en elkaar verrijken. Ik zie meer in samenwerking met andere opleidingen. Daarvoor zijn gesprekken gaande, al kan ik niet zeggen met welke. De zelfstandigheid van Diedenoort heeft ook voordelen. Doordat we maar voor een sector opleiden is het eenvoudiger om voeling te houden met die sector. Als kleine, platte organisatie kunnen we snel inspelen op signalen uit de markt en uit de school. Als iemand een goed idee heeft, dan staat die zo bij mijn bureau en kunnen we het meteen aanpakken. Het vereist wel een andere instelling. Een voorzitter is hier meer een ondernemer en inspirator.

  • Re:ageer