Wetenschap - 14 september 1995

Detarium microcarpum, een minder bekende soort uit het parklandschap

Detarium microcarpum, een minder bekende soort uit het parklandschap

Jeroen Roovers, vakgroep Bosbouw

Het colloquium over bosbeheer in Burkina Faso vindt niet zoals aangekondigd in de grote collegezaal plaats. De tien belangstellenden - begeleider, studiegenoten en een onlangs uit Afrika weergekeerde SNV'er - passen echter ook moeiteloos in het kleine zaaltje. Het snoer van de diaprojector is onvindbaar. Als tien minuten later een ander snoer is opgeduikeld, weigert de lamp van de projector dienst. Bosbouwstudent Jeroen Roovers blijft er rustig onder. Dan maar een praatje zonder plaatjes over Detarium microcarpum, een peulvrucht-dragende boom uit West-Afrika.

Liefst was Roovers naar Guinee-Bissau gegaan, vanwege de Portugese taal. Na een half jaar van vruchteloos trachten contact te leggen, las hij over vrij onbekende inheemse boomsoorten in Burkina Faso. Van februari tot december vorig jaar werkte hij mee aan het LUW-onderzoek naar lokaal beheer van deze bomen. Roovers arriveerde in de hoofdstad Ouagadougou tegen het einde van de koude tijd; met een graadje of twintig was het lekker fris. Dat Burkina steunpunten van de universiteit herbergt, kwam niet slecht uit. Roovers: Ik kwam om twee uur 's nachts in de hoofdstad aan. De studenten wachtten me op met een kop thee."

Na enkele maanden liep het kwik op tot meer dan 35 graden. Goed te doen," vindt Roovers. Desalniettemin kwam hij wat moeizaam op gang, vindt hij achteraf. De eerste weken gingen op aan Franse les; vervolgens kreeg hij te maken met the African way of life. Ik wilde van de bosdienst weten waar de boomsoort voorkwam, maar de chef was ziek. Dat betekent dat je een paar weken moet wachten." Roovers besloot zich snel aan de tempowisseling aan te passen en makkelijker te gaan leven. Eenmaal op gang kon de atleet zijn vrije tijd benutten voor sport. Hardlopen was moeilijk: overdag was het te warm en 's avonds te donker. Het werd dus meer voetballen en volleyballen, althans tot de bal stuk ging."

Op een brommertje tufte Roovers heen en weer tussen de hoofdstad en zijn proefveldjes in Sondre-est, thuisbasis van de nomadische Peul, en het Mossi-dorp Sarogo. In Sondre-est bivakkeerde hij in een traditioneel hutje. Een hutje verderop was ingeruimd voor zijn tolk, die hem wekenlang ter zijde stond.

Zowel bij de Mossi als de Peul staat Detarium in de top-vijf van belangrijke bomen, ontdekte Roovers. De boom voorziet hen van vruchten en brandhout en vormt een grondstof voor medicijnen. Van beheer lijkt nauwelijks sprake, al is dankzij de zoon van het opperhoofd in Sarogo een overgang te bespeuren van hakken naar knotten. Opmerkelijk is dat de kiemplant in haar eerste levensjaar tijdens de droge tijd ogenschijnlijk van de aardbodem verdwijnt, om vervolgens weer op te komen.

Roovers droeg zijn geheel in het Frans gewrochten werk op aan zijn tolk. Voor Sylvia Nikiema. De samenwerking leidde tot een relatie. Van juni tot augustus was Nikiema op bezoek. Twee maanden, want Roovers wilde dat ze niet alleen eerste indrukken opdeed, maar ook de tijd kreeg om die te laten bezinken. Indrukken als zijn oma alleen op een flatje in Breda, de waterverspillende Nederlanders onder de douche, de rijkdom aan eten. Ze wil nu Nederlands leren, al is ze allerminst overtuigd dat ze hier zou willen wonen."

Inmiddels is Roovers andermaal voor een afstudeervak vertrokken naar Afrika, ditmaal met bestemming Ivoorkust. Daarna naar Burkina. En niet alleen om te zien of Detarium ook in het tweede levensjaar ondergronds is gegaan.

Re:ageer