Wetenschap - 19 september 1996

De zeventiende Veluweloop

De zeventiende Veluweloop

Flatneuroten en Blaaskaken

Zaterdagochtend half zeven. Straks begint de zeventiende Veluweloop. Goed voorbereid ga ik op reportage: met te weinig slaap, op een ouwe herenfiets, nauwelijks gegeten, zonder bandenplakspullen. In de berm van de Nijenoord Allee staan de busjes en auto's schots en scheef geparkeerd. Op De Bongerd heerst een koortsachtige stemming onder de lopers in spe, gestoken in trainingspakken. De gemiddelde leeftijd der deelnemers doet vermoeden dat de Veluweloop meer een zaak is geworden van oudgedienden dan van studenten.

Honger. Gelukkig ontdek ik in het schemer van de ochtend voor de sporthal een kraam met Twixen en koffie. Omdat socioloog Henk Oostindie als een van de weinigen temidden van het sportieve geweld samen met mij een sigaretje durft op te steken, besluit ik uit sympathie de eerste kilometers met hem op te fietsen. Aldoende escorteer ik ook Gaston Remmers, de eerste loper van het team Don't worry we have Corry, vernoemd naar een vakgroepmedewerker.

Remmers bijhouden blijkt niet mee te vallen: hij zet er flink de sokken in. Bovendien gaat het parcours nauwelijks buiten de bebouwde kom van asfalt over in rul zand. De loper verdwijnt uit zicht. Een mooi moment om me te concentreren op boslucht en rozegrijze ochtendgloren. Vlak voor Renkum haal ik hem weer in. Remmers ligt op de vierde plek en heeft nog praatjes genoeg. Of 't niet aardig zou zijn z'n benen op de foto te zetten.

De aankomst bij papierfabriek Parenco biedt alles waar het in de loopsport om gaat: een nauwelijks zichtbaar vermoeide voorhoede, uitgeputte lopers in het achterveld. Een jongen van de Duitse ploeg Running Gags hangt over een hek, slijmdraden uit de mond. De loper van Pipi Lopschon heeft last van hyperventilatie en wil mijn plastic zak even lenen. Eenmaal weer op adem verklaart deze gelegenheidsatleet, die naar eigen zeggen toch al jaren wekelijks met een vast groepje traint: Het verval is duidelijk ingetreden, hoewel ik een week of acht geleden gestopt ben met roken." Samen fietsen we een endje op.

Uit het bos bij Doorwerth verschijnen wederom de lopers. Een goed moment om even af te stappen. De Zandlopers uit Delft wachten op hun derde teamgenoot. Twee shagrokende studenten, wat verder op het fietspad, zijn van het team VGS Double You. Een gemeleerd gezelschap, opgebouwd rond christelijke studentenverenigingen uit Wageningen", aldus de een. De ander blijkt een afdelingsgenoot te zijn en is ingehuurd voor het volbrengen van de derde etappe. Helaas verscheen hij te laat ten tonele. Of wellicht een invaller zijn plaats heeft ingenomen is het duo op dat moment onbekend. Gedrieen gaat het verder richting restartpunt Valkenhuizen.

Op sportcomplex Valkenhuizen duikt Robert Verheule van de Flatneuroten - Niet snel, wel slim - op, die jaren geleden de eer had als laatste op de laatste etappe de sintelbaan van De Bongerd op te mogen sjokken. Sindsdien vertonen zijn prestaties naar eigen zeggen een stijgende lijn. Erik Torringa van Pipi Lopschon is niet zo te spreken over de prestaties van zijn hyperventilerende voorganger. Ik heb het hele eind voor de bezemwagen uit moeten lopen."

In de overvolle kantine gaan de eerste biertjes over de toog. Een bluesachtig bandje speelt voor een ongeinteresseerd publiek op het terras. Het is pas half elf in de ochtend.

Hans Noordam, afgestudeerd veefokkerijstudent maar werkzaam in de automatisering, legt uit hoe de opslag en verwerking van de etappe-uitslagen in zijn werk gaat: aan de finish zit een medewerker met een Husky - een soort draagbare computer - die de nummers van binnenkomende ploegen intikt. De Husky wordt daarna vervoerd naar en gekoppeld aan de centrale computer, die vervolgens in no time de uitslagen uitspuugt. De restart heeft inmiddels plaatsgevonden. Een zeer sportieve Twent van Hannie en de Rekels staat voor een stoplicht. Hij legt het gehele traject voor fietsploegen per step af. Dat is in dit tempo goed te doen; ik zal alleen waarschijnlijk niet erg hard lopen op mijn etappe."

Ik ga maar 'ns op huis aan.

Half vier, na een goede middagrust. Op restartpunt Unitas wordt een lint uitgerold en een tafeltje voor de tijdwaarneming neergezet. De EHBO-ploeg meldt dat de calamiteiten tot nu toe beperkt zijn gebleven tot een wespensteek en een kuitblessure.

Een voormalig lid van het immer hoog eindigende Tartletos-team, thans moeder van twee, wandelt rond. Vandaag deed ze mee met Ir Blaaskaak, ook geen misselijke ploeg, maar haar prestaties nemen toch met het klimmen der jaar lichtelijk af. Ik loop nu nog gemiddeld zo'n veertien kilometer per uur. Maar dat maakt mijn beleving van het lopen er niet anders op. Ik ben nog steeds even moe na afloop."

Peter Zock van de Rietjes kijkt toe. Hij moest vanochtend vroeg opdraven en dat is goed bevallen. Ik moet oppassen dat ik niet verslaafd raak aan sport," zegt hij, biertje in de hand, zwaar shaggie in de mond.

Nummer 100 komt met grote voorsprong als eerste aan: Bikkels Tartletos I. Daarna klinkt het vandaag veelgehoorde lopers links, fietsers rechts. Fred van de wisselpuntploeg schudt zijn hoofd. De mensen die hij verzoekt in verband met de tijdwaarneming aan de andere kant van de weg te blijven, zijn opstandig. Met name een man met de tekst Val dood op zijn T-shirt.

Nummer 92 krijgt bij zijn bestijging van De Berg een heuse wave van vier man, de eerste vrouw een welgemeend hoera en de kok van restaurant Toledo - met ongekend dieprood gelaat - het flesje bier van Zock.

Eindstation De Bongerd. De eerste dame komt onder luid gejuich het goed gevulde sportpark binnen. De laatste vrouw, van het Redi Doti Dream Team, twintig minuten later eveneens. De motorrijders parkeren onder applaus hun voertuigen in slagorde. Op het centrale veld staat een bord: Tot volgend jaar.

Re:ageer