Wetenschap - 5 juni 1997

De wetenschap van een landschapsontwerp

De wetenschap van een landschapsontwerp

De wetenschap van een landschapsontwerp
Die natuur is er juist omdat het een waterwingebied is
Gepromoveerde landschapsarchitecten zijn er niet veel. Deze week kwam er weer een bij, dr ir Michael van Buuren. Hij promoveerde op de relatie tussen hydrologie en landschapsplanning. Ook een landschapsarchitect doorloopt een empirische cyclus op zoek naar een beter begrip van het landschap, meent hij
Landschapsarchitectuur kan net zo goed wetenschappelijk zijn als bijvoorbeeld het onderzoek naar halfgeleiders. Beide typen wetenschappers moeten creatief zijn; moeten op basis van hun kennis iets zien te ontwerpen dat werkt. De halfgeleider-onderzoeker zal een verbinding moeten creeren die net iets beter geleidt dan de voorgaande, de landschapsarchitect zal een landschappelijk ontwerp moeten maken dat weer iets aantrekkelijker of functioneler is. Dat zegt dr ir Michael van Buuren, die op 4 juni promoveerde op het proefschrift Landschapsplanning en watersystemen in de zandgronden van Nederland
Het is vrij uniek dat een landschapsarchitect promoveert. Nadat dertien jaar geleden de eerste promoveerde, zijn er nog vijf gevolgd. De landschapsarchitectuur is al een oude discipline maar heeft nog een vrij jonge wetenschappelijke traditie. Het is altijd een vrij toegepast aandachtsveld geweest zonder dat er veel fundamenteel wetenschappelijk onderzoek werd verricht. Voor de promovendus, van huis uit hydroloog, was het ontwerpen alleen echter niet bevredigend genoeg. Ik wil weten wat er achter een ontwerp zit, ik heb een wetenschappelijke nieuwsgierigheid naar de kenmerken van een ontwerp.
Net als de planoloog prof. dr Fer Kleefmann die het concept planning als zoekinstrument ontwikkelde, is ook de landschapsarchitectuur het ontwerp gaan zien als methode voor het doen van onderzoek; het kan een middel zijn om kennis over een gebied te verzamelen. Een ontwerp voor een gebied hoeft dus niet in eerste instantie bedoeld te zijn om in de praktijk uit te voeren. Van Buuren: Ook bij het ontwerpen doorloopt de ontwerper de empirische cyclus. Hij verzamelt kennis over een gebied om een ontwerp te maken voor een landschap. Vervolgens gaat hij dat ontwerp toetsen aan de eisen die bijvoorbeeld de opdrachtgever, de mensen in het gebied of de ecologie stellen. Daaruit komen weer vragen naar boven, kennisleemten waar de ontwerper vervolgens mee aan de gang moet gaan. Op die manier krijgt de ontwerper gaandeweg een beter inzicht in het gebied en kunnen de problemen steeds scherper worden gesteld. Met de nieuwe kennis en inzichten wordt het ontwerp bijgesteld en langzamerhand werkt hij naar een definitief plan toe.
De vraag waar elke ontwerper tegenaan loopt is hoeveel kennis nodig is om een ontwerp te maken. Volgens Van Buuren is het niet belangrijk met hoeveel kennis een ontwerper begint. Het is essentieel dat hij hoe dan ook de cyclus van kennis vergaren, bijstellen en toetsen doorloopt. Het kan heel verfrissend zijn om blanco aan een ontwerp van een landschap te beginnen. Het is dan natuurlijk wel des te belangrijker om vervolgens het plan goed te toetsen en om onvolkomenheden in het ontwerp eruit te halen. Ik denk dat planvormers wel eens te lang blijven hangen in het stadium van kennis zoeken en het moeilijk vinden om gewoon maar te beginnen met het ontwerp. Men blijft te lang analyseren en durft het nauwelijks aan om de vergaarde kennis te synthetiseren in een landschapsontwerp.
Leesbaar
De wetenschappelijke benadering van een landschapsontwerp betekent volgens Van Buuren niet dat er geen creativiteit bij komt kijken of dat de ontwerpen vervolgens altijd saai, want wetenschappelijk zijn. Het kenmerk van een goed ontwerp is dat het rationeel is. Dat betekent dat er een verhaal aan vast moet zitten, de ontwerper moet kunnen beargumenteren waarom het ontwerp eruitziet zoals het eruitziet. Er liggen als het goed is altijd normatieve keuzen ten grondslag aan het ontwerp. Als ontwerper kies je uit het hele scala aan mogelijkheden die je hebt bij het ontwerpen van de leefomgeving. Die keuzen zijn soms ingegeven door de wensen van de opdrachtgever, in andere gevallen zal de ontwerper ze zelf mogen maken.
En van de belangrijke normatieve keuzes die Van Buuren in zijn ontwerpen stopt is dat het landschap leesbaar moet zijn. Stop zaken niet weg, laat mensen zien waar het landschap voor wordt gebruikt. Ik kan mij bijvoorbeeld ergeren aan het natuurontwikkelingsproject in het waterwingebied in de duinen bij Castricum waar ze omwille van de natuur alle waterwinputten en andere installaties hebben gecamoufleerd, weggestopt. Terwijl die natuur er is juist omdat er een waterwingebied is. Ik vind dat volksverlakkerij. Ik zou zeggen: laat de mensen dan ook zien waarvoor het gebied gebruikt wordt, laat maar zien waar hun drinkwater vandaan komt en wat daar allemaal bij komt kijken.
Leidraad
Een andere normatieve keuze die Van Buuren maakt is de belangrijke positie die hij het hydrologische stelsel geeft voor een landschapsontwerp. Grofweg zijn de belangrijkste veranderingen die zich in onze landschappen op een overzienbare tijdschaal voordoen te wijten aan menselijke ingrepen en atmosferische en hydrologische processen. De eerste twee zijn nauwelijks te beinvloeden, de derde wel. Van Buuren heeft die keuze uitgewerkt voor de hoge zandgronden in Nederland. Al jarenlang woedt daar de discussie over wat er met dat landschap moet gebeuren. De oude logica van het landschap is verdwenen. De logica van de bebouwing op de droogste en de weilanden op de natste gedeelten. De discussie onder planologen, natuurbeschermers en landschapsarchitecten ontspon zich over de vraag of je van het oude landschap zo veel mogelijk moest bewaren, of dat je gedeelten kan herstellen of dat er iets geheel nieuws moet ontstaan
Van Buuren gaat in zijn proefschrift na in hoeverre kennis over het hydrologisch systeem een leidraad voor het ontwerp kan zijn. Ik vind het water een heel logisch startpunt om te kijken hoe je in het landschap een ecologische differentiatie kan bewerkstelligen. Het gros van de huidige problemen op de zandgronden heeft namelijk met water te maken. De zandgebieden in Nederland zijn ernstig verdroogd, waardoor de natuur wordt bedreigd. De verzuring in dit soort gebieden is sterk gerelateerd aan het niveau van het grondwater. In mijn proefschrift geef ik aan welke kennis van de hydrologie nodig is om een ontwerp te maken dat rekening houdt met dat water.
Regenwater
Een paar jaar geleden ontwikkelde Van Buuren volgens deze filosofie samen met de Waterleiding Maatschappij Overijssel een plan voor een gecombineerd drinkwaterproductie- en natuurgebied voor de Holterberg en omgeving. In dat plan, dat ook onderdeel uitmaakt van het proefschrift, heeft Van Buuren drinkwaterwinningen, landbouw en natuur zo op elkaar afgestemd dat alle functies beter tot hun recht komen. De grondwaterstromen worden hersteld, de natuur krijgt weer water en de landbouw kan deels worden verbeterd. Momenteel introduceert de gemeente Enschede een systeem waarbij het regenwater niet via het riool op onnatuurlijke wijze het gebied verlaat maar na infiltratie het grondwater aanvult. Dat soort ideeen zullen in de praktijk gebracht moeten worden. Landschapsplannen zullen er mede op gericht moeten zijn de grondwaterstromen te herstellen.
Van Buuren wordt wat dat betreft op zijn wenken bediend. Toen hij begon met het proefschrift was plannen met water nog geen gemeengoed. Inmiddels is het een van de speerpunten van de Rijksplanologische dienst en wordt er in de aanstaande Vierde Nota Waterhuishouding ruimschoots aandacht besteed. In de hoofden van bestuurders van waterschappen, gemeenten en provincies is het plannen met stromen echter nog lang geen gemeengoed. Ik denk dat er vooral een aantal voorbeeldprojecten nodig zijn die de bestuurders kunnen overtuigen. De effecten van dit soort landschapsplannen op de lange termijn zullen veel groter zijn dan ze nu denken. Behalve verdrogingsproblemen en milieuproblemen zijn verschillende gebruiksfuncties veel beter op elkaar af te stemmen.

Re:ageer