Wetenschap - 22 februari 1996

De wet komt van de tsaar, maar de knoet van de heer

De wet komt van de tsaar, maar de knoet van de heer

Privatisering Russische landbouw schaadt produktie

De economenvereniging Aiesec Wageningen brengt in maart een illuster gezelschap bijeen om de economische hervormingen in Rusland te bespreken. Een van hen is Marius Broekmeyer, die de privatisering in de landbouw beschouwt als de zoveelste aanslag op de plattelandsbevolking. Cebeco constateert een vrije val van de voedselproduktie. De Oost-Europabank ziet geen aanknopingspunten om in de landbouw te investeren.


Het eigen erf blijft hoofdleverancier van voedsel in Rusland

Het westen heeft nu zo'n zes jaar de tijd gehad om achter het ijzeren gordijn te kijken. Meestal houdt de karavaan van adviseurs, zakenlui en journalisten stil voor het onmetelijke Russische platteland. De Koude Oorlog was immers een ideologische en militaire strijd, aan gene zijde gevoerd door een nietsontziend centraal apparaat dat zijn wil oplegde aan de verste uithoeken van het Euro-Aziatische continent. Wie het centrum van de macht volgt en zijn mind-set herprogrammeert, bepaalt dus de loop van de geschiedenis op de onmetelijke taiga's.

Deze programmeurs zullen echter nooit het Russische platteland bereiken, betoogt Marius Broekmeyer in zijn boek Het verdriet van Rusland. Broekmeyer is op 11 maart in Wageningen een van de sprekers op het symposium Russische roulette dat de economenvereniging Aiesec organiseert. Hij treedt in de ring met Tweede-Kamerlid Piet Blaauw (VVD) en vertegenwoordigers van Proctor Gamble en de Oost-Europabank, die zaken doen in Moskou. Zij zullen de zegeningen van de liberalisatie belichten.

Maar wat goed is voor de Russische hoofdstad, is doorgaans een nieuwe aanslag op de overlevingskansen van de Russische dorpsbewoners, betoogt de gepensioneerde medewerker van het Oost-Europa Instituut in Amsterdam. Broekmeyer heeft al 253 pagina's vol ontberingen achter de rug, als hij toekomt aan het moment dat Boris Jeltsin de Russische dorpsbewoners blootstelt aan de liberalisatie. Hij beschrijft hoe Stalin de boeren tewerk stelde als lijfeigenen van de kolchozen - zonder loon en zonder paspoort, nodig om binnenslands te reizen. Bij gebrek aan dieren moesten de vrouwen de ploeg trekken. Het voedsel ging naar de stad, wat overbleef - als er iets overbleef - was voor de werknemers.

Inzaaidatum

De planeconomie komt tot wasdom; de Communistische Partij stelt vast, de partijleiders van de provincies dienen te gehoorzamen, de voorzitters van de staatslandbouwbedrijven moeten het realiseren. Elk jaar wordt het plan hoger gesteld. De inzaaidatum wordt centraal vastgesteld, ook als er in het noorden nog sneeuw ligt. Geen nood, als de papieren maar kloppen en de bevelen worden uitgevoerd.

De boeren leven van het nevenbedrijf, hun stukje grond van gemiddeld 0,35 hectare. Dat is in 1950 goed voor de helft van de totale agrarische produktie in de Sovjet-Unie. De bewoners moeten voedsel van hun veldje afdragen aan de partijbonzen, op straffe van verkleining van hun veldje.

Chroesjtsjov stuurt een nieuw contingent ambtenaren naar het platteland om de omstandigheden te verbeteren. Verschillende kolchozen worden gecentraliseerd tot zeer grote eenheden, zodat de dorpen leeglopen, de kolchozen de afgelegen weidevelden niet meer kunnen bereiken en miljoenen hectares cultuurgrond verloren gaan. De hoeveelheid weidegrond vermindert ook als de partijleider beveelt dat iedereen mais moet verbouwen. Vervolgens worden paarden aangemerkt als vijanden van de staat: ze maken kostbaar veevoer op.

Onder de volgende partijleider, Leonid Brezjnev, komen er sovchozen. Daar krijgen de landarbeiders loon. Dat is te weinig voor hun levensonderhoud; ze jatten veevoer en andere benodigdheden om hun nevenbedrijf te runnen. Dat doen ook de bedrijfsleiders, die bovendien een deel van hun buit moeten afdragen aan het uitdijende leger landbouwadviseurs.

Broekmeyer schrijft: In 1985 had de landbouw te rapporteren over meer dan zevenhonderd kencijfers inzake produktie, aankoop en afzet van produkten, ongeveer vierhonderd hadden betrekking op investeringen en ruim honderd op arbeid, loon en financien." Een zo'n kengetal: 140 duizend dorpen en gehuchten zijn dan van de aardbodem verdwenen. Omdat het leven loodzwaar is, met name voor de vrouwen, vlucht de plattelandsjeugd massaal naar de stad. Onder Brezjnev heerst een arbeidstekort in de landbouw.

Dan verschijnt Gorbatsjov met zijn perestrojka op het toneel. De stemming onder de plattelandsbevolking? Door jarenlange beloften, bedreigingen met straf, het besef dat je als eenling niets kon bereiken (...) en dat je in feite overgeleverd was aan de plaatselijke machthebbers was een houding ontstaan van: ze doen maar, ons wordt toch niets gevraagd, het raakt ons dan ook niet meer wat er gebeurt", schrijft Broekmeyer. Als Gorbatsjov westerse cooperaties propageert en een pachtwet realiseert, blijft actie dan ook uit. De lokale landbouwambtenaren zien hun positie aangetast en werken de constructie van cooperaties tegen; de landarbeiders zijn met handen en voeten gebonden aan de staatsstructuur.

Als Boris Jeltsin de macht overneemt en de Communistische Partij wordt verboden, zijn de regionale partijhoofden en bedrijfsleiders hun protectie echter kwijt. De nieuwe leider beveelt de opheffing binnen drie maanden van de staatsbedrijven; de prive-boer, de fermer, moet zijn intrede doen. Ieder lid van een landbouwbedrijf krijgt een aandeel waarmee hij zich kan afscheiden.

Spaargeld

Omdat er grote onduidelijkheid heerst over de juridische voorwaarden van deze privatisering, vindt de opdeling op de oude wijze plaats. Iedereen begrijpt dat je nu zoveel mogelijk moet stelen, nu niet op de nacht hoeft te wachten, maar dat overdag kan doen, anders vis je achter het net". Waarom stelen? Omdat je spaargeld in een klap vrijwel waardeloos was geworden door de geldontwaarding. Wat je vroeger van je loon normaal kon betalen, was nu onbetaalbaar geworden."

Zoals gebruikelijk steelt de een meer dan de ander. De hoofdagronoom, de chef van de garage, de directeur en zijn plaatsvervanger, zij hebben alle machines ingepikt en wij blijven met lege handen achter." Ook de voorzieningen in de kolchoz sneuvelen. De school is verwoest, bij de post hebben ze de enige telefoon van het dorp weten te stelen, de schoolkinderen zitten nu thuis: de autobus die hen had vervoerd, was verkocht, geprivatiseerd."

In 1995 zijn er 279 duizend fermers in Rusland, die samen twaalf miljoen hectare grond bewerken. In de staatssector zijn in vier jaar tijd zestien miljoen stuks rundvee, 14,5 miljoen varkens en 24 miljoen geiten en schapen geslacht. Bij de fermers zijn er in die tijd twee miljoen koeien bijgekomen, 1,2 miljoen varkens en 1,5 miljoen schapen en geiten.

Het eigen erf blijft de hoofdleverancier van voedsel in Rusland, maar ook op deze kleine stukjes grond doen zich de laatste jaren problemen voor. Het erf, veelal het werkterrein van de vrouw, was de parasiet van de kol- en de sovchozen. Nu deze failliet zijn, kampt de mini-boerin met veevoertekorten, slecht pootgoed en gebrek aan brand- en meststoffen. De boerin blijft dus afhankelijk van de oude heersers, tegenwoordig democraten en grote zelfstandigen, die de aanvoer kunnen regelen.

Teeltbegeleiding

Broekmeyer schreef zijn boek op basis van vele plaatselijke publikaties. De ervaringen van Cebeco sluiten aan op zijn verhaal. De landbouwproduktie in Rusland is sinds 1990 met 30 a 35 procent gedaald, meent ir R. Zuure, voor Cebeco actief op het Russische platteland. Ook het aantal hectares cultuurgrond is fors afgenomen. Het oude systeem heeft zichzelf opgeblazen en er is niets voor in de plaats gekomen. Er is geen infrastructuur, geen vrije markt. De Russische overheid heeft tot op heden niets gedaan aan de landbouw."

Met geld van Economische Zaken werken Cebeco, Agrico en Euroconsult aan een project in Kolomna. De Nederlandse consultants organiseren gezamenlijke afzetkanalen voor de bedrijven, een mix van voormalige staatsbedrijven en prive-boeren. Zij krijgen teeltbegeleiding, de opslag wordt verbeterd en de afzet in Moskou geregeld. Gaat heel goed, vindt Zuure.

Een eerder project van Cebeco in Kashira is een zachte dood gestorven. De Russische overheid heeft de geldkraan dichtgedraaid. We leveren nog zaaizaad en machine-onderdelen, maar er is niemand meer continu aanwezig. Toch draait het daar redelijk, in vergelijking met elders. Ik ben net terug van het platteland; het is een poel van ellende."

Zowel Broekmeyer als Zuure zetten niet klakkeloos hun geld op de privatisering van de landbouw. Dreigt nu weer een grand design, ditmaal de privatisering, te mislukken?", vraagt Broekmeyer. Een schoktherapie als het staken van overheidssubsidies of het in een klap opdoeken van de grote bedrijven, stuit ten eerste op politiek verzet van de conservatieve krachten. En zelfs als dat verzet gebroken zou worden, is het meest waarschijnlijke resultaat: hongersnood, moord en doodslag. Grootscheepse maatregelen - politieke of technisch-agrarische - die niet steunen op en geaccepteerd worden door de plattelandsbevolking, zijn tot mislukken gedoemd. Alleen geleidelijke en kleine stappen zijn mogelijk."

De boeren moeten hun eigen weg vinden", meent Zuure. Grote bedrijven kunnen bestaan als aandelengenootschap, je kunt ze opdelen in kleinere en er is ruimte voor prive-ondernemers. In alle gevallen moet de toelevering en de afzet in orde zijn. Dat kan in een cooperatieve vorm. Bedenk wel dat Rusland geen boeren heeft zoals we die in Nederland kennen. Het is zeer moeilijk; in hele kleine stapjes kan de situatie verbeteren."

Die geleidelijkheid strookt niet met de snelle resultaten die kredietverleners willen bereiken. We zijn nog niet doorgebroken in de agribusiness; het aantal investeerders is gering, ze zijn terughoudend", meldt K.W. Spaans van de Oost-Europabank in Londen, ook spreker op het Aiesec-congres. Er zijn veel kleinschalige initiatieven in de landbouw, maar hoe krijg je daar geld bij? Dat is heel duur voor een internationale bank. We proberen nu regionale venture funds in te richten."

De LUW heeft weinig landbouw-consultancies lopen in Rusland. De vakgroep Bedrijfseconomie is een agrarische economie-opleiding in Moskou aan het vernieuwen; socioloog prof. dr ir J.D. van der Ploeg mocht eind vorig jaar een stel landbouwpolitici toespreken in de Doema, het Russische parlement. Maar de Doema is ver verwijderd van het Russische platteland, getuige de zegswijze: de wet komt van de tsaar, maar de knoet van de heer. Of zoals Nikolaj Nekrasov in 1858 dichtte:

In de hoofdsteden geselen felle oratoren
slavernij, de leugen en het kwaad.
Doch in de verre streken van het land
hangt als tevoren, niet te vatten
stilte boven de eindeloze vlakten.

Re:ageer