Wetenschap - 29 juni 1995

De waarheid over de omvang van de vrije keuze

De waarheid over de omvang van de vrije keuze

Nu de rookwolken die het gevolg waren van de discussie in de universiteitsraad over de nota Onderwijs-2000 en de omvang van de vrije keuze, wat zijn opgetrokken, wil ik voor iedereen uit de doeken doen hoe de huidige situatie werkelijk is. Ik wil hier absoluut niet de zin van de vrije keuze als zodanig aan de orde stellen. Integendeel, met de universiteitsraadstudenten ben ik van mening dat de keuzevrijheid van studenten om een deel van het curriculum naar eigen inzicht in te vullen een groot goed is.

De universiteitsraadstudenten hebben op verschillende manieren laten weten dat zij de afname van de vrije keuze van 42 naar 28 studiepunten een dramatische beperking van de vrije keuze (VK) vinden. We moeten daarbij bedenken dat de verplichting voor een tweede afstudeervak en/of een stage niet in de VK zijn geteld: de nieuwe VK is daarmee een schone VK van 28 studiepunten, dus zonder enige eis aan inhoud of vorm van de te kiezen vakken.

Is de omvang van de VK daarmee wel zo afgenomen? Daarvoor moeten we de huidige situatie beoordelen. Elke student die in of na 1990 begonnen is moet minstens 21 studiepunten aan afstudeervakken (AV's) doen. In de beschreven programma's moeten 13 tot 22 studiepunten aan AV's voorkomen; wat er minder dan 21 studiepunten in het beschreven programma staat, moet in de VK gedaan worden. Deze regeling staat in de studiegids nauwkeurig beschreven.

Slechts in drie van de negentien programma's zijn voor alle studenten 21 of 22 studiepunten aan AV's geprogrammeerd; daarnaast hebben in enkele andere programma's en specialisaties de studenten de keus tussen een stage of een groot of extra AV. Dat betekent dat verreweg de meeste studenten in hun theoretische VK-ruimte van 42 studiepunten tenminste een AV van negen studiepunten moeten doen, plus de bijbehorende voorvereisten van zo'n drie tot vijf studiepunten. Daarnaast is in de meeste opleidingen al een klein stukje van de 42 studiepunten VK sluipend opgegeten, de bandbreedte. In de praktijk betekent dit dat tachtig procent van de studenten nu geen 42 studiepunten VK heeft, maar slechts 42 - 9 - (3 a 5) - (ongeveer 3) = 25 a 30 studiepunten aan schone VK. In een specialisatie is de schone VK-omvang zelfs maar tien tot twaalf studiepunten. Van een beperking van de VK-omvang is dus geen sprake. De 28 studiepunten waartoe nu is besloten, is even groot als de feitelijke omva
ng nu. Ik heb dat de universiteitsraadstudenten dan ook bij verschillende gelegenheden laten weten.

Ik wil niet op deze plaats de meest gewenste omvang van de VK ter discussie te stellen, maar ik vind wel dat ook de universiteitsraadstudenten een discussie over dit onderwerp zindelijk moeten voeren: zij hadden dus moeten pleiten voor een uitbreiding van de schone VK van ongeveer 28 naar 42 studiepunten en niet tegen een beperking van 42 naar 21 of 28 studiepunten. Elke keer dat de studenten naar voren brachten dat de VK dramatisch wordt beperkt omdat de nieuwe VK beduidend kleiner is dan 42 studiepunten, werd degenen die niet alle details van het examenreglement en de kaders kennen, willens en wetens (! ), zand in de ogen gestrooid. Ik beschouw die wijze van discussiren een vorm van demagogie, de Wageningse studenten onwaardig.

Re:ageer