Wetenschap - 7 mei 1998

De vraatzucht van dominante regenboogforellen

De vraatzucht van dominante regenboogforellen

De vraatzucht van dominante regenboogforellen
Gerwin Leus, Visteelt
Nog maar net terug van een avontuurlijke periode in Puerto Rico reisde Gerwin Leus af naar het Schotse Aberdeen voor een derde afstudeervak bij Visteelt. Een vriend van hem vertoefde er al. Kun je dat voor mijn ook niet regelen?, vroeg Leus zijn hoogleraar. Dat kon en zo pakte Leus tot ontsteltenis van zijn moeder na drie weken Nederland opnieuw zijn koffers
Het onderzoek van Leus betreft verschillen bij regenboogforellen in eiwit-turnover, een maatstaf voor de efficientie waarmee vissen groeien. Binnen een groep regenboogforellen krijg je een rangorde. Er is altijd een aantal grote, dominante vissen. Het doel van mijn onderzoek was te kijken of dominante exemplaren groot zijn omdat ze efficienter groeien, dus een lagere eiwit-turnover hebben, of omdat ze simpelweg meer vreten.
Leus voorzag 48 forellen van een tatoeage en liet ze vijftien dagen rondzwemmen in vier afzonderlijke tanks. Om na te gaan hoeveel voer de vissen verorberden, mengde hij drie keer minuscule glasbolletjes door het visvoer. Vervolgens maakte hij twee uur nadat de vissen hun maaltijd hadden verorberd een rontgenfoto van de dieren. Die foto's, dat is lachen, vindt Leus. Hij zoekt er een op. Er is duidelijk te zien dat sommige vissen aanmerkelijk meer glasbolletjes hebben verschalkt dan andere
Door het tellen van de glasbolletjes wist Leus hoeveel gram voer de dieren hadden binnengekregen. Uiteraard had hij de dieren aan het begin en het einde van de proef gewogen, zodat ook de groei bekend was. Verder moest hij meten hoeveel eiwit de dieren gebruiken als energiebron. Groei is namelijk het verschil tussen eiwitsynthese, het aanmaken van lichaamseitwitten, en eiwitdegradatie, het omzetten van eiwitten in aminozuren om energie te produceren
Om de eiwitdegradatie te kunnen bepalen, mengde Leus Spirulina door het voer. In deze algen is stikstofvijftien (N15) gebonden, stikstof met massagetal vijftien in plaats van veertien, waarvan de kern een neutron extra heeft. Op de vijftiende dag plaatste hij vijftien vissen een kwartier na de eenmalige met N15 verrijkte maaltijd in een kleine prive-tank. Vervolgens bepaalde hij 6, 12, 24, 48 en 60 uur later hoeveel N15 er, gebonden in ammoniak, via de kieuwen was uitgescheiden. Op die manier kon Leus uitrekenen hoeveel eiwit was gebruikt voor de energievoorziening en uiteindelijk de eiwitsynthese bepalen
Helaas verliep het laatste deel van de proef niet zo gladjes als was voorzien. Door pech hield Leus niet genoeg vissen over om statistisch verantwoorde conclusies te trekken. Nadat we een rontgenfoto hadden genomen, begonnen twee vissen te kotsen. Dat waren dominante individuen, die hadden beide hun buikje vol gegeten en waren waarschijnlijk een beetje misselijk geworden van de verdoving. Drie onderdanige visjes bleken helemaal niets te hebben gegeten. Dan heb je dus ook geen meting.
De resultaten van vier andere vissen kon Leus niet gebruiken omdat hij voor de eiwitsynthese een onwaarschijnlijk hoog getal vond. Zo'n hoog getal vond je in de literatuur nergens. De professor zei ook dat dat niet kon. Leus kan slechts gissen naar wat er mis is gegaan. Mogelijk was een maaltijd niet voldoende om de vissen zestig uur aan het groeien te houden. Zodra ze ophouden met groeien, kloppen de gebruikte formules niet meer. Maar het zou ook kunnen dat die vissen een paar dagen van te voren te weinig hadden gegeten en nu als een gek gingen synthetiseren om bij te komen.
Er waren nog zes vissen over en een daarvan was niet gegroeid. Toen kon Leus nog maar vijf vissen gebruiken, waaronder slechts een dominante. In plaats van conclusies te trekken over het verschil tussen dominante en onderdanige vissen moest Leus zich daarom tevreden stellen met het opstellen van vergelijkingen over het verband tussen synthese, consumptie en degradatie. Vergelijkingen die, vindt hij zelf, niet onaardig zijn geworden
Al met al is Leus niet ontevreden over zijn periode in Aberdeen. Niet in de laatste plaats omdat er hij een leuke tijd had. Al waren de regels op de campus wel erg streng: gescheiden afdelingen voor jongens en meisjes en bij een feestje om elf uur de radio uit. Als dinsdagochtend de schoonmakers kwamen, schopten ze je gewoon je bed uit; ze moesten de lakens hebben.
Tevreden is Leus ook over het feit dat hij nu de techniek voor het bepalen van de eiwitsynthese met N15 beheerst. Het is een handige techniek omdat het niet nodig is de vissen te doden. Het beheersen ervan vergroot zijn kansen op een baan, hoopt Leus, die inmiddels bezig is met een vierde afstudeervak bij de leerstoelgroep Milieutechnologie
De eigenaar van de viskwekerij waar hij in Puerto Rico onderzoek deed, heeft hem al een baan aangeboden als manager. Leus weet echter niet of hij daar zin in heeft. Hij heeft er een leuke tijd gehad, maar het gewelddadige karakter van Puerto Rico staat hem niet aan. Zo was Leus tijdens een avond stappen getuige van twee drugsmoorden. Ik hoorde knallen en mijn eerste reactie was: Wie gooit er nou met strijkers. Toen zag ik een man met een zo'n Miami Vice-pistooltje. Mijn eerste impuls, ik was een beetje dronken, was nog om eropaf te stappen en te zeggen He, dat mag niet. Gelukkig drong het op tijd tot me door dat het beter was om weg te gaan.

Re:ageer