Wetenschap - 26 oktober 1995

De vertrouwenspersonen

De vertrouwenspersonen

Martie Wagenaar (links), Tineke de Boer en Aad van Ast

Aad van Ast voor algemeen personeel (De Born), Martie Wagenaar voor vrouwelijk personeel (Kopshuis) en Tineke de Boer voor studenten (De Wereld); ze zitten klaar voor iedereen die zich aan de LUW persoonlijk benadeeld voelt, lastig is gevallen of erger. Wat deze vertrouwenspersonen te horen krijgen over ongewenst gedrag en werkvloerproblemen is slechts het topje van de ijsberg.


Om allerlei redenen houden mensen op de werkvloer of tijdens de studie hun mond over dingen die hen dagelijks zy ergeren dat de frustraties hoog oplopen. De grootste angst, aldus de drie vertrouwensmensen, is die voor represailles. Als je vindt dat bijvoorbeeld je chef of docent je tegenwerkt en je laat dat weten, zou de situatie zich gemakkelijk tegen je kunnen keren.

Aad van Ast, onkruidkundige bij de vakgroep Theoretische Produkt Ecologie, is twee jaar geleden door Personeelszaken gevraagd de vertrouwensfunctie voor personeel in het algemeen op zich te nemen, naast zijn bestaande werk. Maar ik krijg nooit vrouwen op mijn spreekuur, dat is opvallend", verklaart hij.

Die vrouwen komen liever bij Martie Wagenaar, die voor acht uur per week als vertrouwenspersoon is aangesteld. Zij is huishoudkundige; eerder was ze bij de LUW coordinator voor het aio-onderwijs. De functie hield op te bestaan. Toen solliciteerde ik naar de baan van vertrouwenspersoon en kreeg ik die. Het zou makkelijker zijn als ik nog een andere baan had binnen de universiteit." Op maandag kunnen vrouwen bij haar langs op het Kopshuis, maar ze wil ook op andere dagen bereikbaar zijn. Nu moeten de mensen mij thuis bellen en daarvoor hebben ze toch een zekere schroom", zegt Wagenaar.

Tineke de Boer, al jarenlang studentendecaan, heeft de meeste ervaring van de drie. Er is inmiddels een hele nieuwe generatie studenten aangekomen. Die weten niet of nauwelijks dat er vertrouwenspersonen zijn. Dat is erg jammer voor ze."

De Boer is er, ook als decaan, voor de studieproblemen. Maar de functie van vertrouwenspersoon ligt heel dicht tegen het decanaat aan", verklaart ze.

Wagenaar en Van Ast hebben ook nog een ombudsfunctie. Die betreft louter problemen in de werksfeer, zoals de rechtspositie of het welbevinden op de werkplek.

Je moet die dingen gescheiden zien", zegt Van Ast. Die ombudsfunctie en de andere kant van het werk van vertrouwenspersoon. De functie van ombudspersoon komt te pas bij vastgelopen gesprekken over veranderingen in de werksfeer. Zoals bijvoorbeeld het facilitair maken van een afdeling van de universiteit. Als zowel de personeelsconsulent als de maatschappelijk werker niets hebben bereikt, komt de ombudspersoon aan de beurt. We zijn niet aangesteld om de problemen op te lossen, maar om te bemiddelen; om smerend tussenbeide te komen."

Nou, dat liever niet, smerend optreden", reageert Wagenaar. Dan is het al te ver doorgewoekerd. Je moet proberen te bemiddelen voordat dat boel is vastgelopen. Veel problemen worden veroorzaakt door een gebrek aan communicatie. Ik vind dat er meer contact moet zijn. Mensen moeten vaker wat te horen krijgen over de interne verhoudingen op de werkplek. Hoe langer je wacht met het melden van een probleem, des te moeilijker is het op te lossen. Dan is er al veel te veel gezegd."

In ombudszaken krijg je vaak te maken met niveau-verschillen", vertelt Aad van Ast. Tussen de hoger en de lager opgeleide. De hoogleraar bezigt een taal die de werkvloer niet verstaat. Dan snapt de werknemer niet wat er wordt bedoeld. De baas luistert niet, is dan de klacht." De ervaring leert dat er heel slecht wordt geluisterd", beaamt Martie Wagenaar.

Van Ast: De emoties spelen een grote rol. Wij hebben dan als derde partij de rol van interpreet. Wij zijn aan niemand gelieerd. Bovendien hebben we geheimhoudingsplicht en doen we nooit iets zonder toestemming van de client."

Als de functioneringsgesprekken regelmatig zouden worden gevoerd, zou dat ook al veel oplossen", verzucht Wagenaar. Maar daar merken we niet zoveel van in de praktijk."

Dat vindt ook De Boer. Ongeveer veertig procent van de werknemers krijgt een functioneringsgesprek. En dan houd ik het nog gunstig."

Intimidatie

Een belangrijk deel van het vertrouwenswerk is het behandelen van klachten over wat nu seksuele intimidatie heet, vroeger ongewenste intimiteit. Drs. W. Bezemer en A. Kuiper hebben er een boekje over geschreven: Seksuele intimidatie; Antwoorden op vragen. Ze schrijven: Per 1 oktober 1994 is de Arbowet uitgebreid met een bepaling inzake de verplichting van werkgevers om beleid te voeren tegen seksuele intimidatie en agressie op het werk. Gesteld wordt dat de werkgever verplicht is de werknemer zoveel mogelijk te vrijwaren van deze bejegeningen."

Dat betekent dat de LUW verplicht is beleid te voeren tegen seksuele intimidatie en agressie", licht Tineke de Boer toe. Het is niet meer vrijblijvend." Nieuw is ook dat klachten nu niet meer alleen bij de vertrouwenspersonen kunnen worden ingediend, maar ook rechtstreeks bij de klachtencommissie van de LUW.

De oude term ongewenste intimiteit was een vlag die de lading niet dekte. Gepest worden, machtsverschil, intimidatie; die aspecten kwamen er onvoldoende in tot uitdrukking.

We willen af van het idee dat ongewenste intimiteit altijd met opzet gebeurt", merkt Martie Wagenaar op. Dat is niet zo." Maar bij seksuele intimidatie ligt het anders; daarbij is wel sprake van opzet. In het kader van de Arbowet geldt seksuele intimidatie dan ook als een strafbaar feit.

Uit onderzoek in 1986 aan de Rijksuniversiteit Groningen is gebleken dat seksuele intimidatie het meest voorkomt op arbeidsplaatsen waar traditioneel mannen in de meerderheid zijn. Vrouwen moeten mondiger worden en meer kans krijgen op leidinggevende functies, vooral in het middenkader. Hoe evenwichtiger de verhouding mannen/vrouwen is op arbeidsplaatsen, hoe minder de machtsverhoudingen zullen voorkomen die tot seksuele intimidatie aanleiding kunnen geven. Deze overtuiging van de drie vertrouwenspersonen wordt gestaafd door onderzoek uit 1989, waaruit bleek dat de klachten inderdaad minder zijn op plaatsen waar de man/vrouwverhouding ongeveer gelijk is.

De Boer heeft de vraag eens neergelegd bij studenten Voorlichtingskunde: Hoe benader je ongewenste intimiteit. Aan de hand van hun verslag heb ik gemerkt dat ze er tamelijk lacherig over doen en allemaal op dezelfde manier reageren: Dat bestaat niet!. Maar bij doorvragen blijkt dat ze er allemaal wel mee te maken hebben gehad. Zo lang ik dit werk als decaan of vertrouwenspersoon doe, zie ik steeds hetzelfde gebeuren. Eerst lacherig doen, daarna serieus tevoorschijn komen met ervaringen op dit gebied."

Ziekteverzuim

Ondanks de eerste, lacherige reactie vinden studenten het onderwerp interessant, heeft De Boer gemerkt. Tijdens de discussies realiseren ze zich plotseling wat er eigenlijk aan ten grondslag ligt: gebrek aan respect en goede omgangsvormen. Respect is de basis. Wel vinden ze seksuele intimidatie een te zware uitdrukking en gebruiken ze liever de term ongewenst gedrag. Dat kan varieren van grof taalgebruik, pornoposters, -films of -bladen op de afdeling tot dronkenschap of lastigvallen."

Daar de vertrouwenspersonen een geheimhoudingsplicht hebben, kunnen ze geen praktijkvoorbeelden geven. Tineke de Boer onthult wel dat het meerdere malen is voorgekomen dat studentes een ander vak, soms zelfs een andere richting kozen omdat er iets flink scheef zat op het terrein van ongewenste omgangsvormen. Wagenaar vermoedt dat soms vrouwen die zich ziek melden in feite uitzien naar een andere baan, maar niet durven te zeggen waarom. Er zit veel meer achter ziekteverzuim. Het is wel voorgekomen dat een vrouw een vaste aanstelling was beloofd. Ze werd ziek. Over de aanstelling heeft ze daarna nooit meer iets gehoord. Ze dacht dat het kwam door het afwijzen van avances."

Gesprekken met de vertrouwenspersonen blijven in veel gevallen bij eens goed het hart luchten. Toch zijn ze alle drie overtuigd dat ze slechts een fractie te horen krijgen van wat er in werkelijkheid voorvalt. Zeker nu mensen in steeds grotere onzekerheid en spanning leven door bezuinigingen en studieduurverkorting.

De Boer hamert op het belang van een betere voorlichting van bovenaf. De uitvoering van de Arbowet moet op de LUW vanuit een top-down-benadering tot stand komen. Dat kan niet uitsluitend het werk zijn van de vertrouwenspersonen. Daarvoor hebben wij niet de benodigde capaciteit", verklaart ze.

Meer bekendheid met het kleine instituutje van de vertrouwenspersonen binnen de LUW kan voor mensen met problemen het dagelijks leven een stuk lichter maken. Is de drempel te hoog? Van Ast meent van niet, de twee anderen denken dat wel. In het tv-programma Vesuvius zei de schrijfster Lydia Rood laatst dat ongewenste intimiteit niet meer voorkomt", zegt De Boer geergerd. Dan krijg ik wel het gevoel dat ik tegen de stroom in zwem. Want ik ervaar dat tych anders in de praktijk."

Het vertrouwenswerk is voornamelijk liefdewerk. Martie Wagenaar krijgt haar acht uren vergoed, maar niet de overuren 's avonds thuis. Aad van Ast krijgt als vergoeding wat hulp bij zijn onderzoek op de vakgroep. Tineke de Boer krijgt niets. Ach, het ligt in het verlengde van mijn werk als decaan", zegt ze berustend. Ze heeft immers uit overtuiging voor de taak gekozen. Maar vreemd is het wel. Bij wie kunnen de vertrouwenspersonen hun ongerief uitpraten?

Re:ageer