Wetenschap - 28 augustus 1996

De universiteit kan en mag geen adviesbureau voor de overheid worden

De universiteit kan en mag geen adviesbureau voor de overheid worden

De universiteit kan en mag geen adviesbureau voor de overheid worden
Van den Hoofdakkers afscheid van de Landbouwuniversiteit
Als baas van een club jonge honden zette hij 27 jaar geleden Studium Generale op. Hij stond aan de basis van Movie W. en 't Hemeltje, in de tijd dat de studenten Jan Douwe van der Ploeg, Louise Fresco en Rudie Rabbinge tijd, energie en ideeen leverden aan Studium Generale. Deze drie zijn nu hoogleraar. Mr Henk van den Hoofdakker schopte het tot hoofd personeelszaken, secretaris en tot slot vice-voorzitter van het college. Op 29 augustus neemt hij afscheid van de LUW
In zijn werkkamer ligt de onafscheidelijke pijp op tafel, hoewel de vice-voorzitter er nog slechts twee a drie keer per dag de brand in steekt. Natuurlijk is er veel veranderd in 27 jaar. Als je niets doet verandert alles, en als je wel wat doet ook. In het laatste geval heb je er wellicht enige invloed op.
De plaats van de universiteit in de maatschappij is verstevigd. Het is nu, meer dan in 1970, een vanzelfsprekende en bevochten plaats. Universiteiten en wetenschappers zijn meer dan toen gehouden zich te legitimeren. Dat vind ik niet zo zorgelijk. Als Henk van den Hoofdakker die debatten en kritische clubs enorm mist, zegt dat dan iets over de universiteit of over mij?
Velen denken vandaag de dag dat iedereen zichzelf aan het begin van de jaren zeventig zo ontzettend serieus nam. Die periode wordt zo ernstig genomen. Natuurlijk, het was de periode van de studentenopstanden, maar er werd wel verschrikkelijk veel bij gelachen. Bij termen als repressieve tolerantie of establishment ontbrak zelden de flonkering in de ogen van de spreker. Er was altijd een zekere spot en zeker zelfspot. Die toon, die benadering, beviel mij zeer. Belangrijke thema's werden uitermate lichtvoetig behandeld. Permitteer je de luxe van een kritische toon, doordrenkt van zelfspot. Dat hoort bij een universiteit. Als ik iets mis, is het dat.
Overigens ging het toen natuurlijk wel om maatschappelijke veranderingen die diep ingrepen in het wezen van de universiteit. Studenten zochten solidariteit met de arbeiders, met stakers, en wilden maatschappelijk relevant onderzoek en onderwijs. De ivoren toren is in die jaren neergehaald, de universiteit is opengegooid.
Ik denk soms dat het overheidsbeleid erop is gericht die ivoren toren weer op te richten. Doordat het voor studenten financieel steeds ingewikkelder wordt een studie te voltooien bestaat het gevaar dat een nieuwe elite wordt gekweekt. Het gaat immers om grote financiele verplichtingen die slechts een enkeling zich kan permitteren. Het heeft ook iets absurds om van achttienjarigen te verlangen dat ze precies weten wat ze willen en daar vervolgens volledig gemotiveerd en met volledige inzet aan gaan werken. Ik vraag me af of wetenschappers die veel voor de mensheid hebben betekend al op hun achttiende volledig gemotiveerd waren.
Speelbal
Het wonderlijke is dat juist sociaal-democratische bewindslieden dit proces met zijn elitaire tempobeurzen en -normen in gang hebben gezet. Natuurlijk, ze moesten bezuinigen en kwamen zo van de ene stap in de andere. Ritzen kan wel heel intelligent en verstandig uitleggen dat het allemaal verantwoord is, dat er geen elite-universiteit dreigt te ontstaan en dat de kwaliteit van de studie niet wordt aangetast, maar ik denk dat hij dat zelf eigenlijk ook niet gelooft.
Een neveneffect van het opengooien van de universitaire poorten was dat ook het bedrijfsleven openlijk toegang kreeg tot het universitair onderzoek. We mikken nu op een omzet aan derde geldstroom van honderd miljoen. Ik had nooit het gevoel dat we het uitsluitend daarvan moeten hebben, maar heb me erbij moeten neerleggen dat wij niet volstrekt onafhankelijk konden blijven in de eerste geldstroom. Dan zouden we een willoze speelbal geworden zijn van de politiek. En dat is nu eenmaal niet de meest betrouwbare partner.
De overheid denkt niet verder dan vier jaar vooruit. Het is buitengewoon belangrijk om dan enige armslag te kunnen behouden. Voormalig minister van Landbouw Gerrit Braks klaagde regelmatig dat hij zo weinig concrete adviezen uit Wageningen kreeg. Dat schoot onder anderen bodemkundige Frans de Haan in het verkeerde keelgat; Wageningen wees al heel lang op een naderend mestoverschot. De overheid wilde die ongunstige informatie niet horen.
Gelukkig ziet ook de overheid nu in dat de Landbouwuniversiteit veel deskundigheid en expertise heeft op belangrijke beleidsterreinen en wil ze daar een beroep op doen. Dat de gevraagde adviezen de beleidsvoornemens niet per definitie ondersteunen moet duidelijk zijn. Het zou een misdaad tegen de onafhankelijke wetenschap zijn om universitair medewerkers voor een politiek karretje te spannen. De universiteit kan niet en mag niet een adviesbureau voor de overheid worden. De onafhankelijkheid mag niet in gevaar worden gebracht; noch ten behoeve van de overheid, noch ten behoeve van het bedrijfsleven. Ik zie dat eerlijk gezegd ook niet zo gauw gebeuren, omdat onze hoogleraren zich er niet voor zullen lenen.
Brommen
Het is jammer dat aan de universiteit de intuitie uit de besluitvorming verdwijnt. De universiteitsraad heeft de neiging pas te besluiten als hij zeker weet dat het een goed besluit is. Zoniet, dan moet er aanvullende informatie komen. Het probleem is dat je bijna nooit iets echt zeker weet. De hoeveelheid informatie die op tafel moet komen is dus af en toe om gek van te worden.
Dat probleem is overigens niet beperkt tot universiteiten. Je ziet het overal waar per definitie ondeskundigen, gekozen bestuurders dus, aan de besluitvorming deelnemen. Ik vrees dat dat onontkoombaar is. Als je de besluitvorming overlaat aan louter deskundigen leert de geschiedenis dat dergelijke systemen ons ook niet met al te veel vertrouwen kunnen vervullen. Laat de deskundigen maar brommen op de ondeskundigen en omgekeerd. Kennelijk is dat het spanningsveld dat een samenleving goed doet functioneren.
Ja, misschien ben ik bij uitstek een intuitief bestuurder. Anderen zeggen wellicht dat ik maar wat slinger. Zelf formuleer ik het positief: ik luister in een discussie graag naar argumenten en neem die mee in mijn afweging. Een discussie moet een creatief proces zijn, een wisselwerking tussen verschillende meningen. Als de openingszin luidt: Zo is het, dan kan slechts een uitwisseling van standpunten volgen en dan is het gedaan met dat creatieve proces. De structuur van de universiteitsraad leent zich niet echt voor dergelijke processen, commissievergaderingen daarentegen wel.
Als bestuurder ben ik een optimist. Maar zelfs als je twijfelt, is het stimulerender om tegen medewerkers te zeggen dat we het halen als we allemaal de schouders eronder zetten, dan om uit te stralen dat we het wellicht toch niet halen.
Mijn optimisme heeft eigenlijk alleen een knauw gekregen doordat de overheid voortdurend nieuwe bezuinigingen oplegde. Als we net goed op streek waren, werd er weer drie miljoen of zes miljoen gekort. Daar was nauwelijks tegenop te werken. Daar heb ik wakker van gelegen. Oh ja, daar heb ik echt wakker van gelegen. Ik vind dat de enige grote teleurstelling van de afgelopen vier jaar. Dat je niet kon vertrouwen op de afspraken met de overheid.
Haalbaarheid
De situatie vereist eigenlijk drastische keuzes in het takenpakket van de universiteit en daar waren en zijn we op de universiteiten niet goed in. Ik vind dat een van de grote zwaktes van de universiteiten. We kunnen met elkaar wel goed prioriteiten stellen, maar we kunnen het moeilijk eens worden over wat te doen met de vakgebieden onderaan de lijst.
We zijn in het college nooit bang geweest voor de raad. Die analyse werp ik verre van mij. Misschien zijn we wel wat te veel bezig geweest met haalbaarheid. Het was niet slecht geweest als we af en toe hadden gezegd: dit vinden we, basta. En dan maar hadden gezien wat ervan zou komen. Door het streven naar haalbaarheid hebben we denk ik regelmatig wat te voorzichtig geformuleerd.
Dat de nieuwe structuur zonder die meebesturende universiteitsraad beter wordt, heeft niemand mij ooit horen zeggen. In bepaalde opzichten is het goed om een aantal formele bevoegdheden te verleggen. Om vervolgens duidelijk te maken dat er een breuk is met het verleden - om met een schone lei te beginnen - ben ik voorstander van een ondernemingsraad. Dan begin je echt aan iets nieuws. Discussies in die ondernemingsraad van een universiteit zullen anders van aard zijn dan die in een vervoerbedrijf. Ik ga ervan uit dat hier ook de kwaliteit van onderwijs en onderzoek besproken wordt, niet alleen de rechtspositie. Binnen een universiteit moet immers veel ruimte zijn voor de meningen en expertise van de professionals en niet te vergeten van de studenten.
De universiteit is klaar voor de nieuwe structuur. Ik ben tevreden over de structuur met onderzoeks- en onderwijsinstituten en de gedelegeerde verantwoordelijkheid - zowel inhoudelijk als beheersmatig - aan de professionals binnen de organisatie. Het sector- en clustermodel heeft zeven jaar tot tevredenheid gefunctioneerd en we waren toe aan een volgende stap. Zie het vorig model als een tussenstation. Zeven jaar geleden was ik al voorstander van dat geintegreerde managementmodel, waarbij inhoudelijke en beheersmatige zaken in een hand kwamen. Dat was toen niet haalbaar; nu wel. Dat mensen binnen sectorbureaus ongelukkig zijn met deze ontwikkeling snap ik wel; de medewerkers leveren wat macht en invloed in, ten gunste van de hoogleraar-directeur. Maar ik ben ervan overtuigd dat op korte termijn iedereen vol enthousiasme op de departementen aan het werk is. Bijkomend voordeel is dat de ondersteunende medewerkers dan nog maar een baas hebben, de directeur van het departement. Tot nu toe dienden ze de sectorbelangen te behartigen, maar waren ze verantwoording schuldig aan het college van bestuur. Dit wordt veel duidelijker.

Re:ageer