Wetenschap - 18 januari 1996

De supermarkt als springplank voor biologische produkten

De supermarkt als springplank voor biologische produkten

Stimuleringsbeleid versterkt groei biologische landbouw niet

In Denemarken ging een supermarktketen biologische produkten verkopen in alle filialen. Gevolg was dat de vraag veel harder groeide dan het aanbod. Nederland profiteert daarvan en exporteert fors. Maar de binnenlandse vraag blijft ver achter, overheidsinspanningen ten spijt. De produktie stimuleren helpt niet. De Nederlandse overheid moet meer aan consumenten trekken.


De minister van LNV formuleerde in september 1992 in de notitie Biologische landbouw een stimuleringsbeleid. Het leidde niet tot een versnelde groei van de biologische landbouwsector. De jaarlijkse groei van het aantal bedrijven en hun produktie bleef steken op ongeveer tien procent. En dat is minder dan in landen als Oostenrijk, Duitsland, Italie en Denemarken. Zo luidt de conclusie van het Informatie- en Kenniscentrum Landbouw (IKC), dat in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij het beleid van de afgelopen jaren beoordeelde in het Evaluatierapport biologische landbouw.

Het grootste probleem is dat de binnenlandse vraag naar biologische produkten slechts langzaam groeit. Vijftig tot zeventig procent van de produktie gaat inmiddels naar het buitenland. Dat is riskant, want het biologische landbouwareaal groeit hard in het buitenland. Als de Nederlandse produkten straks moeten concurreren met de regionale, verkeren ze volgens IKC-onderzoekers Jenneke Leferink en Paul van Ham in een nadelige positie. Consumenten van biologische produkten prefereren produkten uit eigen regio en het Nederlandse produkt heeft in het buitenland een relatief slecht imago.

Jan Wieringa vindt dat het evaluatierapport een te negatief beeld schetst. Hij is coordinator van Biologica, een samenwerkingsverband van de biologische producenten, de handel en de verwerking. We verwachten dat de biologische sector tussen de veertig en vijftig procent per jaar zal groeien. Als de groei niet meer is dan tussen de tien en dertig procent, zoals de afgelopen vijf jaar, zijn de reacties negatief. Maar er is in Nederland geen andere sector te bedenken die de afzet jaarlijks met tien procent ziet groeien, behalve de ingenieursbureaus. Het gaat helemaal niet slecht."

Dat gesproken wordt over risico's van de export vindt hij ronduit belachelijk. Over de export van de gangbare landbouw zijn we in Nederland ontzettend enthousiast. Nu exporteert de biologische landbouw en dan roepen onderzoekers dat het riskant is. Dat geldt voor gangbare landbouw net zo goed; zie maar wat goedkope Marokkaanse tomaten met de tomatenteelt in Nederland doen. Een goed land exporteert nou eenmaal; daar moet je niet negatief over doen."

Randvoorwaarden

Wieringa is positief, maar kan niet ontkennen dat de biologische sector in het buitenland veel harder groeit en dat de Nederlandse sector van die groei profiteert. Het stimuleringsbeleid van de minister van Landbouw lijkt daar niet veel aan te hebben bijgedragen.

Onderzoeker Paul van Ham van IKC Landbouw wijst erop dat beleid over het algemeen vaak minder bijdraagt dan verwacht. In 1993, na het verschijnen van de notitie Biologische landbouw, voorzag Philip Scheepers van het Platform voor Biologische Landbouw en Voeding reeds dat de Stimuleringsregeling biologische landbouw van de minister niet veel meer zou opleveren dan maatschappelijke erkenning. Scheepers liet toen al via het blad LT Journaal weten dat de randvoorwaarden voor omschakeling veel te hoog gegrepen waren voor de boeren. Drie jaar later concluderen Van Ham en Leferink dat dat inderdaad het geval was. De beschikbare investeringssubsidies voor initiatieven in verwerking en afzet zijn nauwelijks gebruikt. Van Ham: Het minimale bedrag waarvoor je een aanvraag kon indienen, lag veel te hoog voor een sector die slechts ruim vijfhonderd bedrijven kent. Ook is de bepaling gesteld dat de boeren nieuwe machines moesten aanschaffen, hoewel biologische boeren liever met tweedehands
produkten schijnen te werken. Den Haag heeft inmiddels het aan te vragen bedrag verlaagt en de sector schaft nu ook nieuwe machines aan, waardoor er weer enkele aanvragen zijn binnengekomen."

Ook de regeling Stimulering biologische produktiemethoden, bedoeld voor omschakelende boeren, is weinig gebruikt. De geringe deelname is vooral te wijten aan bepalingen voor de bedrijfsomvang. Ook de eis dat een gehele tak van een bedrijf in een keer omgeschakeld moet worden, was een belangrijke oorzaak van het geringe gebruik, net als het feit dat de boer de subsidie terug moet betalen als de omschakeling na vijf jaar mislukt is.

Kloof

Toch is de groei van de sector niet alleen afhankelijk van het overheidsbeleid. De prijzen en het inkomen in akkerbouw en groenteteelt zijn momenteel goed; daarom verwondert het Van Ham dat er de laatste jaren niet meer boeren omschakelen. Volgens mij heeft Nederland duidelijk last van de wet van de remmende voorsprong. We waren jarenlang de besten in landbouw bedrijven. We hebben overal gepredikt hoe het moet. Nu zijn er opeens boeren die zeggen dat het anders moet. Het zal lang duren voordat dat geaccepteerd is. Er is een grote kloof, zowel technisch als mentaal, tussen de gangbare en de biologische landbouw in Nederland. Boeren zetten niet graag hun traditionele manier van landbouw bedrijven aan de kant."

Petra Selderijk van het DLV-team Biologische landbouw, die vooral de melkveesector kent, heeft andere ervaringen. Ik kom veel boeren tegen die willen omschakelen. De interesse is ontzettend groot. Veel boeren zijn enthousiast, maar ze durven niet zolang de afzet niet geregeld is. Als er afzet is voor melk, dan weet ik zo dertig boeren die willen omschakelen. De prijzen zijn misschien goed voor biologische boeren die hun zaakjes al geregeld hebben, maar voor boeren die de stap nog moeten maken geldt dat zeker niet."

Selderijk meent dat het ministerie de komende jaren de afzet meer moet stimuleren. Dat is nu het allerbelangrijkste. Als de afzet verbetert, kunnen boeren de produkten goedkoper aanbieden, waardoor de consumenten meer gaan kopen. En meer boeren kunnen omschakelen. Het ministerie moet bijspringen, want de sector is zelf te klein is om het van de grond te tillen. Er is veel meer nodig dan het Postbus-51-spotje Er groeit iets moois in Nederland."

Dat geregelde afzet veel belangrijker is dan het overheidsbeleid blijkt ook uit de IKC-evaluatie. Van Ham: We zijn in Denemarken gaan kijken, omdat de biologische sector daar zo hard groeide. We gingen op zoek naar het beleidshandvat. Dat bleek er niet te zijn." De grootste supermarktketen verkocht al tien jaar een beperkt assortiment biologische produkten. Maar de omzet groeide beduidend minder dan verwacht. In 1994 kwam er een marketingcampagne. De grootste zuivelcooperatie wilde meedoen aan een prijsverlaging, omdat die door meerjarige leveringscontracten met boeren te kampen had met een overschot aan biologische melk. De prijzen voor een aantal produkten, waaronder zuivel, gingen omlaag en het assortiment werd in alle filialen aangeboden. De omzet steeg enorm, ondanks een meerprijs van dertig tot veertig procent. De verwachting is nu dat de Deense biologische landbouw in het jaar 2000 een marktaandeel bereikt van vijftien tot twintig procent van de binnenlandse markt. Dat
komt overeen met tweehonderdduizend hectare landbouwgrond. In het jaar 2010 moet dat gegroeid zijn tot twintig a veertig procent.

Wortelen

De Nederlandse cijfers steken schril af bij de Deense. In Nederland heeft het biologische produkt met het grootste marktaandeel, de aardappel, slechts een aandeel van 2,5 procent. Het marktaandeel van biologische melk bedraagt 0,4 procent. Het biologische landbouwareaal bedraagt 0,6 procent van het totale landbouwareaal, wat overeenkomt met twaalfduizend hectare.

De gedachte is: Elders groeit de sector sneller, dus doet Nederland het slecht. Maar ik wijt het aan toeval", aldus Jan Wieringa van Biologica. Als Albert Heijn morgen zegt: Ik ga met biologische produkten aan de slag, dan krijg je hier dezelfde ontwikkeling. Dat bleek in het verleden toen AH biologische wortelen ging verkopen. In korte tijd bereikten ze een marktaandeel van dertig procent. AH schrok, want dat was niet de bedoeling. Zo zou hun eigen MBT-project (contracten met boeren die volgens AH-standaard milieubewust telen, red.) mislukken." Wieringa vertelt dat een AH-functionaris tegen hem zei: Dat geintje moeten we niet weer meemaken. De biologische wortelen werden van hun mooie zakken ontdaan, de aanvoer werd onregelmatig en in korte tijd was het marktaandeel weer circa een procent.

Volgens Wieringa gebruikt AH de hogere prijs van biologische produkten als excuus. Maar dat kan het probleem niet zijn. Nederlanders kopen ook Greenfields-vlees en betalen daar dertig procent meer voor. Dat vlees is niet eens biologisch; het komt alleen uit Ierland. AH spreekt zichzelf tegen; als een produkt maar goed in de winkel ligt en vergezeld gaat van een promotiecampagne, dan loopt het wel."

Wieringa is kort over het overheidsbeleid. We hebben dezelfde fouten gemaakt als Denemarken in de jaren tachtig. De overheid stimuleerde de kant van de produktie en verwerking, maar was aan de kant van de consument afhoudend. Ik raad het ministerie aan om in het plan van aanpak Biologische landbouw, dat medio 1996 moet verschijnen, flink aan de consumentenkant te gaan trekken. Als de overheid het toeval een beetje helpt, dan moet het hier ook lukken."

Re:ageer