Wetenschap - 14 mei 1998

De stress is af en toe gewoon voelbaar

De stress is af en toe gewoon voelbaar

De stress is af en toe gewoon voelbaar
Werkdruk op de LUW flink toegenomen
Samen koffie drinken, tafeltennissen tussen de middag, gasten afhalen, nieuwjaarskaartjes sturen; voor deze nutteloze zaken is nog maar weinig tijd op de universiteit. Werkweken van zestig a zeventig uur en recht op honderd vrije dagen is heel normaal. De werkdruk is hoog, volgens velen te hoog
Veel mensen lopen op de toppen van hun tenen, merkt Mieke van Laar-Melse, personeelsconsulent bij het departement Omgevingswetenschappen. Wat mij verbaast is dat niemand nog is opgestaan en heeft gezegd: ho ho, wat is dit allemaal? Het is niet niks, de ene reorganisatie na de andere, en iedereen gaat toch maar gewoon door. Op ons bureau nemen mensen tegenwoordig het leeswerk mee naar huis, omdat ze er overdag niet aan toe komen. We drinken nog wel samen koffie. Daar dwingen we elkaar toe.
Bij de leerstoelgroep Wiskunde zitten 's ochtends niet veel mensen meer in de koffiekamer, vertelt dr Theo Hendriks. Behalve als er iemand jarig is. Laatst misten we iemand en zeiden we tegen elkaar: waarschijnlijk is hij ingestort. Dat was geen grapje. De stress is af en toe gewoon voelbaar. Als je mensen tien jaar geleden vroeg: wil je eerder met pensioen, dan zei tachtig procent van niet. Nu zegt tachtig procent van wel. Vroeger hadden we hier een intensieve tafeltenniscompetitie tussen de middag. Iedereen deed mee, van hoogleraar tot concierge. Dat is niet meer. Bij het squashen tussen de middag was er vroeger een wachtlijst, nu is het stil.
Grondbewerkingshoogleraar prof. dr Uwe Perdok zit het dwars dat er weinig tijd meer is voor sociale contacten. Vroeger stuurden we nog nieuwjaarskaartjes, maar ook dat hebben we geschrapt. Je denkt steeds vaker: is het wel verstandig om die en die contacten aan te houden? Tegen steeds meer buitenlanders die hier willen werken, moeten we nee zeggen. Er is geen tijd meer om mensen op te vangen en de bijbehorende administratie af te handelen. We kunnen mensen niet eens meer als goede gastheren van het vliegtuig halen.
Hollen
Flink wat LUW-medewerkers vinden dat de werkdruk de afgelopen vijf jaar behoorlijk is toegenomen. Ze drinken minder vaak samen koffie en het is moeilijker geworden mensen bij elkaar te krijgen voor vakgroepsuitjes, voorlichtingsdagen en vergaderingen
Daarbij verzakelijkt de sfeer. Kwetsbare groepen vallen nu eerder buiten de boot. Acht jaar geleden kon je mensen die niet zo goed functioneerden, makkelijker opvangen, weet Van Laar. De LUW had toen bijvoorbeeld nog veel oudere mensen die hier waren gekomen via de sociale werkverschaffing. Nu brengt een eenheid het steeds minder op om die mensen te begeleiden. De keuringsprocedures worden strenger. Mensen die in de loop van de jaren minder goed zijn gaan functioneren, probeer je eerder ergens anders te plaatsen.
Ook het onderzoek verandert. Het wordt strakker in doelstelling, vergelijkt agronoom prof. dr Paul Struik. Vroeger dacht je vaker: ik doe deze proef nog eens om zeker te weten of het klopt, nu ga je eerder schrijven. Zijstraatjes uitzoeken doe je niet meer. Tijdens vergaderingen werd vroeger regelmatig gebrainstormd. Even alle remmen los. Dat is veel minder geworden. Natuurlijk, zulke brainstormsessies zouden nu juist wel moeten, gezien de vele veranderingen, maar je hebt er gewoon geen tijd voor.
Ik hol van de ene vergadering naar de andere om ons departement op te zetten, vertelt Perdok. Het aanvragen van derdegeldstroom-aio's zit er dan niet meer in. Ik steun de nieuwe ontwikkelingen wel, ook de plannen rond KCW doen me ontzettend goed. Alleen, als ik in mijn omgeving zie hoeveel uren mensen structureel overwerken, vind ik dat we dit toch niet te lang zo moeten doen. Je bent gewoon eerder afgeknapt.
Vrije dagen
Hoogleraren maken regelmatig werkweken van tachtig uur: twaalf uur per dag, zes en een halve dag per week. Volgens Struik zijn er weinig docenten en onderzoekers die minder dan gemiddeld vijftig uur per week werken. En ik denk dat er heel wat zijn die op zestig tot zeventig uur komen. Ook onder aio's zijn zulke lange werkweken geen uitzondering. Als je in het weekend komt, weet Hendriks, zijn er altijd mensen, zelfs tot twee a drie uur 's nachts. Meer dan honderd vrije dagen hebben staan is heel gewoon, en sommige onderzoekers hebben formeel zelfs nog driehonderd vrije dagen te goed
Maar over het aantal werkuren wordt niet geklaagd. Onderzoekers doen hun werk graag, het werk is meestal ook hun hobby. De werkdruk ontstaat veeleer door de versnippering in taken en door het gevoel het werk niet op tijd af te krijgen. Hendriks: Geef je lekker onderwijs, dan vergeet je die uren, zeker als de collegezaal goed vol zit. Punt is dat de werkzaamheden zijn veranderd. Vroeger kon je je concentreren op een paar dingen. Nu zijn er een heleboel taken en rol je van het een in het ander. Je bent overgeleverd aan veel meer schijven en je werkt in een onduidelijker structuur. Constant zijn er veranderingen: eerst clusters, dan sectoren, dan weer onderzoeks- en onderwijsinstituten en departementen. De verdeling van gelden bijvoorbeeld is bijna oncontroleerbaar geworden. Voortdurend ben je ook bezig in de wandelgangen capaciteit te verwerven.
Hard werken is niet erg, beaamt dr Jacques Vervoort van Biochemie. De werkdruk wordt als hoog ervaren, omdat iedereen aan je zit te trekken. Vroeger had je als medewerker alleen overleg met je hoogleraar; die besliste. Nu moet je je eigen onderzoeksgeld binnenhalen en je verantwoorden naar Brussel, NWO, bedrijven en collega's elders. De bestuurders laten het aan het krachtenveld over en alleen de besten overwinnen.
Ratrace
Onderzoekers werken niet alleen in een diffuser wordende structuur die steeds weer verandert, ze worden ook meer en meer afgerekend op onderzoeksproductiviteit. En dat betekent mee moeten draaien in een internationale ratrace waarin de concurrentie eerder toe- dan afneemt. Biochemicus Vervoort: Iedereen moet scoren bij collega's. Daarvoor moet je werk goed zijn, maar je moet jezelf ook goed aanprijzen. Dat laatste is in de wetenschap steeds belangrijker geworden. Als je maar publiceert, als je maar zichtbaar bent, een cursus houdt, een praatje verzorgt Als je daar niet aan meedoet, word je niet serieus genomen, je winkeltje wordt kleiner en dan heb je nog minder mogelijkheden om in de schijnwerpers te komen. Vroeger speelde dit alleen nationaal, nu moet je adverteren in de hele wereld. Je deelt het onderzoek met tien andere groepen op de wereld. Wie wint, krijgt de credits. Met dat gegeven is er weinig tijd voor reflectie en even lui achterover zitten. Zeker niet als je weet dat je Amerikaanse collega's zeventig uur in de week werken. Nee, ik ga 's ochtends geen koffie meer drinken.
En dan is er nog de combinatie van veel veranderingen - invoering onderwijsblokken, departementen, onderzoekscholen, KCW, vijfjarige studieduur - en bezuinigingen. Dat maakt dat mensen op papier wel geld krijgen voor nieuwe taken, maar dat in de praktijk vaak geen extra mensen worden aangesteld. De extra capaciteit benutten groepen om de minnen weg te werken. Daarnaast is flink bezuinigd op ondersteunend personeel, terwijl er niet altijd minder werk is gekomen. Veel taken doen de onderzoekers nu zelf, zoals het ondersteunen van aio's en studenten bij proeven
Verstarring
Maar niemand wil terug naar tien jaar geleden. Toen kon het immers nog gebeuren dat vakgroepsmedewerkers, tot ergernis van hun collega's, om half tien aan de koffie zaten en er om half elf nog zaten, om vervolgens om half een weer te gaan lunchen. Ook zou het niet goed zijn wanneer vakgroepen nog steeds de gesloten, disciplinaire koninkrijkjes van weleer waren, waarin medewerkers jarenlang hun hobby konden uitleven zonder dat er enige vraag naar hun onderzoeksresultaten was. Anno 1998 zou het ook ondenkbaar zijn dat de LUW niet zou samenwerken met DLO, proefstations, overheidsinstanties, maatschappelijke groeperingen en bedrijven
Iedereen is het eens met de veranderingen, merkt Struik. Die geven veel ruimte voor vernieuwing. Maar het tempo is te hoog en er is geen vast ijkpunt meer. Daardoor kunnen mensen moeilijk overzien wat ze moeten doen. Je zou de veranderingen meer richting moeten geven: de doelstellingen en het traject helderder stellen. De vorming van KCW vind ik een goed voorbeeld van hoe het kan, evenals Onderwijs 2000.
Ook Perdok is blij dat nieuwe ontwikkelingen van bovenaf worden gesteund. De KCW-bijeenkomst in januari deed me ontzettend goed. Maar ik zou willen dat je als leerstoelgroep steeds voor vijf jaar verzekerd bent van een bepaalde onderwijscapaciteit. De hoogleraar wijst op een dilemma: iedereen heeft het heel druk, maar is als de dood om een oud onderwijselement af te geven, want dan verlies je taken en dus capaciteit. Dat geeft een hele verstarring.
Vervoort wil op de universiteit topmanagers die goed kunnen structureren en informatie filteren. Ook al moeten medewerkers hun eigen winkeltjes uitbouwen door zelf onderzoeksgeld binnen te halen, de managers moeten daar richting aan geven en weten wat er in het onderzoeksveld van medewerkers speelt. En de biochemicus zou graag een duidelijke werkverdeling zien binnen leerstoelgroepen. In zo'n structuur moet het mogelijk zijn dat medewerkers niet meer uren werken dan ze willen. In de VS krijgen mensen een basissalaris voor een aantal vast omlijnde universitaire taken waarop ze worden afgerekend. Daarboven kunnen ze extra salaris verdienen met onderzoek. Personeelsleden kunnen dan zelf beslissen of ze meedoen met de internationale ratrace, of dat ze zich alleen inzetten voor onderwijs of bestuurlijke taken

Re:ageer