Wetenschap - 20 juni 1996

De renaissance van het gemengde bedrijf

De renaissance van het gemengde bedrijf

LUW ontwikkelt twee voorbeeldbedrijven op de Minderhoudhoeve

De Minderhoudhoeve, het proefbedrijf van de Landbouwuniversiteit, gaat een nieuwe toekomst tegemoet. De hoogproduktieve, gespecialiseerde akkerbouw en melkveehouderij maken plaats voor een ecologisch en een geintegreerd gemengd bedrijf. Daarmee kan de LUW de mogelijkheden van een gemengde bedrijfssysteem voor de 21ste eeuw onderzoeken.


Pakweg vijftig jaar na aanvang van het ontmengen van agrarische bedrijven in Nederland staat het gemengde bedrijf opnieuw in de belangstelling, als bedrijfsvorm voor de 21ste eeuw. Net na de oorlog ging heel landbouwend Nederland de kant van produktieverhoging en schaalvergroting op. Winst maken en voedsel produceren, dat was het credo. En de beste manier om dat te realiseren was intensivering en specialisatie.

Milieuproblemen als overbemesting en het lekken van bestrijdingsmiddelen naar grond, water en lucht waren het gevolg. In eerste instantie veranderden slecht enkelen daarom van koers; inmiddels willen veel wetenschappers meewerken aan het keren van die processen.

Het LUW-proefbedrijf, de Ir. A.P. Minderhoudhoeve te Swifterbant in Flevoland, kwam in 1968 in bedrijf met produktieverhoging hoog in het vaandel. Met de grote aantallen koeien en de grote oppervlaktes uniform polderland konden de groene richtingen binnen de LUW interessante proeven doen. Begin jaren negentig leken de meeste LUW-wetenschappers echter uitonderzocht op de Minderhoudhoeve. De proefaccommodatie werd bedreigd in haar voortbestaan door een jaarlijks tekort van zevenhonderdduizend gulden dat de universiteit niet langer wilde dekken.

De mogelijke teloorgang van het bedrijf met 240 hectare grond, 180 melkkoeien, 160 stuks jongvee en 260 ooien ging de betrokkenen aan het hart. De commissie die zich boog over de toekomst van de A.P. Minderhoudhoeve, APM 2000, stelde voor iets te doen met duurzame landbouw. Zo heeft de groeiende zorg om de toekomst van landbouw, natuur en milieu, in combinatie met het feit dat Flevoland door de Europese Unie is uitgeroepen tot een van de armlastige gebieden van Europa, het bedrijf van de ondergang gered. Zowel de EU als de Landbouwuniversiteit zegden in 1994 ruim drie miljoen gulden toe ten behoeve van de Minderhoudhoeve.

De hoeve gaat de 21ste eeuw in als proefaccommodatie voor twee types gemengde bedrijven. Hoewel nog steeds alle LUW-vakgroepen de hoeve kunnen gebruiken, zijn Ecologische landbouw en Theoretische produktie-ecologie de trekkers die de ontwikkelingsrichting voor respectievelijk een ecologisch gemengd bedrijf en een geintegreerd gemengd bedrijf op papier hebben gezet.

Grupstal

Sinds juli 1994 wordt gewerkt aan de omschakeling naar een duurzaam produktiebedrijf. De kavels die uiteindelijk ecologisch moesten worden, hebben we sindsdien gebruikt voor de teelt van voedergewassen zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Zo konden we voorkomen dat we een omschakelingsperiode van twee jaar moesten doormaken waarin we ecologisch geteelde produkten op de reguliere markt moesten afzetten", vertelt Joop Overvest, bedrijfsingenieur van de Minderhoudhoeve, terwijl hij het bedrijf laat zien. Inmiddels heeft de hoeve het Europese ecologische Skal-keurmerk in handen en kunnen de produkten naar de ecologische markt.

De bouw van de ecologische stal is in een vergevorderd stadium. Gekozen is voor een ouderwetse grupstal. De koeien zullen niet worden onthoornd en het gebruik van kunstmatige inseminatie in de fokkerij wordt in beginsel afgewezen.

Overvest lijk nog enigszins gereserveerd te staan tegenover de ecologische plannen. Het niet onthoornen van de dieren zal onrust en gevechten in de groep geven, met mogelijke beschadigingen als gevolg. Daarnaast verwacht ik dat de gekozen fokkerijopzet leidt tot een verlaagde melkproduktie. We moeten eigen fokstieren gaan selecteren. We kiezen daarvoor natuurlijke de stierkalfjes van de beste koeien, maar het blijft een gok. Daarom worden per jaar vijf andere stieren ingezet, om het risico dat de melkproduktie sterk terugloopt te verkleinen."

Overvest vertelt dat over de grupstal, het niet onthoornen en de fokkerij-methode veel gediscussieerd is bij het maken van de plannen. Ik heb steeds gezegd dat we niet terug moeten naar grootmoeders tijd maar naar 2010", zo typeert hij zijn bedenkingen bij de gekozen opzet.

Gerard Oomen, project-coordinator namens de vakgroep Ecologische landbouw, legt uit dat het afwijzen van kunstmatige inseminatie geen keihard gegeven is. We kiezen voor een andere basis, omdat KI met gemiddelden werkt. Door stieren van het eigen bedrijf te kiezen, selecteer je dieren die zo goed mogelijk zijn aangepast aan het eigen bedrijfssysteem. Daarnaast maakt een bedrijfseigen fokkerij het bedrijf autonomer en minder afhankelijk van externe inputs. Ook zeggen de fokwaardeschattingen van KI-stieren te weinig over voor ons belangrijke fokdoelen als gezondheid, karakter en levensproduktie."

Graansilage

De zestig melkkoeien die voorbestemd zijn voor het ecologische bedrijf kunnen pas tegen het eind van de zomer hun nieuwe stal in. Het geintegreerde bedrijf krijgt 95 dieren tot zijn beschikking, die gehuisvest blijven in de bestaande ligboxenstallen.

Een gedeelte van de bestaande stallen, dat zelfs is ingedeeld als grupstal, blijft leeg staan. Het was niet mogelijk de ecologische koeien daar te huisvesten om zo de kosten van een nieuwe stal, een miljoen gulden, te besparen. Overvest: De begeleidingscommissie vond het belangrijk een nieuwe ecologische stal te bouwen op een ander deel van het bedrijf." De mest van het ecologische en het geintegreerde bedrijf moet gescheiden blijven, maar volgens Overvest was die scheiding ook in de bestaande stal te realiseren geweest. Het argument dat de koeien een te grote afstand moeten lopen van de verst gelegen percelen naar de stal, neemt hij serieuzer.

Zo zijn er twee gescheiden bedrijven ontstaan; een sloot markeert de grens. Het ecologische bouwplan bestaat uit een zevenjarige vruchtwisseling. Graansilage wordt opgevolgd door twee jaar grasklaver en vervolgens aardappelen, wintergraan, groenten en tot slot zomergraan.

Die graansilage gaat geweldig. We zaaien op een dag een mengsel van gerst met gras, klavers en luzerne. Daar hoef je vervolgens niets aan te doen. In juli is het oogsten en inkuilen, waarna de mix van grassen en klavers nog twee jaar doorgroeit." Wat Overvest betreft is de graansilage het succes van de omschakeling. De produktiecijfers vallen niet tegen, ook al is er niet bemest, en de beesten vreten het graag."

Brandnetels

De gewassen staan er goed bij en onkruid lijkt geen groot probleem, uitgezonderd in de uien waar vier uitzendkrachten in de warme zon staan te hakken. De bedrijfsingenieur kijkt geergerd naar de sloten. Die mogen we niet maaien, net als de bermen. Maar zeg nou zelf: al die brandnetels, dat is toch niet mooi?"

De bedrijfsfilosofie van het geintegreerde bedrijf van TPE past duidelijk beter bij de man. Een zesjarige vruchtwisseling van twee keer gras, aardappelen, graan, suikerbiet en handelsgewassen bedekt daar de 135 hectare. Trots kijkt hij naar de pootaardappelen die binnenkort wit en paars zullen bloeien. Onkruid bestrijden we zoveel mogelijk mechanisch; gespoten wordt er alleen als dat echt nodig is. Geen boer die dat voor zijn plezier doet. De zaaiuien doen het hier beter", zegt hij.

De ontwikkelingsrichting van beide bedrijven is vast omschreven. Ieder bedrijf heeft zijn eigen doelen, met daarbij horende randvoorwaarden. Het onderzoek is in eerste instantie vooral gericht op het meten en registreren van bedrijfsgegevens, omdat op het gebied van gemengde bedrijfssystemen nog weinig technische gegevens bekend zijn. De onderzoekers kijken naar de bedrijfsvoering en resultaten, de nutrientenbalans, de ontwikkeling van onkruiden, ziekten en plagen, het effect van meerjarige grasklaver op de onkruiddruk, de samenstelling van flora en fauna en de uitspoeling van biociden en nutrienten.

Het vergelijken van de twee bedrijven is niet het belangrijkste van het project", zegt dr Egbert Lantinga, project-coordinator namens Theoretische produktie-ecologie. De ontwikkeling van de twee bedrijven staat voorop.

Schoolboerderij

Naast de twee systemen op de Minderhoudhoeve worden nog twee gemengde bedrijfssystemen opgezet. De schoolboerderij van de Christelijke Agrarische Hogeschool wordt een technologisch gemengd bedrijf en die van de middelbare agrarische school Warmonderhof een biologisch-dynamisch gemengd bedrijf. Binnen het Agrarisch Kenniscentrum Dronten werken we met hen samen. Straks hebben we dus vier bedrijven die behoorlijk van elkaar verschillen in doelstellingen en randvoorwaarden."

Door de strakke inkadering van de LUW-bedrijven lijkt het vernieuwen van de Minderhoudhoeve alleen ten goede te komen aan Ecologische landbouw en Theoretische produktie-ecologie. Overvest, Oomen en Lantinga weerspreken echter dat andere vakgroepen worden buitengesloten. Oomen: Het probleem is dat vroeger iedereen in principe alles op het bedrijf kon doen, terwijl het nu binnen de ontwikkelingsdoelen moet passen. We verkeren nog in het stadium van praten, maar er is belangstelling. Als de zaak eenmaal bruist, zullen andere vakgroepen de draad wel weer oppakken."

Lantinga is al een stuk verder in de besprekingen. We ondervinden enthousiaste medewerking van Van Keulen en Van Bruchem van Veehouderij en Groen van Veefokkerij. Agronomie gaat kijken naar het pesticiden- en herbicidengebruik en de dynamiek van bodemgebonden ziekten. Renkema en Van Niejenhuis van Agrarische bedrijfseconomie bestuderen de optimalisatie van beschikbare arbeid. Perdok en Kouwenhoven van Grondbewerking richten zich op bodemstructuur en ploegmethoden. En het analyseren van het drainwater gebeurt in samenwerking met een LUW-medewerker die gestationeerd is bij het RIZA (Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling, red.) in Lelystad."

Windmolen

Leek de Minderhoudhoeve begin jaren negentig ten dode opgeschreven, nu heeft ze haar bestaansgrond hervonden. Verwacht wordt dat een nauwe relatie tussen akkerbouw en veehouderij leidt tot een lagere milieubelasting, door een efficientere benutting van nutrienten. Lantinga: We hebben het uitgerekend: als we van Nederland een groot gemengd bedrijf maken, kan het stikstofoverschot teruggebracht worden tot een zesde van de omvang van midden jaren tachtig."

Niet alleen de LUW zal kunnen pronken met de hoeve. Hoogstwaarschijnlijk komt er een windmolen op het bedrijf, die stroom levert aan het net. De gemeente Wageningen wil financieel participeren in dat project. Om zo op de Minderhoudhoeve even veel schone stroom op te wekken als nodig is voor de buitenverlichting van de stad." Zo wordt met de Minderhoudhoeve het groene imago van de Landbouwuniversiteit en van Wageningen opgepoetst.

Re:ageer