Wetenschap - 1 oktober 1998

De politiek denkt: de universiteiten redden zich wel

De politiek denkt: de universiteiten redden zich wel

De politiek denkt: de universiteiten redden zich wel
De universitaire lobby tegen de bezuinigingen
De universiteiten weten het niet meer. Jaar in jaar uit betogen zij dat er nu echt niets meer af kan. En telkens opnieuw moeten zij nieuwe bezuinigingen opbrengen. Kennelijk slagen zij er niet in hun boodschap aan de politiek over te brengen. Kunnen de universiteiten eigenlijk wel lobbyen?
We hebben niet gefaald. Het heeft alleen niets opgeleverd. Rien Meijerink zegt het met lichte verbazing in zijn stem. De voorzitter van de vereniging van universiteiten, de VSNU, had echt gedacht dat de politiek het hoger onderwijs deze keer zou sparen. Een jaar lang heeft Meijerink tijd besteed aan de lobby in Den Haag. Inmiddels liggen het regeerakkoord en de onderwijsbegroting er en kunnen de universiteiten de balans opmaken. Ze moeten liefst driehonderd miljoen gulden bezuinigen en hun voorzitter moet toegeven: de lobby heeft geen vruchten afgeworpen. Hij begrijpt niet goed hoe dat kan. We hebben er alles aan gedaan.
Prof. dr Rinus van Schendelen begrijpt het wel. De Rotterdamse politicoloog doet onderzoek naar het verschijnsel lobby en veegt de vloer aan met wat de universiteiten op dat gebied presteren. Allereerst treden de universiteiten niet eensgezind op, zegt hij. Elke universiteit op zich is al een kippenhok. Een bedrijf als Unilever doet dat beter. Die werkt er hard aan om intern op een lijn te komen en laat het veldwerk, het daadwerkelijke lobbyen, vervolgens over aan een klein team, rechtstreeks onder de directie.
Voorts noemt Van Schendelen de notitie met wensen die de VSNU met het oog op de verkiezingen uitbracht, lachwekkend. Om te beginnen kwam die notitie te laat om nog invloed te hebben. Bovendien legde de VSNU met die notitie meteen al haar kaarten op tafel. Lobby in stilte, is de les van Van Schendelen. Die VSNU-notitie is gelezen door de verpleegsters en de asfaltleggers en alle andere grote geldbesteders in Nederland. In hun eigen lobby konden die vervolgens inspelen op de argumenten van de universiteiten en die gebruiken voor hun eigen doeleinden. De notitie was hoogstens nuttig om het publiek nog eens uit te leggen waar de universiteiten voor staan. Maar daar was de oplage weer te klein voor.
Het publiek voorlichten is iets anders dan de politiek bespelen, zegt Van Schendelen. En daarmee komt hij aan de kern van de zaak: De VSNU is in handen gevallen van public relations-mensen. Maar wat ze nodig heeft zijn public affairs-deskundigen, mensen met netwerken die de weg in Nederland kennen. De VSNU zou een Gideonsbende van twee of drie pa-mensen moeten hebben. En die moet zeker twee jaar van tevoren aan het werk gaan.
Van Schendelens lessen roepen bij VSNU-voorzitter Meijerink vooral ergernis op. Wij zijn er niet voor pr of pa, wij zijn er om prestaties te leveren, zegt hij. Wij zijn geen Unilever, wij hebben geen product te verkopen. Inderdaad, elke universiteit is een verzameling eigenwijze hoogleraren die met hun eigen gedachten naar buiten komen. Dat is ook onze kracht. Toch is onze campagne dit jaar echt niet geteisterd door verschillende opvattingen. Ik geloof dat men in de politiek eigenlijk denkt: ze redden zich wel, ze vinden er wel iets op, zo probeert Meijerink te verklaren wat er mis is gegaan. Wij zijn niet zielig, er gebeuren geen acute rampen als er bezuinigd wordt, er komen geen wachtlijsten, er vallen geen doden en gewonden.
Degenen die de boodschap hadden moeten ontvangen, kunnen dat beamen. Blijkbaar roepen de universiteiten nog steeds het beeld op dat het wel meevalt, bevestigt Mariette Hamer. Zij werkte jarenlang op het ministerie van Onderwijs en is nu Tweede-Kamerlid voor de PvdA. Er is een tijd geweest dat de universiteiten geld genoeg hadden. Dat blijkt ook wel, ze hebben immers veel geld kunnen inleveren zonder dat de kwaliteit gedaald is. Kennelijk had de lobby vroeger wel succes - en dat keert zich nu tegen de universiteiten.
Hamers collega van het CDA, Wim van de Camp, denkt dat geen enkele lobby van de universiteiten iets verandert aan het feit dat de politiek het basisonderwijs nu eenmaal belangrijker vindt. Hij heeft een goede raad: de lobby van het hoger onderwijs moet zich niet eenzijdig richten op de onderwijssector. Het moet veel meer over de boeg van Economische Zaken. Meijerink moet de zaak verbreden, hij moet steun verwerven van de directies van Philips, de Gasunie, de Nederlandse Bank, het AMC en noem maar op.
Dat inzicht begint nu ook bij de universiteiten door te breken. Onderwijs is een aparte provincie, stelt Yvonne van Rooy. Ooit was zij staatssecretaris van Economische Zaken, later CDA-Tweede-Kamerlid en sinds een jaar is ze collegevoorzitter van de Katholieke Universiteit Brabant. Als Van Rooy mensen uit de economische hoek vertelt over de universitaire wereld, reageren ze vol verbazing. Hun beeld van de universiteit is vaak gebaseerd op een heel andere tijd, of op de verhalen van hun studerende kinderen. Ze hebben doorgaans weinig begrip van hoe een universiteit er tegenwoordig uitziet.
Universiteiten moeten zich, concludeert Van Rooy, in hun lobby richten op de vakbonden, op de werkgevers en op de ministeries van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ze zijn te lang eendimensionaal op Zoetermeer gericht geweest.

Re:ageer