Wetenschap - 5 september 1996

De plantkundige practicumset

De plantkundige practicumset

Het Gerei

Biologiestudenten moeten bij aanvang van hun studie een plantkundige practicumset aanschaffen. Die doos van wit plastic bevat veiligheidsscheermesjes, een lepeltje, een rode stift, een prepareernaald, een vulpotlood, een pipet, een gum, een horlogeglas, een penseel, een pincet, objectglaasjes, dekglaasjes, en een doosje om preparaten in te zetten.

Ulrike Jungbluth, eerstejaars biologie, loopt met een objectglaasje naar de achterkant van de practicumzaal, om een druppel met groenwier op te halen. Terug bij haar werktafel legt ze voorzichtig een flinterdun dekglaasje op de druppel en dept met een filtreerpapiertje overtollig vocht op. Behoedzaam drukt ze met de prepareernaald het dekglaasje aan. Ze legt haar preparaat onder de microscoop en draait het juiste objectief voor.

Jungbluth is bezig met het practicum Structuur en functie van de plantencel, het eerste van Plantencytologie en -morfologie voor eerstejaars biologie. De microscoop en het filtreerpapiertje zijn door de universiteit verstrekt, voor de andere benodigdheden put ze uit de plantkundige practicumset die ze moest aanschaffen voor haar studie.

De practicumset kost zo'n zestig gulden. Een behoorlijk bedrag voor armlastige studenten, maar ze moeten het zien als een diepte-investering. Tijdens de studie hebben ze de set vaak nodig en ook na de studie komen de spullen van pas. Een goed pincet om splinters te verwijderen is immers nooit weg. De doos zelf kan dienstdoen als broodtrommeltje. En het roestvrijstalen lepeltje is niet alleen goed voor de koffie, het is ook smal genoeg om mee in een sambalpotje te komen.

Bij verschillende vakgroepen hebben studenten naast algemene voorwerpen als stift, potlood, gum en lepeltje, specifieke dingen nodig, zoals een spatel bij Fysische en kolloidchemie, een veiligheidsbril bij Organische chemie en een loep bij Plantentaxonomie. Voor dierkundige practica is er met ingang van dit studiejaar een snijset, die ook zo'n zestig gulden kost. De snijset bevat een grote en een kleine schaar, scalpelheften en -mesjes, twee prepareernaalden, een groot en een klein pipet en een sonde. Studenten gebruiken de set om preparaten te maken uit allerlei dood materiaal, varierend van complete dieren als haaien tot stukjes weefsel.

In het Botanisch centrum buigen zo'n zestig eerstejaars biologen zich over de microscopen in de practicumzaal. Hoogleraar Jac. van Went doceert maandagmiddag bij het practicum Structuur en functie van de plantencel. Voor alle practica van de vakgroep is de set nodig. De studenten die spullen zelf laten kopen heeft als voordeel dat ze er voorzichtiger mee omgaan, vertelt Van Went. Als ze objectglaasjes van de universiteit kregen, zouden ze ze eerder weggooien; nu maken ze ze zorgvuldig schoon voor de volgende proef. Bovendien verdwijnen spullen anders vroeg of laat. Er valt eens iets per ongeluk in een tas..."

Bij dit practicum leren de eerstejaars hoe een microscoop werkt: Scherpte, diepte, contrast, wat voor fouten je kunt maken. En ze maken kennis van de beperkingen van een microscoop." Daartoe moeten de eerstejaars biologen preparaten maken van cellen waar je doorheen kunt kijken: cellen uit meeldraden en wiercellen. Ze hebben de prepareernaald, het pipet en het pincet nodig en natuurlijk object- en dekglaasjes.

Snijden hoeven de studenten nog niet, dus het pakje ouderwetse veiligheidsscheermesjes blijft dicht. Dat kunstje moeten ze volgende week onder de knie zien te krijgen; dan moeten ze een flinterdun plakje van een weefsel snijden. Je moet niet trekken of duwen met dat mesje, maar soepel snijden. De truc is het scheerblad op je vinger te laten rusten." Zelf leerde Van Went snijden met een ouderwets lang scheermes met heft. Ergens moet hij dat nog hebben, samen met de riem en de slijpsteen om het scherp te houden.

Timo van der Niet, eerstejaars biologie, heeft de inhoud van zijn set verspreid over de werktafel liggen. Hij is al aardig op weg met de opdrachten. De benodigde spullen zelf kopen is een goed systeem, vindt hij. Anders krijg je het probleem dat op een practicum te weinig naalden beschikbaar zijn. Het bezwaar is dat de doos, met zijn prijs van zestig gulden, vrij duur is voor een student. Maar dat heeft ook een voordeel. Anders had ik een dekglaasje misschien weggegooid, nu heb ik het schoongemaakt."

Re:ageer