Wetenschap - 26 maart 1998

De plaats van aardappels in de grond

De plaats van aardappels in de grond

De plaats van aardappels in de grond
Gerard van Mastwijk, Agronomie
Moet in de aardappelteelt de traditionele afstand van 75 centimeter tussen rijen aardappelplanten plaats maken voor een rijafstand van 90 centimeter? Over deze vraag woedt een discussie in agrarische vakbladen. Bij een rijafstand van 90 centimeter kun je de aardappelrug breder maken; voorstanders stellen dat de boer dan minder groene en beschadigde aardappels oogst. Het nadeel van grotere rijafstanden is echter dat de aardappelplanten ongelijkmatiger over het veld verdeeld zijn. Het duurt daardoor langer voordat de bladeren het hele veld bedekken en het beschikbare licht volop gebruiken. Dat gaat ten koste van de opbrengst
Vijfdejaars Landbouwplantenteelt Gerard van Mastwijk bestudeerde het effect van de rijafstand en de grondbewerkingsdiepte op de positie van aardappelknollen in de grond. Op zijn colloquium presenteerde hij een meetmethode die hij bij IMAG-DLO ontwikkelde en de resultaten van voorlopige proeven
Een van zijn eerste dia's toont de meettafel die Van Mastwijk samen met zijn begeleider gemaakt heeft. Dat stalen geraamte wordt over de aardappelrug heen gezet, die vervolgens wordt afgegraven. In het midden hangt een stok die bij de aardappel wordt gebracht. Aan een meetlat is af te lezen hoe ver de punt van de stok in de grond zit; twee andere meetlatten geven aan hoever de stok vanuit het midden van de meettafel naar links of rechts en naar voor of achter is bewogen
De meetmethode is erg arbeidsintensief. Van Mastwijk heeft 130 aardappelplanten met gemiddeld negen aardappels opgegraven. Je graaft de grond van de rug langzaam weg en dan komt de aardappel bloot te liggen. Van die ruim duizend aardappels verzamelde hij op vier punten per aardappel de drie coordinaten. Voordat hij de aardappels had uitgegraven, had hij ook al de positie van de buitenkant van de rug opgemeten. In totaal leverde hem dat zo'n vijftienduizend meetpunten. Twee kladblokken vol, allemaal met de hand ingevoerd in de computer. Het heeft wel wat tijd gekost om vat te krijgen op die gigantische cijferbrij.
Uiteindelijk leverden zijn analyses plaatjes op waarop precies te zien is hoe de aardappels in de rug verdeeld zijn. Daarvoor had Van Mastwijk maar een klein deel van zijn gegevens nodig. Alleen met de positie van de bovenste punt van de aardappel, het topoog, sloeg hij aan het analyseren. Van te voren was het de vraag of je het topoog kunt meten zonder de aardappel van zijn plek te halen. Achteraf bleek dat juist het best meetbare punt.
Het is een eenmalige proef. Als je net te weinig informatie hebt, is het veel erger. Een veldproef met aardappels kun je niet een week later herhalen zoals met sommige proeven in een laboratorium wel kan.
De in de praktijk veronderstelde afname van het percentage groene knollen aan de zijkant van de bredere aardappelrug bleek op te treden. De breedte van het knolstelsel was bij de rassen agria, bintje en fambo niet afhankelijk van de rijafstand; de planten gebruiken de extra ruimte niet. De afname in groene knollen was echter niet spectaculair. Andere onderzoekers van IMAG-DLO telden het aantal groene knollen. Bij een rijafstand van 75 centimeter was het aantal groene knollen drie procent en dat was bij een rijafstand van 90 centimeter afgenomen tot twee procent
Diepere grondbewerking zorgde niet voor minder groene aardappels. Verticaal spreiden de aardappels zich wel over een zo groot mogelijk gebied uit en dus worden er ook bij diepere grondbewerking groene knollen gevormd aan de bovenkant
Er zijn al enkele boeren die met een rijafstand van 90 centimeter werken. Van hen heb ik positieve verhalen gelezen, maar ze weten niet wat hun opbrengst bij een rijafstand van 75 centimeter zou zijn geweest. Van Mastwijk denkt aan een tussenoplossing: een aardappelrug met de traditionele rijafstand van 75 centimeter, die echter aan de bovenkant breder is dan tot nu toe gebruikelijk. Landbouwtechneuten zijn al bezig apparaten te ontwerpen die zo'n rug kunnen maken
Medewerkers van machinefabrikant Rumptstad, die frezen verkoopt voor het maken van aardappelruggen, hebben een van zijn plaatjes gebruikt in een folder. Dat vond ik wel erg leuk. Het plaatje laat zien dat het belangrijk is dat de moederknol goed in het midden van de aardappelrug zit. Op het plaatje van Van Mastwijk zie je dat als de moederknol rechts van het midden is gepoot, alle dochterknollen meer naar rechts komen te liggen. Dat zorgt voor meer groene knollen. Iedereen weet dat eigenlijk wel, maar het plaatje geeft het heel duidelijk weer en drukt boeren met hun neus op de feiten.
Werken op een DLO-instituut is Van Mastwijk goed bevallen. Je krijgt een computer en een vaste werkplek en als je een kleurensheet wil printen of kleurenfoto's in je verslag wil zetten, is dat de normaalste zaak van de wereld. Voor mijn proeven op de Oostwaardhoeve in de Wieringermeer heb ik een maand in een hotel gezeten op kosten van het IMAG.
Verder vond hij het leuk om eens buiten de LUW te kijken. Bij het IMAG had hij meer het idee een werknemer te zijn. Je bent daar een onderzoeker met een project en een deadline, net als alle anderen.

Re:ageer