Wetenschap - 6 juni 1996

De optimale bedrijfsopzet van een nieuw melkveebedrijf

De optimale bedrijfsopzet van een nieuw melkveebedrijf

Hermien van den Brand, Agrarische Bedrijfseconomie

Deeltijdstudent, moeder van twee kinderen en twintig uur per week werkzaam bij een woningbouwvereniging - Hermien van den Brand-Van Kempen is een drukbezette dame. Haar man Wouter is bovendien melkveehouder in Oost-Brabant. Momenteel is het gezin druk doende te verhuizen. Wouter is uit de maatschap met zijn broer gestapt en begint in Holthees een eigen bedrijf. Een meststierbedrijf is daarvoor overgenomen en het ombouwproces is in volle gang. Morgen worden de koeien overgebracht. Maar vandaag eerst nog het colloquium.


Van den Brand is met een lineair programmeringsmodel voor melkveehouderijen in de weer geweest, voor de bepaling van de optimale bedrijfsopzet van een nieuw te stichten bedrijf, een en ander geent op de eigen situatie. Medestudent Alfred Jansen zal in zijn colloquium de bedrijfseconomische perspectieven doorlichten voor melkveehouders die naar Ontario willen emigreren. Veel belangstelling is er niet: twee begeleiders, een echtgenoot, drie geinteresseerden. Van den Brand-van Kempen heeft niet veel tijd, want de koeien moeten vandaag ook nog gemolken worden.

Het model, ontwikkeld door Giesen en Berentsen van de vakgroep Agrarische bedrijfseconomie, is bestemd voor melkveehouderijen op zandgronden. Met het model kan de ontwikkeling van de bedrijfsorganisatie, de bedrijfsvoering en de rentabiliteit onder varierende omstandigheden worden onderzocht. Grond, veestapel, voeding, bemesting, loonwerk, arbeid en vaste kosten zijn belangrijke uitgangspunten. Van den Brand-van Kempen heeft bovendien het fosfaatbeleid meegenomen.

In totaal zijn in het model zo'n negentig beperkingen en honderd activiteiten verweven. Van den Brand-van Kempen koos voor het optimaliseren van de bedrijfsopzet bij een produktieniveau van jaarlijks 7.500 of 10.000 kilogram melk per koe. Een boer met 42 koeien uit de eerste categorie kan met 39 uur werken per week een jaarlijks inkomen van ruim 85 duizend gulden verdienen. De boer met 32 hoogproduktieve koeien komt volgens het model zelfs aan een ton.

Al met al rollen er dus aardige inkomens uit. Maar daarvoor is het ook een model; in de praktijk liggen de inkomens veel lager, vertelt Van den Brand-van Kempen naderhand. Voor een bestaand bedrijf is het immers minder makkelijk om een optimale situatie te creeren. Bijvoorbeeld omdat een boer met twintig hectare die grond niet zonder meer zal afstoten om zijn bedrijf te optimaliseren."

Ook al weet de boer exact wat de optimale bedrijfssituatie is en zou hij die kunnen realiseren, persoonlijke voorkeuren blijven de doorslag geven. Zelf heeft de familie Van den Brand bijvoorbeeld ruim zestien hectare grond en 36 koeien, Holsteins, die wat de produktiviteit betreft ergens tussen de 7.500 en 10.000 kilo melk per jaar zitten. Redelijk conform het model, maar Wouter houdt van het opfokken van jongvee en zal zich daar waarschijnlijk ook in de toekomst mee bezig houden. Volgens het model is jongvee echter bedrijfseconomisch niet ideaal en drukt de opfok het inkomen. De veehouder beaamt dit laconiek. Anderen rijden graag in een grotere auto."

Ondanks het verschil tussen theorie en praktijk heeft het model zeker waarde, vindt Van den Brand-van Kempen. Zo blijkt onder meer dat in een optimale bedrijfsopzet voor de afzet van mest geen grondaankoop nodig is.

Acht jaar geleden besloot de toen 22-jarige Van den Brand-van Kempen te gaan studeren. In die tijd riepen veel politieke beslissingen bij mij vragen op," vertelt ze. Ik wilde weten hoe het allemaal reilt en zeilt."

Van het studentenleven bleef ze als deelstudent verstoken, maar dat ziet ze geheel niet als een gemis. De kennis van Wageningen heeft zich al die jaren beperkt tot de locatie van het wiskundegebouw, de Leeuwenborch en het winkelcentrum. Het deelstudentschap heeft in de ogen van Van den Brand-van Kempen een groot voordeel. Je komt veel sneller in gesprek komt met docenten wanneer je met z'n vijven drie uur college hebt."

De studie komt in het dagelijks leven op de boerderij aardig van pas. Van den Brand-van Kempen: Je doet toch ideetjes op, al loop ik niet vanuit een ivoren torentje rond te bazuinen hoe het bij ons op het bedrijf moet gaan. Maar de studie helpt wel. Je merkt dat het makkelijk is wanneer gesproken moet worden met mensen van de bank of SEV'ers (Sociaal Economische Voorlichters, G.E.)."

Binnenkort hoopt ze af te studeren. Na bedrijfseconomie en algemeen agrarische economie was dit haar derde en laatste afstudeervak. Het vakkenpakket is al goedgekeurd, ze moet alleen nog even uitzoeken hoe afstuderen in zijn werk gaat. Want reguliere studenten mogen dan vertrouwd zijn met de bureaucratie aan de landbouwuniversiteit, voor de deeltijdstudent die jarenlang alleen 's avonds of op zaterdagochtend college loopt, ligt dat anders. En na de bul? Ik heb nog geen vast uitgestippeld programma. Eerst ga ik tijd besteden aan gezelligere dingen."

Re:ageer