Wetenschap - 2 maart 1995

De mega-vakgroep 2

De mega-vakgroep 2

Nu is het veel onduidelijker wie verantwoordelijk is

Na de fusie van de vakgroepen Planologie, Landschapsarchitectuur en de droge sectie van Cultuurtechniek, is de nieuwe vakgroep Ruimtelijke planvorming ontstaan. De fusie leek niet onredelijk: alle drie de vakgroepen onderzoeken de inrichting van het landelijk gebied en zijn relatief klein. Alleen de scheiding tussen de droge en natte secties van de vakgroep Cultuurtechniek viel niet bij iedereen in goede aarde.


Toch is het fusieproces, dat volledig door het bestuurscentrum is opgelegd, niet zo gladjes verlopen als was gehoopt. De drie vakgroepen hebben tot op heden nauwelijks een wij-gevoel weten te creeren en de fusie is uitgelopen op het verhangen van bordjes. De oude vakgroepen heten nu secties van de nieuwe mega-vakgroep en gaan vooralsnog hun eigen weg. Het grootste verschil met de vroegere situatie zijn een gezamenlijk secretariaat en kantine. Momenteel fungeren beide plekken naar ieders tevredenheid als het cement van de vakgroep. Inhoudelijk zijn de medewerkers nog steeds aan het zoeken wat de verschillende secties aan elkaar hebben, wat het gemeenschappelijke is en waar de hiaten liggen.

Vakgroepsvoorzitter prof. ir K. Kerkstra: Op een zeker niveau zijn we natuurlijk wel een geheel, maar de afstand tussen het vakgroepsbestuur en de dagelijkse praktijk van onderwijs en onderzoek is wel heel groot geworden. Als wij namelijk een vakgroepsbestuur volgens de wettelijke regels zouden hebben, zouden we met veertig mensen moeten besturen. Er is dus een dagelijks bestuur, wat de dagelijkse gang van zaken regelt, en er zijn de secties die het onderwijs en onderzoek vormgeven."

Een van de belangrijkste dingen die in een dergelijke grote vakgroep niet goed te regelen is, is de verhouding hoogleraren en bestuur. Vroeger stond een hoogleraar aan het hoofd van zijn vakgroep, maar nu is het veel onduidelijker wie welke verantwoordelijkheid heeft."

Werkeenheid

De organisatievorm waarin nu afzonderlijke secties werken, levert volgens medewerker ir G. Parlevliet veel onnodig overleg op. Uit de organisatieleer is allang bekend dat tien tot vijftien mensen een optimale grootte is voor een werkeenheid. Zo groot waren de verschillende vakgroepen vroeger ook. Nu we samen een vakgroep zijn, zijn er heel veel commissies die veel te veel werk moeten doen. Ik heb het idee dat daardoor de fusie wat overbodig is geweest en we hetzelfde werk veel efficienter hadden kunnen doen."

De analyse waarom de vakgroep nooit een geheel is geworden, verschilt van persoon tot persoon, maar een aantal redenen komt vaker terug. Zo meent Kerkstra dat de aanvankelijke aandacht voor de meer praktische zaken, zoals een kantine, de aandacht heeft afgeleid van de inhoudelijke afstemming tussen de secties. We dachten dat zich dat in de praktijk wel zou wijzen. Ik heb nu geleerd dat je voortaan eerst een heel duidelijke afbakening moet maken tussen de verschillende leerstoelhouders, voordat je gaat fuseren." Ook dr H. Hetsen meent dat er eerst een plan gemaakt had moeten worden, waarin de hoogleraren afspreken hoe ze met elkaar in een vakgroep verder willen gaan. Welk onderzoek ze gaan doen, hoe ze het onderwijs vormgeven. Als dat niet heel duidelijk is, is het ook voor de medewerkers moeilijk om sectie-overstijgend te werken. We hebben bijvoorbeeld twee sectie-overstijgende vakken. Het ene loopt heel aardig, maar er ontstaat elk jaar weer onduidelijkheid bij het pr
acticum onder de docenten over wat de studenten moeten kennen."

Publikaties

En dat is meteen ook een ander terugkerend obstakel voor integratie: de drie secties hebben elk zo hun wetenschapsopvatting. De landschapsarchitecten zijn sterk gericht op het vormgeven, de cultuurtechnici meer op de praktische uitvoering en de planologen op een theoretische benadering van plannen. Op zich is dat geen probleem als er dan maar over wordt gediscussieerd. Er worden wel wat pogingen gedaan en in het verleden is er over gepraat, maar het debat daarover is nooit echt van de grond gekomen", meent Hetsen.

Daar doorheen speelt ook nog eens dat de verschillende secties hun eigen cultuur en traditie hebben. De afkomst blijft een belangrijke rol spelen bij alle beslissingen in de vakgroep. Zeker in tijden dat het voortbestaan van elke medewerker wordt bedreigd door bezuinigingen, zo analyseert menig medewerker, ligt het voor de hand om eerst de eigen groep te bevoordelen. Hetsen: Of het door die rivaliteit komt, weet ik niet, maar wat opvalt is dat er door de secties de laatste jaren heel veel gepubliceerd en gepromoveerd is. Niet bij elke sectie evenveel en dat brengt volgens mij wel een gezonde rivaliteit met zich mee. Men wil niet onderdoen voor de andere sectie. De meerwaarde van een fusie is dan misschien niet helemaal uit de verf gekomen, maar dit is in ieder geval een heel positief neveneffect."

Re:ageer