Wetenschap - 2 maart 1995

De mega-vakgroep 1

De mega-vakgroep 1

Nu is het veel onduidelijker wie verantwoordelijk is

In het Masterplan wil het college van bestuur het aantal vakgroepen drastisch verminderen; een kleine zeventig vakgroepen moet fuseren tot zo'n twintig mega-vakgroepen. Als lichtend voorbeeld ziet het college de vakgroep Levensmiddelentechnologie. Daar loopt alles inderdaad gesmeerd, maar een andere mega-vakgroep, Ruimtelijke planvorming, kampt met interne strubbelingen.


De vakgroep Levensmiddelentechnologie is al sinds de jaren zeventig een mega-vakgroep en wist de ambities van haar vier secties om ieder als vakgroep te opereren, altijd binnen de perken van het fusieprodukt te houden. Zo op het oog ziet het er prachtig uit: een herkenbare naam voor de leek, die overeen komt met de studierichting. De buitenwacht heeft er eigenlijk geen omkijken naar. Deze club redt zich wel en trekt veel studenten en externe onderzoeksopdrachten.

De secties Industriele microbiologie, Levensmiddelenchemie en -microbiologie, Proceskunde en Zuivel- en Levensmiddelennatuurkunde gunnen elkaar het licht in de ogen. Het geheim, verklaart prof. dr ir A.G.J. Voragen van de sectie Levensmiddelenchemie en -microbiologie, is de nauwe samenhang tussen de vakgebieden. We zijn allemaal bezig met het verwerken van grondstoffen tot voedsel en belichten de voedingsaspecten daarvan. We zijn herkenbaar voor elkaar, al zullen de wetenschappers niet de colloquia in andere secties bijwonen."

De grote samenhang ontstond pas echt goed door de samenwerking met de vakgroep Voeding in een cluster en door de oprichting van de onderzoeksinstituut Vlag (Voeding, levensmiddelen- en agrotechnologie en gezondheid). Toen zijn er thema's uitgewerkt waarin Voeding en de secties zich konden profileren. Het onderzoek heeft meer richting en samenhang gekregen", verklaart Voragen.

Uitgangspunt in het cluster blijft dat er groepen van zo'n vijftig mensen zijn, elk met een eigen identiteit en een eigen budget, en die zelfstandig onderzoeksgeld aantrekken. Het cluster regelt de onderlinge verdelingsvraagstukken. Bovendien is bij de start van het cluster zes jaar geleden onmiddellijk een leerstoelenplan gemaakt, waar we aan hebben vastgehouden".

Verscheidenheid

Voorts heeft het cluster een eigen vacature-commissie, die beslist welke vacatures worden vrijgegeven. Hierdoor kun je beter het personeelsbeleid sturen, meent de hoogleraar. Er is een grotere uitwisselbaarheid van taken mogelijk en in gezamenlijkheid kan beter worden geanticipeerd op veranderingen. Het clusterbestuur bestaat uit vier leden, van elke vakgroep twee, plus een voorzitter zonder stemrecht. Maar we hebben nog nooit hoeven te stemmen."

Nu stelt het cluster ook zelf een onderwijscommissie in, die het internationaal onderwijs en de studentenuitwisseling in internationale netwerken gaat inventariseren. Dat gebeurt los van de twee roc's Voeding en Levensmiddelentechnologie, hoewel beide roc-voorzitters wel in de commissie zitten. Dezelfde commissie zal ook nagaan of beide richtingen meer gezamenlijke onderwijselementen kunnen presenteren tijdens de propaedeuse. Voragen: We groeien naar elkaar toe; de kwaliteit en gezondheid van het voedsel komen meer centraal te staan in de levensmiddelentechnologie."

Het vakgroepsbestuur Levensmiddelentechnologie vergadert slechts een, soms twee keer, per jaar, maar de secties binnen LT en het clusterbestuur vergaderen vaker. Je moet samen iets verhapstukken, anders heeft samenwerking geen zin", meent Voragen. Hij ziet het model Levensmiddelentechnologie dan ook niet als voorbeeld voor de gehele LUW. Een uniforme management-structuur kan niet; daarvoor is de verscheidenheid te groot. Elke vakgroep moet in zijn omgeving gemeenschappelijke belangen zoeken en daarop inspelen."

De belangrijkste partner van Levensmiddelentechnologie, de vakgroep Humane Voeding, is ook tevreden over de samenwerking. We werken gewoon heel prettig samen", stelt prof. dr M.B. Katan. Het cluster doet veel op organisatorisch en financieel gebied. Dit cluster heeft een gemeenschappelijke mentaliteit, men weet steeds beter waar de ander het over heeft. Daar gaat het om: samenwerking moet gewoon klikken, anders is het een recept voor narigheid."

Klant

Net als Voragen meent Katan dat hun cluster gemakkelijk kan worden uitgebreid met het gezondheidsonderzoek van prof. dr ir F.J. Kok van Gezondheidsleer. Met de relatie tussen levensmiddelen en hun effecten op de gezondheid, die reeds in Vlag zijn uitgewerkt, hebben we een uniek onderzoeksgebied in huis."

Het lijkt beide hoogleraren niet veel uit te maken of deze nieuwe onderzoeksgroep als vakgroep of sectie binnentreedt; als de onderlinge wisselwerking en performance naar buiten toe maar klopt.

Katan kan zich ook het nut van onderwijsinstituten voorstellen. Zo'n instituut kan meer vanuit de klant werken dan de huidige roc's, die moeite lijken te hebben om de bestaande onderwijsopzet te veranderen." Collega Voragen beaamt dat: Het is een verbetering als er een management-structuur boven de roc's komt. De roc's kunnen dan de inhoudelijke discussie blijven voeren."

Maar Voragen denkt niet dat de nieuwe bestuurlijke voorstellen veel geld zullen besparen; hij ziet meer taken opdoemen voor minder geld. Het spanningsveld is toch dat vakgroepen de laatste schakel zijn in de pikorde: we hebben niemand naast of onder ons waaraan we bezuinigingen kunnen doorgeven." En Katan meent dat een andere structuur de afstand tussen vakgroepen en het bestuurscentrum niet vermindert. De opstelling geeft de doorslag. De LUW moet een meer marktgerichte bestuurslaag krijgen."

Re:ageer