Wetenschap - 3 oktober 1996

De larvenopstelling

De larvenopstelling

Het Gerei

Een omgekeerde kolf bootst de bek van moeder tilapia na. Daarin groeien enige duizenden visseneitjes binnen enkele dagen uit tot larven.


Kijk, hier dansen de larven op de waterstroom. Ze zijn net uitgekomen, aan hun buik hangt nog het dooierzakje. Daar kunnen ze een dag of twee, drie mee vooruit." Sietze Leenstra, hoofd proefaccommodatie De Haarvissen op Zodiac, toont de larvenopstelling. De larven zijn bestemd voor een onderzoek van de vakgroep Visteelt en visserij naar duurzame teelt van tilapia, waarbij de visopbrengst, het gebruik van natuurlijke bronnen en de productie van afval tegen elkaar worden afgewogen.

De opstelling bestaat uit een rijtje omgekeerde glazen kolven, open aan de bovenkant. In de eerste kolf zijn de tilapialarven net begonnen met uitkomen. In de tweede dwarrelen ontelbare larven door elkaar. In de derde dansen alleen eitjes op de waterstroom. De kolven bevatten elk zo'n 2500 eitjes of larven, schat Leenstra. Van onderaf wordt via een slangetje water in de kolven omhooggestuwd, waardoor larven en eitjes constant in beweging blijven.

Tilapia's zijn muilbroeders. Of moet ik het mondbroeders noemen? Het vrouwtje bewaart de eitjes in haar mond. In de mond zitten enzymen die goed zijn voor de ontwikkeling. Die bestrijden bijvoorbeeld bepaalde schimmels. Als de larven uitkomen, doet ma af en toe haar mond open om ze even buiten te laten. Bij gevaar zwemmen ze meteen weer naar binnen. Maar er komt natuurlijk een moment dat ze er niet meer allemaal in kunnen."

De vakgroep heeft het broeden overgenomen om de opbrengst te vergroten. Ma slikt er wel eens eentje in. En pa en de andere vissen in de bakken eten de larven ook. Dat verlies kan oplopen tot vijftig procent. We laten de eitjes eerst een paar dagen in de mond. Daardoor is het overlevingspercentage hoger dan wanneer we ze meteen weghalen. En dan spuiten we water in de bek en spoelen de eitjes eruit." In de natuur wordt uiteindelijk vaak slechts een procent volwassen; de proefaccommodatie haalt een overlevingspercentage van wel tachtig tot negentig procent.

Onder de kolven staan platte bakken. Daarin kweekt Leenstra eitjes van de meerval en de karper op. Die hebben een kleefstof waarmee ze in de natuur aan waterplanten vastplakken. Hier plakken ze aan de bodem van de bak. De eitjes van de tilapia hebben niet zo'n kleefstof.

Op dit moment bevatten de bakken alleen meervaleitjes. Dit noemen we het riviersysteem. Als die meervallen groter zijn, spoelen ze vanzelf met de waterstroom mee naar een groter aquarium."

De tilapia-larven verlaten hun kolven op meer prozaische wijze: kraan dicht, slangetje dichtknijpen, kolf omkieperen. Zo is de optimale opkweekmethode voor elke vissoort anders; de medewerkers van de proefaccommodatie zoeken steeds proefondervindelijk de juiste aanpak. Mensen denken wel eens dat er weinig variatie zit in het vissenrijk. Maar de verschillen zijn minstens zo groot als die tussen muis en olifant."

Een bezoek aan de larvenopstelling ontaardt snel in een rondleiding langs bakken met tilapia's, karpers, meervallen, steuren en garnalen. De buitenlanders die hier komen, zijn vaak stomverbaasd over de resultaten van de proefaccommodatie, vertelt Leenstra. Omdat we het klimaat zo goed beheersen, slagen we erin elke week meervaleitjes te oogsten en iedere dag karpereitjes. We krijgen vrij veel mensen uit China. Daar wordt veel vis gekweekt, dus die doen ook veel aan onderzoek. Maar dit kunnen ze niet!"

Leenstra onderbreekt zijn rondleiding telkens met anekdotes over afgestudeerde LUW'ers die een bedrijf zijn begonnen en vele tonnen vis produceren. Die meerval komt oorspronkelijk uit Afrika. Hij is intussen zo gedomesticeerd dat die van ons veel betere eigenschappen heeft. Een afgestudeerde kweekt ze op tot vingerlingen - het pootgoed van de visserij: visjes van maximaal een vinger lengte. Die exporteert hij naar Nigeria, waar ze de concurrentie met de echte goed aankunnen."

Leenstra is trots op de proefopstellingen, maar zo mogelijk nog trotser op zijn waterzuiveringssysteem. We hebben zo'n tachtig systemen en de twaalf grootste zuiveren ieder 225 duizend liter water per 24 uur. Slechts vijf tot zeven procent van het water is vers; de rest is gezuiverd." In een bak drijft een grote hoop vuilwit schuim. De vissen zorgen uiteraard voor vervuiling, deels bestaande uit eiwitten. Het biologische filter waar het water doorheen gaat, klopt de eiwitten eigenlijk op, zoals je dat met slagroom of eiwit doet."

Hij bestraalt het water met UV-lampen. Mensen zeggen wel eens dat je het daarmee steriliseert, maar dat is niet waar. Je verlaagt wel flink de kans op infecties. Daarom moet ik voor ziekte-practica het hele land door om zieke vissen op te halen. Zelf hebben we nauwelijks ziekten."

Re:ageer